Jasper Parrott .

Foto Manuel Vazquez

Impresario Jasper Parrott: ‘Musici moeten in opstand komen’

Interview Voor artiesten en impresariaten zijn de nu gesloten concertzalen en operahuizen dramatisch: geboekte artiesten worden vaak niet betaald. „Gevaarlijk en oneerlijk”, vindt Jasper Parrott van impresariaat Harrison Parrott.

Op het hoofdkantoor in Londen zagen ze de bui al in januari hangen. Toen kwamen de eerste afzeggingen vanuit China, een belangrijke markt binnen de klassieke muziek. „Die eerste fase gaf een sterke indicatie dat deze crisis niet tot China of de korte termijn beperkt zou blijven”, zegt Jasper Parrott (1944), sinds 1969 directeur/oprichter van klassiek impresariaat Harrison Parrott.

Hoe lang de wereldwijde sluiting van concertzalen zal duren en aan welke voorwaarden de heropening zal zijn gebonden, is nog steeds onduidelijk. Harrison Parrott is met zo’n 70 medewerkers, drie kantoren en tweehonderd artiesten (zangers, dirigenten, pianisten, enz.) een van de belangrijkste internationale klassieke impresariaten. Maar sinds half maart liggen de zaken stil. De meeste operahuizen en orkesten betalen geboekte artiesten geen honoraria uit, omdat de annuleringen uit ‘force majeure’ zijn: afgezegd door overmacht. Wel doorbetalen, zeggen zij, zou de laatste buffer nog sneller doen slinken. Terwijl ook voor grote zalen in Nederland de actuele reserve voorziet in niet meer dan ongeveer een half jaar overleven zonder inkomsten.

Illustratie Kamagurka

De annuleringen, merkt Parrott, lopen nu al door tot in de herfst. „Er zal wel iets van activiteit komen dit najaar”, denkt hij. „Kleine en kortere concertjes voor weinig publiek, in sommige landen wat meer dan andere, en in een paar landen waarschijnlijk ook nog helemaal niet. De angst voor heropleving van het virus leeft overal. En aangezien kunst en muziek in de meeste landen geen politieke prioriteit zijn, verwacht ik dat we in zwaar weer zijn tot er een vaccin is gevonden.”

Het bedrag dat Harrison Parrott tijdens de mondiale lockdown aan commissies misloopt, is dramatisch. Maar het gevoel van onrecht over het feit dat artiesten niet worden betaald, reikt verder dan geld. Parrott: „Je kunt zeggen: als concerten niet hebben plaatsgevonden, is niet betalen redelijk. Maar artiesten hebben zich wél op optredens voorbereid – en soms heel langdurig, zoals bij het instuderen van nieuwe rollen of concerten. Die inspanningen worden genegeerd.”

Gevolg: de loyaliteit van de getroffen artiesten gaat straks uit naar de instituten die nu wel betalen, vreest Parrott. „Zalen, orkesten en operahuizen die zich nu op overmacht beroepen, moeten straks achteraan aansluiten. Terwijl mensen kaartjes kopen voor de artiesten: voor de grote zangers en de interessante dirigenten die door topprestaties opwinding teweegbrengen. En op dier kwaliteit berust deels ook de reputatie van orkesten en operahuizen – én hun overheidssubsidie. Dat is mijn punt. Er wordt een vitale keten doorbroken. Zalen en instellingen die hun voortbestaan op korte termijn laten prevaleren, zetten datzelfde voortbestaan op lange termijn juist op het spel.”

Kapitalistische samenleving

Bel je zaaldirecteuren, orkesten en opera’s, dan hoor je een ander verhaal. De veelbesproken, hoge fees die klassieke artiesten in het topsegment krijgen – van circa 3.000 euro per avond voor een beginnend zanger of solist tot 25.000 voor een wereldberoemde pianist als Lang Lang en zo’n 50.000 euro per week voor een gastdirigent van naam – zijn nu juist zo hoog omdát de artiesten zelf alle risico dragen. Krijgen ze griep? Dan ook geen geld. Vlucht vertraagd? Geen geld. Pandemie: idem.

