Opinie

Debat over toekomst van KLM cruciaal voor vervolgsteun

Redding KLM

Commentaar

Voorlopig 2 tot 4 miljard euro. Dat is na weken van geruchten uiteindelijk de steun die luchtvaartmaatschappij KLM krijgt van de Nederlandse staat. Hoewel, krijgt? Het pakket, dat vrijdagavond laat plots werd gepresenteerd, bestaat uit overheidsleningen en overheidsgaranties voor bankleningen. Alles moet dus worden terugbetaald, ooit.

De persconferentie van minister Wopke Hoekstra van Financiën had een ambivalent karakter. Aan de ene kant wist iedereen al weken dat een redding van KLM de regering een lief ding waard is. Het was letterlijk het eerste bedrijf dat Hoekstra noemde toen hij anderhalve maand geleden een steunpakket voor de Nederlandse economie aankondigde.

Aan de andere kant was het exacte moment waarop de steun werd aangekondigd het resultaat van chaotisch overleg met de Franse regering. Die besloot unilateraal de steun aan Air France (7 miljard euro) die avond wereldkundig te maken. Nederland kon niet anders dan snel volgen. Het tekent het gebrek aan coördinatie tussen beide luchtvaartmaatschappijen, die nu al zeventien jaar onder het gezamenlijke holding-dak Air France-KLM doen alsof ze één bedrijf zijn.

De aparte aandacht van het kabinet voor KLM is voor een groot deel terecht. Het bedrijf is, samen met de nationale luchthaven Schiphol, van vitaal belang voor de Nederlandse economie. Het uitgebreide routenetwerk is cruciaal voor het aantrekken van bedrijvigheid naar Nederland. De gezamenlijke werkgelegenheid van KLM en Schiphol (zo’n 120.000 directe banen) zijn daarbij maar het topje van de ijsberg. KLM redden betekent dus voor een deel ook Nederland redden.

Over de voorwaarden waaronder KLM de steun krijgt, moet nog flink onderhandeld worden. Het is evident dat de staat daarbij een belangrijk deel van zijn onderhandelingspositie al heeft weggegeven door te benadrukken hoe cruciaal KLM is voor de Nederlandse economie. Duidelijk is dat KLM af moet zien van bonussen, dividend of winstdeling zolang de steun niet is terugbetaald. Een alleszins redelijke prijs.

Minder helder is in hoeverre de Nederlandse staat de reddingsactie wil gebruiken om van KLM een andere luchtvaartmaatschappij te maken. Er wordt gesproken over verduurzaming, maar hoe dat er precies uitziet, is volstrekt vaag. Duidelijk is wel dat vliegen aan het begin van dit decennium van de 21ste eeuw minder vanzelf spreekt. Het is sowieso de vraag of KLM bedrijfsmatig ooit terug kan keren op het niveau van vóór corona.

Hoe langer Covid-19 de wereld lam legt, des te groter de pijn voor KLM en Air France. Daarom wordt er nu al openlijk nagedacht over de vervolgstap. Die zou kunnen bestaan uit het nemen van een aandelenbelang in de respectieve maatschappijen. Daarmee kan de tamelijk bizarre situatie ontstaan dat onder de gezamenlijke holding, waarin beide overheden elk een belang van 14 procent hebben, twee goeddeels genationaliseerde luchtvaartmaatschappijen komen te hangen.

Tegelijkertijd is het hebben van een belang in een bedrijf bij uitstek geschikt om invloed uit te oefenen, meer dan het verstrekken van een lening. Aandeelhouders hebben stemrecht en kunnen voorstellen van het bestuur blokkeren of goedkeuren.

Het is aan de politiek om te bepalen onder welke voorwaarden zo’n aandelenparticipatie kan plaatsvinden en welke kant het daarna met KLM op moet. Zodat, als het moment daar is, helder wordt hoe KLM, en daarmee Nederland, zich kan gaan ontwikkelen als het virus is geweken.