Recensie

Recensie Vormgeving

De Piketty-torens van Manhattan

Trend architectuur Veertien super-slenders, ultrahoge en slanke woontorens voor de allerrijksten hebben de skyline van New York grondig veranderd. Hoewel ze zijn ontworpen door sterarchitecten, zijn en blijven het trucs om maximaal aan een stukje grond te verdienen.

Manhattan gezien vanaf de Hudson River, met de nieuwe woontorens in de 57ste straat
Manhattan gezien vanaf de Hudson River, met de nieuwe woontorens in de 57ste straat Foto Gary Hershorn/Getty Images

Billionaires’ Row wordt de buurt ten zuiden van Central Park in New York tegenwoordig genoemd. Hier zijn de afgelopen jaren zeven van de vijftien ultrahoge en ultraslanke woontorens voor de superrijken op Manhattan terechtgekomen.

Centrum van de miljardairswijk is de 57ste straat, twee straten ten zuiden van Central Park. Niet ver van Carnegie Hall staan hier drie super-slenders, zoals de nieuwe ultraslanke woontorens worden genoemd, op een rij. De oudste, One57, een balk met blauw glazen gevels en een afgeronde top, kreeg bij de oplevering in 2014 door de gemiddelde vierkante-meterprijs van 40.000 dollar onmiddellijk de bijnaam Billionaires’ Building.

Lees ook: De Nederlandse architectuur is niet ‘supernormaal’

Met een verhouding tussen hoogte en breedte van 8:1 voldoet One 57 niet aan de slankheidseis van minimaal 10:1 die het Skyscraper Museum in New York op de internettentoonstelling New York’s Super-slenders stelt aan woontorens om als superslank te worden gekwalificeerd. Maar omdat One 57, een ontwerp van de Franse architect Christian de Portzamparc, nu eenmaal de eerste, trendsettende slanke woontoren is, is hij toch tot het selecte gezelschap gerekend.

Alle drie woonnaalden in de 57ste straat staan in het teken van de overtreffende trap. Ten westen van de oudste super-slender staat de hoogste woontoren ter wereld, de Central Park Tower (472 meter). Tussen de oudste en de hoogste woonnaalden is de Steinway Tower in aanbouw, de slankste wolkenkrabber ter wereld. Nu staat er nog een werkeloze kraan op die de woontoren een hoogte moet geven van 435 meter als de bouw na de coronacrisis wordt hervat. Hiermee wordt de Steinway Tower niet alleen 55 meter hoger dan het Empire State Building (exclusief de naald van 62 meter), maar ook, met een anorexiale slankheidsratio van 24:1, acht keer zo dun.

Vooral gezien vanuit Central Park lijkt het zuiden van Manhattan nu op San Gimignano

Enkele jaren nadat de Twin Towers in 2001 van de aardbodem waren verdwenen, probeerde Nederlands invloedrijkste architect Rem Koolhaas ook de wolkenkrabber in het algemeen de doodssteek te geven. Kill the skyscraper was de titel van zijn pamflet tegen de wolkenkrabber in zijn boek Content uit 2004. De tirade tegen hoge torens ging vooraf aan een beschouwing over het door zijn bureau OMA ontworpen CCTV-gebouw in Beijing, waarvan de bouw toen net was begonnen. Dit in 2012 voltooide hoofdkwartier van de Chinese staatstelevisie, een 234 meter hoge kolos in de vorm van een immense lus die de inwoners van Beijing al gauw ‘de grote onderbroek’ doopten, presenteerde Koolhaas als een nieuw soort hoogbouw. De klassieke wolkenkrabber in de vorm van een toren was een achterhaald en banaal type gebouw dat zijn beste tijd had gehad, beweerde hij in Kill the skyscraper. Sinds de voltooiing van de Twin Towers (hoogte 417 meter, slankheidsratio 7:1) van de Amerikaanse architect Minoru Yamasaki in 1971 was er „geen enkele nieuwe gedachte of ambitie geïnvesteerd in de wolkenkrabber”, schreef hij. Bij het stukje stond een collage van de Twin Towers zoals ze waren voor hun vernietiging. In een van de gevels was een groot mes gestoken, bloed droop langs de torens.

Nog hoger

Natuurlijk hebben New Yorkse projectontwikkelaars als JDS Development Group, de bouwer van de Steinway Tower, Koolhaas’ oproep om de klassieke wolkenkrabber te vermoorden genegeerd. Alsof ze wilden laten zien dat New York zich niet laat kisten door een stelletje terroristen, hebben ze juist nóg hogere en nóg slankere torens gebouwd dan de vermoorde Twin Towers die van 1971 tot 1974 de hoogste gebouwen van de wereld waren.