Illustratie Kamagurka

Parrott ziet in dat argument geen brood. „In een kapitalistische samenleving zijn verdiensten altijd gekoppeld aan investeringen, risico, schaarste. Denk aan CEO’s, chirurgen, profvoetballers, internationaal gezochte architecten: hoge verdiensten zijn daar waar exceptionele mensen werken – en kunstenaars zijn daar zeker niet de grootstverdieners. Waar het mij om gaat, is dat we door deze crisis een onherkenbaar andere maatschappij inglijden. Ik ben van nature een optimist, maar wat kan er uit deze ongekende fase van stilstand anders voortkomen dan economische depressie, groeiende ongelijkheid en massale onvrede? Juist dan is kunst een vuurtoren in het duister. Instellingen en overheden moeten beter weten dan nu het vertrouwen van de kunstenaars te schaden en te denken dat ze het wel zullen redden.”

Bomen

Parrott is zelf de dag begonnen met een uur lange wandeling door het park nabij zijn huis in Londen, vertelt hij. „Die wandeling is mijn dagelijkse corona-bonus. Ik moest vanochtend denken aan het boek Het verborgen leven van bomen van Peter Wohlleben. Hij schetst daarin hoe bossen in stand worden gehouden door verborgen netwerken tussen de bomen, wortels en sporen. Alle onderdelen in dat systeem ondersteunen elkaar en uiteindelijk voorzien ze ons mensen van zuurstof. Uitvoerende kunstenaars zijn in wezen niet anders dan die bomen. Ze zijn de zuurstof van onze samenleving, maar door hun onbeschermde afhankelijkheid van instellingen als orkesten, zalen en operahuizen, kunnen ze en hebben ze nu niets.

„Overheden die geld pompen in bedrijven waarvan de CEO’s enorme salarissen verdienen terwijl ze de kunstenaars onbeschermd laten, maken een denkfout. Ook Amsterdam is als stad maatschappelijk én economisch straks minder waard als de kwaliteit van het kunstleven achteruitgaat.”

Maar hoe houd je die kwaliteit in stand als alle zalen dicht zijn ? Als concerten geven op 1,5 meter hooguit mogelijk is als zalen en orkesten hun verdienmodel naar nul draaien? En als een ouder publiek niet zit te wachten op onnodig risico als thuis de cd-collectie lonkt?

Lees ook Anderhalve meter afstand houden bij een popconcert?

Parrott heeft het antwoord ook niet. „Maar noodzaak is de moeder van inventie. Digitale innovaties zullen zeker in een stroomversnelling geraken. Ik stel me voor dat het niet onmogelijk zal zijn om binnenkort ook grotere groepen musici, goed beschermd, weer concerten te laten geven. Maar onze zalen zijn in essentie nog 19de-eeuws van opzet; misschien moeten er daarom grotere, meer multifunctionele theaters komen, met meer zalen en meer bescherming voor het publiek.” Daarbij zullen ook VR-brillen en andere technologische innovaties ruim baan krijgen, denkt Parrott, „opdat een beleving mogelijk wordt die rijker is dan de normale concertervaring; een combinatie van live en digitaal”.

Lees ook De culturele sector lijkt nog niet gered

Wat volgens Parrott doorgaans niet de weg is: de „tsunami aan huis-tuin-en-keukenvideo’s” die de afgelopen weken op ons afkwam. „Een aantal ervan was zonder meer excellent en inspirerend, maar vele misten die kwaliteit. En dan zijn die video’s niet zonder risico. Zowel de vorm als het gratis aanbieden ervan ondermijnt dan het besef van kunst als iets bijzonders, als een vorm van hogere schoonheid.”

Kunstenaars zouden in plaats daarvan in opstand moeten komen, vindt Parrott. „De solidariteit faalt tot nu toe. Ik ben voor radicaal actievoeren. Laat musici op anderhalve meter van elkaar het verkeer afsluiten met een enorm orkest. Dit is het ergste wat iedereen sinds de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Dan mag je op passende wijze maatregelen afdwingen. Er moet dringend een collectieve solidariteit ontwaken. Het besef dat het kunstleven een verworvenheid is van en voor ons allen, maar dat we voor het behoud daarvan moeten vechten.”