Reportage

Hoe Marokko Nederland laat spartelen

Repatriëring Het terughalen van duizenden Nederlanders uit Marokko lukt maar mondjesmaat. „Zet Willem-Alexander in. Alleen dat werkt.”

De eerste repatriëringsvlucht uit Casablanca, Marokko, met een groep Nederlands is geland op luchthaven Schiphol, 27 april.
De eerste repatriëringsvlucht uit Casablanca, Marokko, met een groep Nederlands is geland op luchthaven Schiphol, 27 april. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Het voelde ongemakkelijk: de dankbaarheid die minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) deze week uitsprak nadat Marokko toestemming gaf voor de repatriëring van driehonderd Nederlanders. Allereerst omdat het probleem niet heel veel kleiner is geworden: er zitten nog steeds 2.700 Nederlanders onder soms erbarmelijke omstandigheden vast in Marokko waar zeer strikte maatregelen zijn afgekondigd om het coronavirus te bestrijden. Maar vooral ook omdat er vorige week nog keiharde beschuldigingen over discriminatie klonken vanuit de Marokkaanse regering.

Nasser Bourita, Bloks Marokkaanse ambtgenoot, verweet Nederland donderdag „Marokkaanse burgers met een dubbel paspoort te discrimineren”. Burgers met alleen een Nederlands paspoort zouden beter worden behandeld. Het leidde meteen tot Kamervragen.

Zondag volgde op Twitter Bloks bedankje „aan de Marokkaanse autoriteiten voor de samenwerking”, nadat er voor het eerst in lange tijd een repatriëringsvlucht mogelijk was gemaakt.

Blok probeert duidelijk de confrontatie te vermijden. De afgelopen jaren durfde hij aanvaringen met Marokko nog wel aan. Bijvoorbeeld toen in 2018 zware veroordelingen volgden na massale protesten in het Rifgebergte, het herkomstgebied van veel Marokkaanse Nederlanders. Blok zette daar vraagtekens bij en nam de verontwaardiging uit Rabat voor lief. In de coronacrisis kan dat niet meer: terwijl Frankrijk en Spanje hun burgers wel naar huis weten te halen, laat Marokko Nederland spartelen – en wordt het daarna nog bedankt ook.

Minister Stef Blok (L) en minister Nasser Bourita in Rabat20 April 2018.

foto EPA

Blok heeft geen keus, zegt de Franse historicus en prominente Noord-Afrika-kenner Pierre Vermeren. „Als je iets wilt bereiken in Marokko, dan kun je haast niet anders dan jezelf onderwerpen. Dit is absoluut hoe het werkt.” Een Zuid-Europese diplomaat zegt het zo: „De Marokkanen zijn heel trots - daar moet je rekening mee houden.”

Volgens Vermeren kunnen alle grote conflicten tussen Marokko en EU-landen alleen worden beslecht op het allerhoogste niveau. „Marokko is een extreem gecentraliseerd land, waarin een paar mensen, met bovenaan de koning, de besluiten nemen.” Kom dus niet aanzetten met een minister of lager geplaatste functionaris – staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Migratie, VVD) werd vorig jaar niet eens ontvangen – maar met een president of een premier. Of nog beter: je éigen koning.

Lees ook: hoe staatssecretaris Broekers-Knol botste met Marokkoen daarna met de Tweede Kamer

Rondje over de Herengracht

D66 en GroenLinks, niet de meest koningsgezinde partijen, opperden vorige week dat Willem-Alexander moet bellen met zijn Marokkaanse evenknie Mohammed VI om de impasse te doorbreken. Dat ligt in Nederland gevoelig: het staatshoofd wordt voor handelsmissies ingezet, maar minder in diplomatieke conflicten. Volgens Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66), zelf oud-diplomaat, is dit niettemin „de enige route”.

Er is één alternatief: de Europese Unie. Als die als blok zou optreden, zou dat in Rabat indruk maken, zegt Vermeren. Maar in de praktijk doet de EU dat niet. „Frankrijk en Spanje koesteren de bilaterale, speciale relatie die ze met het land hebben.” De Fransman is enthousiast over het idee om koning Willem-Alexander in te schakelen. „Het is evident dat dit het meest efficiënt zou zijn. Als oude monarchie is Marokko heel protocollair.”

