Reportage

Op zoek naar een haaientand in Cadzand

Van toen naar nu Een wandeling in etappes door Nederland en door de tijd. Aflevering vier: op zoek naar een haaientand langs het strand van Cadzand, het meest westelijke puntje van Nederland.

Fortwallen en jonge koeien.
Fortwallen en jonge koeien. Foto Walter Herfst

Er zitten gekmakend veel donkere steentjes in het schelpgruis dat in lange banen langs het strand van Cadzand ligt. Zwart en glimmend – is het git, basalt? Matgrijze stukjes lei. Afgebroken randen van wulken en mossels. Maar bij nader inzien dus steeds geen fossiele haaientand.

Ginds de kranen van Zeebrugge en de flats van Knokke, Walcheren drijft aan de horizon. Het is bijna eb, ik zou de borden met ‘Sterke stroming’ kunnen negeren en het Zwin oversteken, het water tot mijn middel, van het ene lege strand naar het andere. In België is het strand al weken verboden toegang, aan deze kant van de grens ben ik de enige die voetstappen in het zand zet. Maar ik heb me voorgenomen hier een haaientand te vinden, net als vroeger.

De zee en het zand bewegen altijd op dit meest westelijke puntje van Nederland. Ik herinner me het wrak van de Uilenspiegel, een gestrande radiopiraat, het ene jaar wat meer onder het zand dan het andere. En hotel Noordzee, dat elk jaar een paar meter dichter bij die Noordzee kwam te liggen omdat de duinen eronderuit wandelden, en dat ten slotte werd gesloopt.

De Westerschelde werpt langs twee oevers zandbanken op en schuurt diepe geulen uit, waarbij ze oude lagen van de aarde omwoelt en op het nieuwe land legt. Of op de nieuwe tijd. Die tanden in je emmertje waren van haaien en roggen die hier rondzwommen in – weet ik nu – de warmere zee van het Eoceen, 56 tot 34 miljoen jaar geleden. Hun kraakbeenskeletten zijn verteerd. Alleen de tanden, die rijen dik in hun kaken stonden, resten.

Natuurgebied het Zwin.
Foto Walter Herfst
Langs kreek Groote Gat.
Foto Walter Herfst
Foto’s Walter Herfst

Van het Cadzand uit mijn jeugd herinner ik me sterk het gevoel van een omgekeerde verrekijker. Daarin leken die oude vissen niet eens ouder dan de schepen die sinds de Middeleeuwen over het Zwin landinwaarts zeilden, naar Sluis en Brugge, totdat die zee-arm verzandde.

Ik loop een stuk met het Zwin mee, tot een rij palen de weg verspert. Daarachter ligt nu een lappendeken van oude en nog oudere polders, met slingerende waterlopen ertussen, de resten van het eilandenrijk Zeeuws-Vlaanderen. Het Zwin was er lange tijd de grootste zoute ader, en de zwaarbevochten grens tussen de ‘Spaanse Nederlanden’ in het zuiden en de ‘Staatse’ gewesten van de Republiek.

Ik heb daar ook gewandeld, eerder deze ochtend, een stukje via het Grenslandpad, even voorbij Aardenburg. Zo’n officiële route kan niet fout gaan, dacht ik, maar ik had me toch niet goed voorbereid. Om te beginnen door een gedateerde kaart mee te nemen, waar nieuw-aangelegde wegen, die het uitzicht en je humeur bederven, nog niet op stonden. En door niet goed op mijn kaart te kijken: een kronkelpad langs een kreek blijkt een onbegaanbare strook riet. En waar ik een wandelpad had gedacht, ligt een saaie weg tussen suikerbieten. Van de negen kilometer gaan er ruim de helft over asfalt, uitgezonderd een mooie rechte dijk met populieren tussen Sint Kruis met zijn stompe toren en Sint Laureins in België – die oude namen krijg je dan wel weer fijn cadeau.

Het Zwin is leuker. Ik moet denken aan Marguerite Yourcenar, de Franse schrijfster die zei dat ze zichzelf „zonder Vlaanderen niet [kon] voorstellen”. Ze laat Zeno, de alchemist uit Het Hermetisch Zwart, Brugge ontvluchten via de kwelders langs het Zwin, waarna hij een nacht aan het strand is en ketterse gedachten heeft over de tijd. „Hij liet een handvol zand tussen zijn vingers wegvloeien. […] Er waren, om rotsen aldus te verkruimelen, meer eeuwen nodig geweest dan er dagen waren in de verhalen van de bijbel.”

Ik graaf ook nog wat in het zand en daar is ten slotte toch een haaientand. Het is geen top-exemplaar, slechts een klein pikzwart zijtandje waarvan de wortel ook nog is afgebroken. Maar de eer is gered.