Gemeenten zouden criminele families met harde én zachte hand moeten aanpakken

Hans Moors en Toine Spapens

Onderzoekers

‘Sodemieter op, we gaan geen criminelen helpen’, zeggen gemeentes vaak. Maar volgens onderzoek is ook een zachte hand nodig.

Politie, Belastingdienst en defensie deden in november vorig jaar een inval op een woonwagenkamp in het Brabantse Lith, als deel van Operatie Alfa tegen de Brabantse onderwereld.
Politie, Belastingdienst en defensie deden in november vorig jaar een inval op een woonwagenkamp in het Brabantse Lith, als deel van Operatie Alfa tegen de Brabantse onderwereld. Foto Roland Heiting/ANP

De godfather van de Brabantse onderwereld, wordt hij genoemd: Martien R. In november vorig jaar wordt hij klemgereden door een arrestatieteam van de politie, het startschot van een giga-operatie ‘Alfa’, waarbij honderden medewerkers van het OM, politie, defensie en Belastingdienst betrokken zijn. Vijftien mensen worden aangehouden. Ze worden verdacht van lidmaatschap van een criminele organisatie.

Lees ook: Iedereen houdt zijn mond over de godfather uit Oss

Wat opvalt: meerdere familieleden zijn verdacht, waaronder Martiens broer en zijn zoon. In Oss kennen veel mensen de familie R. als de leidende clan van een crimineel gilde dat in Oss al decennia de dienst uitmaakt. Een familie als criminele organisatie. Hoe voorkom je dat georganiseerde criminaliteit van vader op zoon wordt overgegeven?

Naar die vraag deden Anne Boer en Hans Moors van adviesbureau EMMA en de criminologen Rik Ceulen en Toine Spapens van Tilburg University twee jaar onderzoek. De conclusies komen donderdag naar buiten in het rapport Interveniëren in criminele families. De onderzoekers stellen dat criminele families zowel met de harde als de zachte hand moeten worden aangepakt. Dus: opsporing en vervolging, maar ook preventie en hulpverlening. Die twee benaderingen sluiten alleen nog niet goed op elkaar aan.

Ook moet beter gekeken worden naar de buurt waarin de familie woont, om mensen te helpen nee te zeggen tegen de verleidingen van de georganiseerde criminaliteit. „Criminele families kennen twee problemen”, zegt criminoloog Toine Spapens. „Aan de ene kant wordt de criminaliteit er vaak van generatie op generatie doorgegeven. Daarnaast heeft zo’n familie een enorm negatieve invloed op de buurt.”

Lees ook: Iedereen houdt zijn mond over de godfather uit Oss

Het onderzoek gaat in op twee varianten van criminele families. Aan de ene kant de multiprobleemgezinnen, waar minimaal één ouder en één kind kampen met een combinatie van sociaal-economische en psychosociale problemen. Dat zijn volgens de onderzoekers tussen de 1,5 en 3 procent van alle Nederlandse gezinnen. Aan de andere kant de families die actief zijn in de zware criminaliteit, landelijk naar schatting enkele honderden gezinnen.

Veel gemeenten weten vaak wel welke gezinnen zich al decennia bezighouden met criminaliteit, maar dat patroon doorbreken is lastig. „Veel van onze instanties denken in individuen”, zegt criminoloog en historicus Hans Moors. „Dus: Jantje doet iets, en dan ontwikkelen we een aanpak voor Jantje. Of we sturen dertien hulpverleners op Jantje af.” Maar dat werkt niet als dat gebeurt zonder overleg met andere instanties, stellen de onderzoekers. Er moet gekeken worden naar het hele criminele gezin, of de familie, en het liefst ook naar de buurt waarin zij wonen.

Om te zien wat werkt, is ook over de landsgrenzen gekeken. Zo liep er in Italië een project waar kinderen uit maffiafamilies worden geplaatst, ver buiten de regio. In Zweden bleek dat sommige kinderen van criminele families uit de misdaad willen stappen. Zij worden begeleid door maatschappelijk werkers, die de good guy spelen, maar opereren vanuit het politiebureau waar alle informatie wordt gedeeld – en zo nodig wordt opgetreden.

De sleutel is volgens de onderzoekers dat gemeenten per familie een specifieke aanpak opzetten, waarbij hard aanpakken, sociale hulpverlening en de buurt erbij betrekken elkaar aanvullen. Moors bepleit maatwerk binnen zo’n familie: bijvoorbeeld wel straf voor de een, een buitenlandstage voor het andere familielid, om zo kansen te krijgen in de wereld buiten het criminele milieu.

Volgens de onderzoekers is er zelfs binnen families in de georganiseerde misdaad genoeg draagvlak voor een uitweg. „Denk bijvoorbeeld aan moeders die inzien dat een toekomst in de misdaad erg veel nadelen heeft, met name voor hun kinderen”, zegt Moors. Wel denkt hij dat het politiek moeilijk uit te leggen kan zijn om niet alleen repressief op te treden. „Het sentiment is in een gemeenteraad toch nog vaak: sodemieter op, we gaan geen criminelen helpen.”

De samenwerking tussen de „zachte aanpak” van sociale hulpverlening en de „harde aanpak” van politie en justitie is in Nederland nog nauwelijks ontwikkeld, zien de onderzoekers. Spapens: „Er is veel samenwerking aan de kant van misdaadbestrijding, zoals politie, gemeente en Belastingdienst, en de sociale kant werkt goed samen in Zorg- en Veiligheidshuizen. Daartussen loopt een breuklijn en het is lastig daaroverheen informatie uit te wisselen.”

Een belemmering is de privacywetgeving, waardoor bijvoorbeeld de politie geen informatie zou kunnen delen met onderwijsinstanties. Maar dan moet er creatief worden nagedacht om deze te omzeilen.

De onderzoekers komen met het voorbeeld van een gemeente waar een team werd samengesteld met onder meer de wijkagent, de reclassering en scholen. Moors: „Ze hadden dan een informele bijeenkomst over een ‘anoniem’ probleemgezin, waarbij iedereen wist over wie het ging zonder dat er namen genoemd werden. De regels moeten niet worden overtreden, maar de randjes mogen best worden opgezocht.”

Daarbij is het volgens de onderzoekers cruciaal dat een burgemeester zich met het volle gewicht achter de aanpak schaart. Moors: „Ambtenaren moeten het gevoel hebben dat de aanpak topprioriteit is en dat ze desnoods tot aan de rechter beschermd worden.”

Is de troonopvolging binnen de familie dan verleden tijd? „Natuurlijk zijn er families die weten dat ze dankzij hun georganiseerde criminaliteit tien keer per jaar op vakantie kunnen”, zegt Toine Spapens. „Maar ik denk dat door een slimme gemeentelijke aanpak toch een aantal kinderen voor de poorten van de hel kunnen worden weggesleept.”