Volgens Vermeren werkt klassieke diplomatie zelden in Marokko. In 2014 liep een ruzie met Frankrijk hoog op toen dat land een onderzoek begon naar een hoge Marokkaanse functionaris, op verdenking van medeplichtigheid aan marteling. Pas toen president François Hollande met koning Mohammed VI sprak, ging de storm weer liggen. Het conflict uit 2002 over het Spaanse Peterselie-eiland – Marokko claimde dat opeens – kon pas worden bijgelegd na interventie van de VS. Sindsdien heeft Mohammed VI geregeld staatsbezoeken gebracht aan Spanje en Frankrijk. Maar in Nederland was hij nog nooit officieel op bezoek, wel als privé-persoon. Beroemd zijn de beelden uit maart 2016 toen hij vanuit een chique hotel in Amsterdam een rondje over de Herengracht liep en met Marokkaanse Nederlanders op de foto ging.

Koning Mohammed VI van Marokko verlaat Nederland na een meerdaags bezoek. Bij vertrek uit zijn hotel gaat hij op de foto met fans voor de deur.

Foto Alexander Schippers / ANP

Lagere uitkeringen

In de afgelopen jaren knetterde het tussen Nederland en Marokko over verschillende dossiers: van een vinnige discussie over de verlaging van Nederlandse uitkeringen aan inwoners van Marokko tot mislukte onderhandelingen over het terugnemen van illegalen. Er was Marokkaanse boosheid over het besluit van een Nederlandse rechter om de van drugshandel verdachte Riffijn Saïd Chaou niet uit te leveren. Beide landen botsten ook hard over de protesten in de noordelijke Rif, waar 80 procent van de 400.000 Marokkaanse Nederlanders vandaan komt.

In 2018 maakte minister Bourita voor het eerst in harde bewoordingen duidelijk dat zijn land niet op „lessen vanuit Nederland” zat te wachten. In de praktijk is Nederland het enige land in Europa waar de regering, politici uit de oppositie, mensenrechtenorganisaties en (sociale) media de schendingen van mensenrechten in het Rifgebied zeer kritisch blijven volgen. In Spanje, Frankrijk, Duitsland en Italië is de Rif geen groot thema.

Al die spanningen zetten Nederland in deze crisis op flinke achterstand. Eind maart meldde de Nederlandse ambassade in Marokko via Facebook dat de grens op slot zit voor „Nederlanders met ook de Marokkaanse nationaliteit” – een bericht dat snel verdwenen was. Marokko, zo bevestigen verschillende bronnen, zou Den Haag hebben gevraagd om een onderscheid te maken tussen burgers met alleen een Nederlands paspoort en Marokkaanse Nederlanders met dubbele nationaliteit - iets wat pertinent zou zijn geweigerd.

De Marokkaanse autoriteiten kwamen de afgelopen weken met verschillende versies van het gebeurde. Mustapha Amadjar, woordvoerder van het Marokkaanse ministerie van Communicatie, liet begin april desgevraagd weten dat „verschillende nationaliteiten” het land mogen verlaten „als beide staten dat overeen zijn gekomen”. „Ik geloof niet dat er voor Nederlanders een uitzondering is”, stelde hij. Een paar weken later liet ‘een hoge ambtenaar’ via nieuwssite Hespress weten dat Nederland op „bevoogdende toon” had geëist dat ook Marokkanen met een dubbel paspoort terug moeten kunnen. En vorige week draaide minister Bourita de zaak zelfs compleet om: niet Marokko, maar Nederland zelf zou voor eind maart bij 25 van de 36 uitgevoerde vluchten burgers met een dubbel paspoort hebben geweigerd.

Het kabinet wil weinig kwijt over vervolgstappen, omdat te veel openheid alle inspanningen om het conflict op te lossen in de weg kunnen gaan zitten. Het kabinet wil ook voorkomen dat er opnieuw ruis op de lijn komt met de Nederlandse ambassadeur Désirée Bonis in Rabat, die steeds in verlegenheid wordt gebracht als er uit Nederland openlijk kritiek komt op de Marokkaanse regering. De komende weken zal Nederland er volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken alles aan doen om de rest van de gestrande reizigers terug te halen. Maar Bloks tegenhanger Bourita liet eerder al weten dat dit wat hem betreft „geen haast” heeft.