Eleonore Pameijer in de Uilenburger Synagoge.

Foto Andreas Terlaak

‘Opeens was er aandacht voor vergeten Joodse componisten’

Interview 75 jaar na de bevrijding blijft het een weinig belicht aspect van de oorlog in Nederland: hoe verging het componisten en hun muziek? Eleonore Pameijer zet zich in voor hun nagedachtenis.

Ze leeft ervoor. Ja, zo kun je dat best zeggen. Dwarsfluitiste Eleonore Pameijer is al bijna 25 jaar de drijvende kracht achter de Leo Smit Stichting. Die zet zich in voor de nagedachtenis van de vele componisten-carrières die door de Tweede Wereldoorlog werden geknakt. Componisten wier namen nu niet meer onmiddellijk een bel doen rinkelen, hoewel ze geweldige muziek schreven.

Hoe raakt een Nederlandse fluitiste zo betrokken bij zo’n specifiek onderdeel van de muziekgeschiedenis? Ze rolde erin, vertelt Pameijer. „Ik was 25 jaar getrouwd met een Joodse man, onze kinderen zijn Joods opgevoed en ik woon al dertig jaar in de oude Joodse buurt van Amsterdam. Mijn overbuurman op het eiland Rapenburg, om de hoek van het Waterlooplein, vertelde me over de razzia’s die hij er heeft meegemaakt. Hoe de Peperbrug werd opgehaald en de straat zo werd afgesloten: als een mensenfuik.”

Maar de directe trigger was een muzikale. In 1994 werd Pameijer gevraagd een concert te verzorgen met muziek van Nederlands-Joodse componisten bij een expositie in het Joods Historisch Museum over succesvolle Joodse ondernemingen in Nederland: de Hema, de Bijenkorf, de nu verdwenen warenhuizen Hirsch en Metz. Pameijer: „Pianist Frans van Ruth, die veel met violist en muziekhistoricus Willem Noske had samengespeeld, stopte mij daar de fluitsonate van ene Leo Smit toe. Toen ik dat stuk ging studeren, was ik onmiddellijk verkocht. Of beter: verliefd. Stel je voor, je speelt van jongs af aan al die wereldberoemde fluitstukken van componisten als Milhaud, Poulenc en Debussy en opeens staat er muziek voor je van dezelfde kwaliteit, maar dan van ene Leo Smit; een naam die niemand kent, alsof hij niet heeft bestaan. Ik werd daar ontzettend nijdig van. Hoe kon dat gebeuren met muziek die zó goed is?”

Met een kleine projectsubsidie mondde haar opstandigheid uit in de pracht-cd Modern Times: Dutch Jewish Composers (1995).

„En opeens was er toen wél aandacht voor vergeten Joodse componisten. Na de oorlog stond eigenlijk alles dat in de weg. Muziek als die van Smit, muzikantesk en swingend, was uit de mode. Smit en 14 van de 35 joodse componisten die voor de oorlog in Nederland actief waren, waren vermoord en konden niet hun eigen ambassadeur zijn. En dan was er nog het collectieve trauma over de Holocaust, de gêne die maakte dat men liever wegkeek. Alles draaide om wederopbouw.”

Het lot stak Pameijers missie een helpend handje toe, vertelt ze. Op een ommetje door de buurt trof ze het hek voor de Uilenburger Synagoge, doorgaans de afgesloten werkplaats van een steenhouwer, op een dag open. „Dus ik naar binnen. Toen zag ik die ruimte. Stoffig en kaal, maar dat het een geweldige plek was, zag ik meteen.” Vanaf 1996, toen de synagoge door het Nationaal Restauratie Centrum was gerestaureerd, organiseerde ze er de serie Uilenburger Concerten. En de Leo Smit Stichting werd opgericht, met hulp van een erfenis van diens zus Nora, die de stichting ook de auteursrechten van Smits werken naliet. „We hebben een vleugel bij elkaar gespaard en twintig jaar concerten met werk van vervolgde componisten gegeven.”

Daarna stopte de subsidie – en daarmee ook de concerten. „De gemeente wilde dat we zouden samenwerken met nú verdrukte musici, vluchtelingen, bijvoorbeeld. En dat is ook een uitermate loffelijk doel, maar het stond te ver af van onze missie. Hoe krijg je een musicus uit Syrië zover dat hij of zij een stuk van Paul Hermann of James Simon gaat studeren? Dat matchte niet. Wat wij doen is een niche, zeker, maar we doen het wel zo goed mogelijk.”

De droom is en blijft dat componisten als Leo Smit gespeeld zullen worden om de kwaliteit van hun muziek, niet alleen in het kader van Holocaust-herdenkingen. Een belangrijke stap is de oprichting van de website forbiddenmusicregained waarop Pameijer samen met musicologe Carine Alders de muziek van alle 35 componisten wier muziek tijdens de bezetting werd verboden heeft verzameld in een database. Je kunt stukken zoeken op instrument of instrumentencombinatie, van vele ervan zijn YouTube-clips beschikbaar. En alle manuscripten zijn gedigitaliseerd beschikbaar, in samenwerking met muziekuitgeverij Donemus. Vanaf deze zomer is alle bladmuziek voor 10 euro te downloaden.

