Reportage

‘Ik heb al Q, ik wil niet ook C’

Q-koorts Het gebied waar de Q-koorts in 2009 het hardste toesloeg, wordt nu zwaar getroffen door het coronavirus. Bij Q-koorts-patiënten is de angst van toen weer terug.

In 2010 werden voor de tweede keer dieren geruimd bij geitenhouder Pool in Horssen, in Gelderland, op de grens met Noord-Brabant.
In 2010 werden voor de tweede keer dieren geruimd bij geitenhouder Pool in Horssen, in Gelderland, op de grens met Noord-Brabant. Foto Marcel van den Bergh

Voor Deverra Jansen (45) is de uitbraak van het coronavirus „het opnieuw beleven van een trauma”. Jansen kreeg in 2007 klachten die later Q-koorts bleken te zijn. Als gevolg daarvan moest ze haar baan als managementassistente opzeggen; ze is te moe om nog te werken. Toen het coronavirus opkwam, was de parallel snel getrokken. „Dat een klein gebied in een land zo hard getroffen kan worden, dat doet me pijn. Wat is hier aan de hand?”

Het is de plek waar het coronavirus het hardste toesloeg: Noordoost-Brabant, rondom Uden. Op het kaartje van het RIVM van het aantal ziekenhuisopnames per 100.000 inwoners springt het gebied eruit: elf donkerblauw gemaakte gemeentes, die dicht bij elkaar liggen.

Het nieuwe coronavirus is van dieren naar mensen overgesprongen. Dat brengt de herinnering naar boven aan die andere, recente ziekte die van dieren naar mensen ging: Q-koorts. Vooral besmette geiten en schapen waren de bron daarvan. De infectieziekte kan worden opgelopen door lucht in te ademen waar de Q-koortsbacterie in zit. Tussen 2007 en 2011 werden ruim 4.200 mensen ziek, aldus gegevens van het RIVM. Ten minste 95 mensen zijn overleden aan Q-koorts.

En dan bleek deze week ook nog eens dat in dezelfde regio vijf nertsen op twee grote fokkerijen zijn besmet met corona. Is dat toeval?

Vervuilde lucht vergroot de kans om te sterven aan het coronavirus, werd eerder geconcludeerd door onderzoekers van Harvard University. Er werd een sterk verband gevonden tussen sterfte door Covid-19 en de hoeveelheid fijnstof in de lucht. Ook Italiaanse onderzoekers vonden een verband tussen luchtkwaliteit en het virus: er werden aanwijzingen gevonden dat het virus zich mogelijk kan hechten aan fijnstof.

Volgens Jos van de Sande, voormalig hoofd infectieziektebestrijding in de GGD-regio Hart voor Brabant, is de luchtvervuiling in landelijke Brabantse gebieden groot, mede dankzij intensieve veehouderij. „Daardoor zijn luchtwegen aangetast, en is ofwel de eerste afweer wat minder, ofwel worden mensen met luchtwegproblemen eerder ziek.” Een andere oorzaak zou kunnen zijn, zegt Van de Sande, dat Q-koortspatiënten extra gevoelig zijn voor dit virus.

Lees meer over de Harvard-studie naar het coronavirus en fijnstof

Epidemioloog Lidwien Smit stelde begin deze maand in NRC dat er ook andere oorzaken van de hevigheid van de uitbraak van het coronavirus in het gebied moeten zijn, zoals carnavalsfeesten.

Fijnstof en Covid-19

Er is in Noordoost-Brabant veel bezorgdheid, merkt Annemieke de Groot, directeur van Q-support, de stichting die patiënten met Q-koorts begeleidt en adviseert. Veel Q-koortspatiënten zijn bang. „Het is wel erg toevallig dat al die kaartjes op elkaar passen. Er moet tot op de bodem worden uitgezocht of er een relatie is. En ook als blijkt dat er geen relatie is, en de overeenkomsten toeval zijn, moeten mensen het weten. Want ik merk dat de ongerustheid hier steeds groter wordt.”

„De onzekerheid van toen kwam in alle volledigheid terug”, zegt Ria van den Berg (62). De Bosschenaar kreeg in 2009 een zware griep, met spierpijn en hoofdpijn. Ze ging naar de huisarts, maar het werd niet duidelijk wat ze had. Uiteindelijk bleek het Q-koorts te zijn. Ze had het vermoeidheidssyndroom, dusdanig dat ze de trap soms niet meer opkwam. Elf jaar later kan ze nog maar drie halve dagen per week werken.

Ria van den Berg.

„Vriendinnen raakte ik kwijt, omdat ik afspraken steeds afzegde. Ik ben veranderd, alles is veranderd. Ik heb depressieve periodes gehad, dat ik weer weken met spierpijn en hoofdpijn op de bank lag en dacht: wat heb ik nog voor een leven?”

Voor Van den Berg betekent het coronavirus een déjà vu. „Je kan afstand houden, maar het virus is ergens, net als toen met Q-koorts. Het is onzichtbaar, maar ik weet wat de gevolgen kunnen zijn: dat je hele leven overhoop wordt gegooid.” Ze legt zichzelf een strenge quarantaine op. „Ik wil niet nog een keer ziek worden.”

Dat het aantal coronabesmettingen zo hoog is in het Q-koorts-gebied heeft ze voor kennisgeving aangenomen. „Shit happens.” Ze hoopt dat ze snel weer naar buiten kan, maar vreest dat het lang gaat duren. „Ik ben mijn leven al een keer kwijtgeraakt en dat wil ik niet nog een keer laten gebeuren.”

‘Ik heb Q en wil geen C’

Deverra Jansen.

Deverra Jansen had na enkele moeilijke jaren eindelijk een manier gevonden om met haar ziekte om te gaan. Ze ging de deur weer uit, voor vrijwilligerswerk bij een schrijver. „Dat kan nu niet meer. Ik kan het bijna niet uitleggen, maar het is een heel sterk gevoel, zo van: ik heb Q en wil geen C, ik wil geen alfabet kunnen maken, er gaat geen letter meer bijkomen. Sinds de Q-koorts ben ik me bewust hoe snel je ziek kan worden van iets dat onzichtbaar is. Nu ervaart heel Nederland dat. Het is een totaal andere ziekte, maar door de ongrijpbaarheid van ook dit virus komt de angst toch weer terug.”

De 45-jarige Jansen heeft zelfs al nagedacht wat ze wil dat er gebeurt als ze besmet raakt met het virus. „Ik heb voor mezelf opgeschreven dat als ik het krijg, en ik beademd moet worden, dat voor mij niet hoeft. Ik heb genoeg gehad rond mijn gezondheid. Want na alles wat ik heb meegemaakt met Q-koorts, wil ik niet weer van iets moeten herstellen. Ik hoef er niks meer bij, dit was genoeg.”