6 mei 1970, een onvergetelijk duel

Feyenoord NRC-medewerker en supporter Frank de Kruif graaft in zijn geheugen naar Feyenoord’s winst van de Europacup 1. Daar stuit hij op Rotterdamse voetbalrivaliteit en wat het betekent supporter te zijn.

Coen Moulijn staat op het bordes van het Rotterdamse stadhuis tijdens de huldiging voor de Europacup.
Coen Moulijn staat op het bordes van het Rotterdamse stadhuis tijdens de huldiging voor de Europacup. Foto ANP

Niet dat er enige symbolische betekenis aan valt toe te dichten, maar mijn vroegste herinnering aan Feyenoord valt toevallig samen met het grootste succes uit de geschiedenis van de club. Alle herinneringen die ik erna heb opgeslagen aan onverwachte overwinningen en smadelijke nederlagen, en ook alle herinneringen aan de glorieuze en pijnlijke momenten die nog in het verschiet liggen, geen enkele zal zijn terug te voeren op iets dat groter is dan die zege in Milaan op 6 mei 1970.

Het zou mooi zijn om te kunnen beweren dat met die allereerste herinnering mijn supporterschap begon, zodat ik ook daarvan volgende week het gouden jubileum kan vieren. Dat op dat moment een Kameraadje avant la lettre was geboren, dat reikhalzend uitkeek naar zijn eerste bezoek aan De Kuip (dat er inderdaad zou komen: Feyenoord-MVV 2-0 op 19 september 1971).

Het liep anders. Ik maakte kennis met een fenomeen dat het wezen is van de sport: rivaliteit. Dat merkte ik al toen ik rond die tijd zelf ging voetballen. Ik kon kiezen tussen de club waar mijn broer en buurjongens voetbalden en die waar mijn vriendje lid van was. Ofwel tussen de Rooms-Katholieke Sport-Vereniging Aeolus of het al even katholieke Leonidas. Thuis spotten de Aeolianen met mijn keuze voor Leonidas, die elitaire club die nog maar net de ballotage had afgeschaft.

Ook onder geloofsgenoten was sportieve wedijver geen onbekend verschijnsel. Of is het: juist onder geloofsgenoten? Nabijheid wil de rivaliteit nog weleens versterken. Niet zelden zijn stadsderby’s de meest beladen wedstrijden, net zoals interlands tussen buurlanden. In Rotterdam waren de duels tussen Feyenoord en Sparta voor veel supporters de wedstrijden van het jaar (voor Feyenoorders uitgezonderd die tegen Ajax). Zeker in de tijd dat Sparta meedraaide in de top en de subtop van het Nederlandse voetbal, zoals destijds het geval was.

Eddy PG, Amsterdamse held in de Kuip

Mijn oom Henk was een Sparta-Piet die zijn neefje meenam naar het Kasteel. Mij staat een Sparta-ADO bij die eindigde in 4-2 en als mijn geheugen mij niet bedriegt was dat de eerste erediviewedstrijd die ik bezocht. Behalve dat zich in de Haagse gelederen een zekere Dick Advocaat bevond, leren de annalen mij nu dat deze wedstrijd werd gespeeld op 13 december 1970, negen maanden voor mijn debuut in De Kuip voor die wedstrijd tegen MVV.

Ik mocht vaker mee naar Sparta. Voor wie was ik eigenlijk, vroegen mijn buurjongens, zelf grote Feyenoord-fans. Voor allebei, dacht ik in mijn naïviteit, maar dat stond de rivaliteit tussen beide clubs niet toe. Ik moest kiezen. Voor Sparta, antwoordde ik maar. Tijdens een doelpuntrijke derby op het Kasteel (uitslag 3-5 op 7 mei 1972) juichte ik voor de goals van thuisploeg.

Maar toen woonde ik met mijn broer mijn eerste Klassieker bij, vlak achter het doel waar middenvelder Theo de Jong met twee afstandsschoten Ajax velde (uitslag 2-0 op 17 september 1972). Nu ik erover nadenk was die wedstrijd misschien een keerpunt, maakte ik kennis met een rivaliteit waar ik wel vatbaar voor was en voelde ik voor het eerst de zindering die door de Kuip kan gaan. Dat kon het gezellige Kasteel, waar ik op de eretribune tussen sigarenrokende mannen zat, toch niet tegen op.

Het was geen besluit, maar ik werd supporter van Feyenoord. Dat bracht met zich mee dat ik ging meeleven met de club, en door mee te leven ervoer ik iets dat mij, nu ik er op terugkijk, niet eerder had beziggehouden: voor- en tegenspoed. Succes was de norm in het begin van de jaren ’70. Ik moest leren dat ontgoocheling er ook bij hoort, en ik leerde snel. Voor decepties hoef ik niet diep in mijn geheugen te graven.

Met de cup op de kiek

Niet zo diep als naar die herinnering aan die avond van de Europa Cup. Een maand daarvoor was ik zeven jaar oud geworden en dus lag ik al vroeg op bed, zoals een kind van die leeftijd betaamt. Het moet tegen middernacht zijn geweest dat ik wakker werd van rumoer in mijn straat in de nieuwbouwwijk Schiebroek. Ik stond op en keek uit het raam. Nog kan ik mij het tafereel voor de geest halen: de buurman van de hoek, zoals vaker iets te veel gedronken, stond te schreeuwen en te lachen, samen met wat andere buurmannen en oudere buurjongens geweest moeten zijn. Misschien stonden mijn vader en broer en ook bij. Mijn moeder stopte me weer in bed; of zij toen al iets gezegd heeft over de reden van die uitbundigheid, staat me niet meer bij.

Dat werd mij de volgende ochtend duidelijk, toen ik bij school aankwam. In het klimrek zaten jongens uit de hogere klassen met roodwitte truien, sjaals en vlaggen. Er was schijnbaar iets bijzonders gebeurd. Hoe bijzonder het werkelijk was, begon pas na jaren te dagen, en daagt nu, vijftig jaar later, eigenlijk nog voortdurend.

Vanaf dat moment volgen de herinneringen zich op. Hoe ik met mijn vader op de fiets over de oude Willemsbrug van noord naar zuid reed, waar een supporterswinkel was gevestigd en waarvan ik, toch ietwat teleurgesteld, met slechts een theelepeltje met clubembleem thuiskwam. Hoe mijn vader mij later het boek over de Europese triomf cadeau gaf, dat ik stuklas, niet het minst dankzij de bloemrijke taal van clubadministrateur Phida Wolff. De voetbalherinneringen die ik heb komen uit het boek van Wolff, met zijn wedstrijdverslagen en zijn foto’s, en later van de bewegende beelden die je zo nu en dan zag op televisie. Een zwart-witte wereld, in scherp contrast met die kleurrijke kluwen op het schoolplein die ik eerder met eigen ogen had aanschouwd.

De harde werkelijkheid blijft dat de wedstrijd in Milaan zelf destijds volledig langs mij heen is gegaan. Die heb ik nog in te halen. Gelukkig heeft ieder mens er met internet als het ware een uitbreidbaar geheugen bij gekregen. De finale Feyenoord-Celtic staat integraal op YouTube. Ik ga kijken woensdag, en doe net of het 6 mei 1970 is. Ik hoop op een onvergetelijk duel.