Openbaarheid komt even op tweede plan

Wob-verzoeken Ministeries stellen openbaarmaking van overheidsdocumenten uit vanwege de coronacrisis. Zo verliezen journalisten een middel om de politieke besluitvorming te controleren.

‘Ook bij de persconferenties lijkt steeds minder ruimte voor kritische ondervraging’, zegt Evert de Vos, voorzitter van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten.
Ook bij de persconferenties lijkt steeds minder ruimte voor kritische ondervraging’, zegt Evert de Vos, voorzitter van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten. Foto Bart Maat / ANP

„Ik ga nu de brandweer niet vragen om achter de computer te kruipen. Ik wil dat de brandweer aan het blussen is.” Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) ging tijdens het coronadebat in de Tweede Kamer vorige week voor zijn „mensen staan”. Het is vanwege de Covid-19-epidemie te druk op zijn ministerie en verzoeken om de openbaarmaking van overheidsdocumenten moeten daarom tot zeker 1 juni wachten.

De Jonge bevestigde daarmee wat velen de afgelopen weken al zagen gebeuren: de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) komt even op het tweede plan. Tot ongenoegen van veel journalisten, grootverbruikers van de Wob. Op sociale media deden ze hun beklag over het wegvallen van dit middel om de „macht te controleren”.

Dat de procedures wat langer gingen duren, dat hadden ze verwacht. Maar er helemaal niet aan beginnen? Dat gaat een stap te ver. „Zo wordt de controle op de macht uitgehold – is dit ook het ‘nieuwe normaal’?”, vroeg RTL Nieuws-journalist Pieter Klein zich af. Zijn belangrijkste vraag: mag dat eigenlijk wel, de Wob zomaar aan de kant schuiven?

Opschorting

Néé, riepen de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) en journalistenvakbond NVJ vorige week. Ze stuurden een brandbrief aan het kabinet. Hun oproep: gebruik van de Wob is een democratisch grondrecht, neem zo snel mogelijk verzoeken weer in behandeling. „We zijn het principieel oneens met het kabinet”, licht VVOJ-voorzitter Evert de Vos toe. „Je kunt niet zomaar deze wet opzij schuiven. En het gaat hier ook om een duidelijk verschil in opvatting, zo blijkt, over hoe je vertrouwen wekt bij burgers.”

Bij de VVOJ kwamen klachten binnen over misbruik van de coronacrisis door in ieder geval vier ministeries. „Misschien zijn het er meer. In sommige gevallen waren het Wob-verzoeken óver corona, maar het ging ook om andere onderwerpen.” D66 en Groenlinks hebben er inmiddels Kamervragen over gesteld.

Lees ook: Overheid wees transparant in strijd tegen het coronavirus

Ook NRC ontving afgelopen weken vertragingsberichten. Niet alleen het ministerie van VWS stelt de behandeling van verzoeken uit, ook bij het ministerie van Justitie en Veiligheid hebben de Wobs nu geen prioriteit. Verzoeken die al voor de Covid-19-uitbraak in Nederland waren ingediend, lopen eveneens weken tot maanden vertraging op.

De redenen die daarbij worden geven, lopen nogal uiteen. Terwijl het ministerie van VWS personeel niet wil overbelasten, weegt voor minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) mee dat ambtenaren „mogelijk kunnen uitvallen vanwege ziekte”. Ook is het voor behandelaars van Wob-verzoeken momenteel niet mogelijk „om, indien nodig, onderzoek te doen in fysieke documenten”, omdat ambtenaren vooral vanuit huis werken.

Overmacht of drukte

Het belangrijkste instrument dat de overheid heeft om verzoeken te vertragen, is een overmachtsclausule uit het bestuursrecht. Waar een ministerie of gemeente normaal een beslistermijn heeft van vier weken – met daarna nog maximaal vier weken – kan een Wob-verzoek dan voor bepaalde tijd worden aangehouden. „Het bestuursorgaan kan daarvan gebruikmaken als het in een situatie verkeert waarin het echt onmogelijk is om stukken te leveren”, weet advocaat en docent bestuursrecht aan Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Rob Wertheim.

