Miljoenenclaim van vijftig Irakezen tegen Nederland om luchtaanval Hawija

Luchtaanval Hawija Tientallen Irakezen stellen de staat aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade door het Nederlandse bombardement op Hawija in 2015. Advocaat Liesbeth Zegveld begint een procedure.

Een beeld van de gevolgen van de aanval op Hawaija, Irak.
Een beeld van de gevolgen van de aanval op Hawaija, Irak.

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 was Ahmad Shujaá Moeshin aan het werk in een autoshowroom op een industrieterrein in de Noord-Irakese stad Hawija. De 24-jarige Irakees had daar volgens zijn ouders een baan als nachtwaker. Tot die ene nacht. Enkele Nederlandse bommen, geworpen op een opslagplaats van Islamitische Staat, honderd meter van de showroom, maakten een eind aan zijn baan. En toen hij enkele dagen later bezweek aan zijn zware verwondingen, ook aan zijn leven.

Ahmads familie kreeg ter compensatie een maandelijkse vergoeding van de Iraakse overheid, maar die dekt volgens de familie bij lange na niet alle kosten. Zijn ouders horen nu bij de groep van ten minste 47 Irakezen namens wie raadsvrouw Liesbeth Zegveld deze dinsdag de Staat der Nederlanden aansprakelijk heeft gesteld voor schade door het bombardement op Hawija in juni 2015.

Lees ook: De Nederlandse precisiebom op het wapendepot van IS

De ongeveer vijftig eisers, inwoners van Hawija die voor zover bekend geen compensatie van Irak kregen, raakten (zwaar)gewond of getraumatiseerd door het bombardement. De groep leed ook materiële schade, aan huizen, winkels, en auto’s. Bovendien hadden ze hoge medische kosten. Als de rechter de eis van de Irakezen toewijst, zou dat de Nederlandse overheid tientallen miljoenen euro’s kunnen kosten.

Tijdens de procedure moet onder meer komen vast te staan of de Irakezen inderdaad het slachtoffer zijn van deze aanval, zoals zij beweren. Het merendeel van de eisers heeft zich via een contactpersoon in Hawija bij Zegveld gemeld. Hun bewering dat zij geen strijders van Islamitische Staat waren, werd door deze contactpersoon, werkzaam bij een ngo in Hawija, geverifieerd. Ook voorzag de Iraakse overheid de eisers van de benodigde papieren. „Ze hadden die papieren van de Iraakse overheid nooit gekregen als het om IS-aanhangers was gegaan”, zegt Zegveld. „Want die IS’ers worden opgepakt en berecht.”

Veel meer bommen in fabriek

Een gezin, waarvan de vrouw en een kind gewond raakten bij het bombardement, woont sinds een paar jaar in Zoetermeer nadat het een verblijfstatus in Nederland heeft gekregen. Het gezin heeft zich bij Zegveld gemeld nadat november vorig jaar duidelijk was geworden dat Nederland de bom had afgeworpen.

Volgens Zegveld heeft minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) vorig jaar november erkend dat het in Hawija om een ongeluk ging. Bijleveld schreef de Kamer dat in de bommenfabriek die het doelwit was veel meer bommen lagen dan de coalitie had verwacht. Zegveld: „Voor de gevolgen van dat ongeluk is de staat aansprakelijk.”

De raadsvrouw verwerpt de claim van de coalitie die tegen IS vocht, dat de aanval volgens ‘beginselen van proportionaliteit’ verliep. Daarbij wordt vooraf beoordeeld of het beoogde militaire voordeel van een aanval groter is dan de mogelijke schade voor de omgeving. „Gezien de enorme schade aan de omgeving en de vele burgerdoden kun je die proportionaliteit niet volhouden”, aldus Zegveld.

Bovendien wijst ze op de interne Amerikaanse stukken die vorige week openbaar werden. Daaruit blijkt dat de vernietiging van het doelwit de militaire slagkracht van IS in het gebied beperkt verminderde. Volgens haar had de aanval moeten worden afgeblazen of had de coalitie meer voorzorgsmaatrgelen moeten nemen door onder meer de burgerbevolking van Hawija vooraf te waarschuwen.

Meekijkende drones

Volgens Zegveld komen er steeds meer aanwijzingen „dat de anti-IS-coalitie en Nederland bij de voorbereiding van de aanval wel degelijk uit gingen van burgerslachtoffers”. Bijleveld heeft dat altijd ontkend en verklaarde dat de coalitie en Nederland verrast waren door de grote hoeveelheid opgeslagen explosieven. „Wij calculeren niet in”, zei Bijleveld vorig jaar. Zegveld wijst echter op de berichtgeving van NRC en NOS vorige week. Daaruit bleek al dat de VS, leiders van de coalitie, zich vooraf bewust waren van de risico’s van de aanval voor de burgerbevolking.

Ook de verklaringen van haar cliënten passen in dat beeld, aldus Zegveld. „De aanwezigheid van de nachtwaker in de showroom laat zien dat er nachtelijke activiteit was op het industrieterrein waarop de bommenfabriek stond.” Bovendien was ten minste één gezin van tevoren naar buiten gerend na het horen overkomen van gevechtsvliegtuigen. Dat had vlak voor het gooien van de bom kunnen zijn opgemerkt door piloten of meekijkende drones. „Het zijn voor mij allemaal aanwijzingen dat de coalitie burgerslachtoffers wel degelijk heeft ingecalculeerd”, zegt Zegveld.

In november vorig jaar zegde minister Bijleveld toe dat ze met een compensatieregeling voor de slachtoffers en nabestaanden van de luchtaanval zou komen. „Daarvan heb ik sindsdien weinig meer vernomen”, zegt Zegveld. Daarom heeft ze nu de stap gezet van de aansprakelijkstelling, het begin van een mogelijke civiele procedure.

Opties voor compensatie

Defensie meldt dat er op dit moment een interdepartementale werkgroep de opties voor vergoedingen in kaart brengt. Daarbij wordt onder meer gekeken wie als individu een vergoeding krijgt of dat er compensatie zal zijn voor een groep. De woordvoerder zegt dat de aansprakelijkstelling van Zegveld nog niet is ontvangen.

Experts in het militair recht volgen de zaak met belangstelling, maar zijn sceptisch over de kansen van Zegveld en de Irakezen. De Amsterdamse hoogleraar militair recht Terry Gill zegt: „Volgens regels van het humanitair oorlogsrecht moet je kunnen laten zien dat je vooraf als coalitie alle mogelijke maatregelen hebt genomen om burgerslachtoffers te voorkomen. Bij de keuze van je wapens? Bij het moment van de aanval – overdag of ’s nachts?”

Verder weegt mee of Nederland goede inlichtingen kreeg van de VS. „Als Nederland van tevoren niet werd verteld dat er een aanzienlijke kans op burgerslachtoffers bestond, is Nederland niet aansprakelijk.” Overigens verbaast Gill zich erover dat Nederland in juni 2015 niet meteen nadat de gevolgen duidelijk waren geworden, ex gratia (zonder schuldbekenning) schadevergoeding heeft betaald. „Dat doen de VS wel, en dat deed Nederland in Afghanistan ook.”