En deze aanpak werkt wél, straalt Pameijer; door het wereldwijde web reist de muziek van Joods-Nederlandse componisten nu inderdaad de wereld over. „Muziek van componist Dick Kattenburg klonk laatst in de Spaanse senaat, er zijn al premières geweest van stukken in landen als Finland en Canada.” De reacties zijn, opvallend genoeg, vooral van jonge musici. Pameijer: „Die worden gewoon onbevangen getriggerd door het feit dat het lekkere speelmuziek is.”

De Leo Smit Stichting heeft nu een nieuwe subsidie gekregen uit de erfpachtgelden van Joodse Amsterdammers die na de oorlog een aanslag kregen voor verschuldigde erfpacht. Pameijer: „Toen dat schandalige historische detail uitkwam, heeft een commissie berekend hoeveel de terugkomers destijds is afgetroggeld. Voor die pot kon je een aanvraag doen.”

De aanvraag van de Smit-stichting heet ‘De Muziekkamer’. En hoewel maar de helft van de aanvraag werd gehonoreerd, is het plan nog steeds dat op het hof voor de Uilenburger Synagoge een educatief centrumpje komt. Pameijer: „Het is de perfecte plek, om de hoek van het Verzetsmuseum, het Holocaust Museum en de Hollandsche Schouwburg. De Uilenburger Synagoge heeft zelf ook een subsidie gekregen uit de erfpachtpot, we hopen op samenwerking. Maar met het uitrollen van de plannen zijn we nog wel drie jaar bezig.”

Henriëtte Bosmans (1895-1952)

„Henriëtte Bosmans (1895-1952) is een van de weinige verdrukte componisten wier naam nog wel bekend is. Na haar overlijden in 1952 toog een groepje vrienden en collega’s naar het Concertgebouw met het verzoek een cartouche aan haar te wijden, zo’n naambordje. Dat is helaas afgewezen. Maar haar oeuvre had het verdiend. Het is groot en veelzijdig: ze componeerde prachtige liederen, geweldige stukken voor cello, een evocatief strijkkwartet en een heel jazzy stuk voor fluit en klein orkest van onder meer twee saxofoons. Een heel krachtige, bijzondere en trouwens ook bloedmooie vrouw. Ze trad ook als solist op met Concertgebouworkest.”

Leo Smit (1900-1943)

„Leo Smit is opgeleid door Sem Dresden. Die invloed hoor je terug bij Smit: een kleurrijk, licht, slank, neo-klassiek en sterk Frans aandoend idioom. In de jaren dertig was de stijl waarin je componeerde bijna politiek: schreef je Frans of Duits georiënteerde muziek? Die affiniteit ging heel diep. Er is zelfs een interview waarin Smit zegt: ‘Ik wil naar Frankrijk, ik wil die sfeer inademen en daar onderdeel van zijn…’ Smit heeft zeven jaar in Parijs gewerkt. Als je in je muziek een Debussy-achtig akkoord gebruikte, werd dat uitgelegd als een uiting voor Frankrijk, zoals het gebruik van een wagneriaans ‘Tristan-akkoord’ een pro-Duits statement was.”

Dick Kattenburg (1919-1944)

„Bij de herontdekking van de werken van Dick Kattenburg was ik zelf betrokken. Ik kreeg een pakje in de brievenbus met zijn fluitsonate. ‘Voor Ima’ stond erop. En er zat een briefje bij voor mij: „Ik vind dat jij dit stuk maar moet hebben.”

De afzender was Ima van Esso, moeder van dirigent Ed Spanjaard, zelf een overlevende van Auschwitz – het kamp waarin Kattenburg op zijn 24ste werd vermoord. Ima schreef erbij dat zij – ook fluitiste – het stuk, een jeugdwerk, zelf nooit had gespeeld. Dat ben ik wel gaan doen. Ik heb Ima de opname toegestuurd en wachtte op een reactie, maar die kwam niet. Toen heb ik haar zelf opgebeld. Ze begon te huilen en zei: ik was knap, ik had aanbidders én een verloofde. Kattenburg zag ik niet staan. Pas nu snapte ik dat dit stuk zijn liefdesbrief was.

„Het verhaal kreeg nog een staart. Er bestond inmiddels internet, en een aankondiging van het concert waarop ik de sonate speelde werd gezien door een nicht van Kattenburg. Het deed haar denken aan dozen op haar zolder met de nalatenschap van een oom over wie nooit werd gesproken omdat dat te veel pijn deed. Uit die dozen kwam nog een hele stapel met muziek van Kattenburg tevoorschijn. Zij klopte daarmee aan bij Ed Spanjaard, die mij een paar dagen later opbelde. Met een groepje musici en Ed aan de piano hebben we spelend, kloppend en tikkend alle muziek doorgenomen. Er zat nog een tweede stuk bij voor Ima, gecomponeerd tijdens de onderduik. Dat hebben we allemaal op cd gezet. Dick Kattenburg is voor mij de Nederlandse Gershwin. Iedereen vindt zijn muziek leuk omdat die sprankelt van jeugdige levendigheid.”

Foto Marcel Köppen

Hans Lachman (1906-1990)

„Ooit gehoord van Hans Lachman? Hij was componist van vooral lichte muziek en filmmuziek. Maar na de oorlog veranderde dat, en componeerde hij ook joodse liturgische muziek en een requiem voor de priester die hem (en vele andere Joden) verborgen hield. Zijn complete werk kwam in 2008 tevoorschijn uit een vochtig tuinschuurtje in Alphen aan de Rijn, onder andere negen strijkkwartetten en voor ieder instrument een sonate.”