De vraag is alleen: is er bij de overheid nu sprake van overmacht? Wertheim kan zich voorstellen dat ambtenaren het druk hebben, maar „een capaciteitsprobleem is eerder geen geldige reden gebleken”. Ook Wob-specialist Roger Vleugels, die veel media bijstaat met het opstellen van Wob-verzoeken, zet zijn vraagtekens bij de opschorting. Hij wijst op de Wob-juristen die veel overheden in dienst hebben. „Als het goed is hebben ze geen betrokkenheid bij de coronacrisis en dus moeten ze gewoon hun taak kunnen uitvoeren.”

De Wob is er volgens Vleugels veertig jaar geleden juist gekomen om de vraag om informatie van de burger los te trekken van politieke motieven. „De afgelopen jaren worden beleidsadviseurs weer steeds meer betrokken bij de behandeling van Wob-verzoeken. Dat geeft nu problemen, want die zijn met andere dingen bezig, terwijl ze er niet eens bij betrokken zouden moeten zijn. Als er een tekort aan mensen is, moeten ze simpelweg meer juristen aannemen om verzoeken te behandelen.”

Het verwijzen naar drukte zou „een trucje” kunnen zijn, denkt advocaat Wertheim. „Het kan niet zo zijn dat overmacht voor uitstel van elk besluit wordt gebruikt.” Ook VVOJ-voorzitter De Vos vreest misbruik van de overmachtsclausule. „Natuurlijk is het bij sommige divisies van VWS heel druk nu. Maar er zijn ook onderwerpen die stilliggen. Juist omdat alle aandacht naar de coronacrisis gaat.”

Lees ook: Topambtenaren zijn vooral bezig hun minister uit de wind te houden

‘Kabinet sluit als oester’

Journalisten verliezen nu tijdelijk een middel om de politieke besluitvorming te controleren. Dat het nu waarschijnlijk moeilijker wordt de vinger achter die processen te krijgen, past volgens De Vos bij „oestergedrag” dat hij bij het kabinet constateert. „Juist op het moment dat er openheid moet worden getoond, worden wij eigenlijk tegengewerkt in het doorlichten van de beslissingen van het kabinet. Ook bij de persconferenties lijkt steeds minder ruimte voor kritische ondervraging. De informatievoorziening wordt pr-achtig.”

RTL Nieuws-journalist Pieter Klein hoopt dat „Den Haag de heilloze weg van de pauzestand voor openbaarheid verlaat”, schreef hij vorige week in een column. „Uit alle politieke en publieke discussies blijkt dat méér verantwoording en transparantie nodig is.”

Er is wel hoop voor journalisten die iets willen doen tegen de weigerachtige houding van de ministeries. Een gang naar de rechter lijkt kansrijk. In maart sprak de rechtbank van Midden-Nederland zich uit over een Wob-verzoek van de NOS bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat lag er al sinds december, maar volgens het ministerie was het vanwege de lockdown inmiddels moeilijker werken.

Daar zag de rechter weinig in. NOS-verslaggever Ben Meindertsma: „De rechtbank stelde voor onze zaak een nieuwe datum voor de bepaling en maakte daarbij duidelijk dat de ministerie na een aantal weken wel gewend moet zijn aan de nieuwe werkomstandigheden.” Hij wees collega’s via Twitter op de uitspraak.

Volgens advocaat Wertheim is die uitkomst bij de voorzieningenrechter een goede aanwijzing dat in komende zaken misschien clementie is voor de werkomstandigheden van de ambtenaren en daarmee enige vertraging zal worden toegestaan, maar dat ‘overmacht’ geen probleem is voor rekening van de journalisten. Die moeten op de correcte navolging van de Wob kunnen rekenen „ook in tijden van corona”.