Opinie

Kotsen met kruissteekjes

Joyce Roodnat Joyce Roodnat gaat op zoek: wat valt er nog te halen nu alles stilligt? De sociale media bieden uitkomst, ze komt er formidabele kunstenaars tegen. Vrouwen die zich geen bal aantrekken van wat doorgaat voor goed en wat niet.

Joyce Roodnat

Berusting dreigt in Plato’s grot waartoe corona me veroordeelt. Ik zit er vast en kijk naar de schaduwen van de werkelijkheid, die achter me ligt en waar ik niet bij kan. ‘Voorlopig’ wilde ik schrijven. Maar voorlopig begint te klinken als ‘altijd’. Bij gebrek aan perspectief trek ik een lange neus naar Plato. Hij beweert maar wat hij wil. De schaduwen zijn geen schijn maar de werkelijkheid wat mij betreft. Ik ga kijken wat er te halen valt. Ik moet iets vinden, anders verlies ik mijn lust en mijn leven.

Veel schaduwen krioelen in de sociale media. Daar wordt vaak op gescholden maar nu zijn ze een reddingsboei – je hoort er nog eens wat, vooral achter de hashtagjes op Twitter. Zo ben ik verslingerd geraakt aan het account #WOMENSART. Elke dag posten ze daar werk van kunstenaressen, uit de hele wereld en uit alle tijden. Zonder commentaar, zonder oordeel, ze laten het zien en noemen de naam. Niemand kan meer zeggen: vrouwelijke kunstenaars zíjn er niet. Of: ze zijn een uitzondering. Ze zijn er wel en in onuitputtelijke hoeveelheden.

Kort geleden, toen ze nog open waren, surften veel musea mee op het golfje van eindelijk-aandacht-voor-vrouwelijke-kunstenaars. Dat was in de mode en daarom had het iets vrijblijvends: even die vrouwen uitzitten, en dan doen we weer gewoon. #WOMENSART morrelt aan wat gewoon is. Want behalve dat die kunstenaressen er zijn en er altijd waren, zijn ze anders. Ze mochten toch al niet meedoen, dus trekken ze zich geen bal aan van wat doorgaat voor goed en wat niet. Met naald en draad, bijvoorbeeld.

Diana Weyman: I Am a Very Stable Genius (2018).

#WOMENSART confronteert me met mijn vooroordeel. Want borduren? Dat kon niks zijn, vond ik altijd. Ik bekeek het niet eens. Tenzij het een middeleeuws wandtapijt was, dan genoot ik. Of tenzij een man het deed, dan vond ik het spannend. Hoezo hield ik me blind? Stom! Want ik zie het nu: er is heel veel en het is zo goed. Ik huiver bij Lauren Dicioccio’s geborduurde reactie op Margaret Atwoods The Handmaid’s Tale. Ik verslik me bij de agressieve finesse van het free style-borduren van May Morris uit 1907. En ik ben op slag dol op de Amerikaanse Diana Weyman. Zij reageert haar frustratie over president Trump af met het borduren van zijn tweets en uitspraken, de eerste kotste ze als het ware over de brave rozen in kruissteekjes heen die haar oma lang geleden maakte. Daarna ging ze door, het werd een reeks uitzinnige merklapjes met Trumps gefulmineer, van ‘I Want Great Climate’ tot het welhaast psychedelische ‘I know words I have the best words’. Politieke borduurkunst, waarop collega’s reageerden met eigen Trumpborduurwerk. Nu is het een groepsproject. Weyman noemde het The Tiny Pricks Project.