Hierbij hebben de torenbouwers handig gebruikgemaakt van de New Yorkse zoning laws. Twee zoneringswetten kent New York. De eerste stamt uit 1916 en werd aangenomen nadat er een aantal grote, hoge kantoorgebouwen waren verrezen die straten in een permanente schaduw hulden. De eerste zoning law schreef voor dat hoogbouw vanaf bepaalde hoogtes moest terugspringen om zonlicht tot de straten van New York door te laten dringen. Hierdoor kregen wolkenkrabbers als het Empire State Building (1931) hun karakteristieke getrapte vorm.

Lees ook: Neobarok botst op minimalisme

De tweede zoning law, uit 1961, stelde een limiet aan de hoogte van nieuwbouw. Maar die grens is niet absoluut. Eigenaren van gebouwen die lager zijn dan de maximaal toegestane hoogte mogen hun ‘luchtrechten’ verkopen aan eigenaren van naburige kavels of gebouwen, zodat die hoger kunnen bouwen dan de limiet. Als een bouwer veel luchtrechten van zijn lage buren opkoopt, kan hij zelfs een ultrahoog gebouw op zijn kavel neerzetten.

Omdat de bouw van hoge, slanke torens buitengewoon duur is, bleef de bouw van super-slenders een halve eeuw lang slechts een theoretische mogelijkheid. Dat de theorie in het afgelopen decennium eindelijk in praktijk is gebracht, komt vooral door de extreme stijging van de vastgoed- en grondprijzen in Manhattan in het begin van de 21ste eeuw. Die ging, niet toevallig, gepaard met de opkomst van een geglobaliseerde elite van Chinese miljonairs, Russische oligarchen, olierijke Arabieren, New Yorkse Wall Street moguls en andere superrijken die bereid zijn om miljoenen dollars te betalen voor een veelal klein appartment with a splendid view. Zo zijn de super-slenders in de hoofdstad van de financiële wereld niets anders dan Piketty-torens, versteende belichamingen van de toegenomen ongelijkheid in de geglobaliseerde wereld.

Uiteraard wonen de allerrijksten het hoogst in de Piketty-torens. De prijs van een appartement in een super-slender wordt niet alleen bepaald door ‘locatie, locatie, locatie’, maar vooral door de hoogte. Zo werd een appartement op een van de hoogste verdiepingen van 432 Park Avenue in 2019 verkocht voor 30,7 miljoen dollar, terwijl eenzelfde appartement halverwege de toren slechts 17,2 miljoen dollar opbracht.

Het duurste appartement in een New Yorkse woonnaald tot nu toe, het penthouse van 220 Central Park South, werd vorig jaar voor 238 miljoen dollar gekocht door een anonieme Qaterees. Vanuit zijn bovenwoning op een hoogte van 290 meter kan hij nu neerkijken op de witte tenten in Central Park waar slachtoffers van het coronavirus worden verpleegd. Maar waarschijnlijk verblijft hij er nu niet; het merendeel van de appartementen in de super-slenders zijn het grootste deel van het jaar onbewoond.

56 Leonard St van Herzog & De Meuron

Foto Herman Bunzing

Banale balken

De Piketty-torens hebben de skyline van New York grondig veranderd. Vooral gezien vanuit Central Park lijkt het zuiden van Manhattan nu op San Gimignano, het Toscaanse stadje met de veertien hoge torens die vooraanstaande Gimignanese families in de Middeleeuwen lieten bouwen om hun macht en rijkdom uit te drukken. Maar al torenen de super-slenders nu machtig hoog uit boven de rest van New York en laten ze zien dat de wolkenkrabber nog lang niet dood is, ze zijn geen weerlegging van Koolhaas’ bewering dat het hier om een banaal gebouwtype gaat. Weliswaar is de meerderheid van de super-slenders ontworpen door sterarchitecten als de Fransman Jean Nouvel en de Uruguayaan Rafael Viñoly, in wezen zijn ze bijna allemaal niet meer dan ultraslanke versies van de vermoorde Twin Towers. Zelfs 56 Leonard Street, de 250 meter hoge woontoren van de Zwitsers Herzog & De Meuron in de wijk TriBeCa, is ondanks zijn spectaculaire top van uitkragende dozen, een ordinaire ‘machine die de grond doet renderen’, zoals de Amerikaanse architect Cass Gilbert (1859-1934) de wolkenkrabber een eeuw geleden definieerde. En de best renderende geldmachine is in de 21ste eeuw nog altijd een rechtopstaande, lange balk die recht omhoog gaat. Net als eens de Twin Towers.