Analyse

CDA is eruit: Brabant gaat over rechts, met FVD

Noord-Brabant krijgt een coalitie van CDA en FVD, samen met VVD en Lokaal Brabant. CDA’ers gaan, met een kleine meerderheid, akkoord. Maar de keuze van de partij is precair.

Thierry Baudet (FvD) tijdens een debat in de Tweede Kamer over de ontwikkelingen rondom het coronavirus
Thierry Baudet (FvD) tijdens een debat in de Tweede Kamer over de ontwikkelingen rondom het coronavirus Foto Bart Maat/ANP

Als uit de formatiesaga in Noord-Brabant een les te trekken valt, is het deze: het huidige CDA wordt het makkelijker eens met andere partijen dan met zichzelf.

Op het eerste oog maakte de partij donderdag een einde aan veel onzekerheid: het CDA gaat in Brabant besturen, met VVD, FVD en eenmansfractie Lokaal Brabant. De bekendmaking van de coalitie was een formaliteit, nadat Brabantse CDA-leden en het afdelingsbestuur woensdag hun zegen geven aan een samenwerking met Forum. De presentatie van het bestuursakkoord en de bestuurders volgt in mei.

De aankondiging van het nieuwe provinciebestuur betekent goed nieuws voor de boeren die het Brabantse CDA vorig jaar onder druk zetten om het vorige college weg te stemmen, wegens een streng stikstofbeleid. Ook de coalitiepartners zijn opgelucht: zij waren al akkoord, hun achterban morde niet. Het gezamenlijke bestuursakkoord lag binnenskamers al een aantal weken klaar.

Maar aan de twist binnen het CDA is nog geen einde gekomen. Ruim 800 Brabantse CDA’ers maakten tot woensdagmiddag gebruik van de mogelijkheid zich in een ledenraadpleging uit te spreken over de samenwerking, zo’n 16 procent van het Brabantse ledenbestand. Van hen sprak 56 procent zich uit vóór de coalitie, 44 procent is tegen.

„Op basis van de resultaten zien we dat een kleine meerderheid aangeeft een samenwerking met FvD acceptabel te vinden”, concludeerde het Brabantse CDA-bestuur in een serie aanbevelingen. Met een belangrijke voorwaarde: de fractieleden moeten „een echte dialoog” organiseren met de achterban over het nog te verschijnen bestuursakkoord. Want de bestuurders proeven ook „een groot wantrouwen vanuit onze achterban richting FvD”.

Steun voor de coalitie, wantrouwen jegens de coalitiepartner. Die dubbele conclusie laat zien hoe precair de positie van het CDA is. Deze week nog voegde een leger partijprominenten zich bij een groeiende groep die niets voelt voor een samenwerking met een partij die geleid wordt door Thierry Baudet, in Brabant of waar dan ook. „Doe het niet! Doe het niet!” schreven zij in een open brief. Onder hen waren oud-ministers Ernst Hirsch Ballin en Hanja Maij-Weggen en partijleden die de afgelopen jaren meedraaiden in de top van het Brabantse CDA.

Lees ook: CDA’ers zeggen: ‘Doe het niet! Doe het niet!’

Ze wezen op Baudets politisering van de rechtspraak en het onderwijs, op een recente uitzending van Zembla, op een talkshow van GeenStijl waarin Baudet het CDA onlangs onderdeel noemde van een „cultuurmarxistische linkse mainstream” die uit is op „de vernietiging van Nederland”.

Hun verzet liep op niets uit, maar ze legden er een diepe scheidslijn mee bloot. Eentje tussen twee CDA’s. Een CDA dat een nieuwe boodschap in het politieke midden zoekt met begrippen als ‘rentmeesterschap’ en ‘gemeenschapszin’ – en een CDA dat graag een stem wil geven aan de boze boer en ontevreden burger. Een partij waarvan de hoogste vertegenwoordigers zich soms openlijk uitspreken tegen coalities met nieuwkomers op rechts – en een partij die tegelijkertijd probeert kiezers terug te winnen van FVD en PVV.

Welk CDA krijgt het voor het zeggen? Vorig jaar knetterde het over die vraag al flink op het partijcongres naar aanleiding van een nieuw discussiestuk, Zij aan Zij, maar een antwoord is er niet. De partijtop ziet vooral moeilijke keuzes die de achterban verdelen.

Kleur bekennen in Brabant

Keuzes bovendien, merken CDA’ers zelf als eerste op, die de partij vooralsnog moet maken zonder stevig leiderschap. Partijleider Pieter Heerma, de tijdelijk opvolger van de vorig jaar vertrokken Sybrand Buma, is nadrukkelijk een tussenpaus. Hij legt de partij niet vast op één koers, partijvoorzitter Rutger Ploum evenmin. Dat verandert vermoedelijk pas onder een nieuwe leider, en die wordt niet voor het najaar bekend – Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra gelden als topkandidaten.

Maar door Noord-Brabant moest de partij nú kleur bekennen. Kiezen voor de boeren en Forum – of de andere kant op. Publiekelijk probeerde de Haagse partijtop zichzelf de afgelopen maanden op afstand te zetten van het formatieproces. „Het is aan Brabant”, zei Heerma. Hij vervolgde: hij zou er geen veto over uitspreken. En De Jonge, die al eens gezegd had dat hij een landelijke coalitie met CDA en FVD ‘niet zag gebeuren’, constateerde dat in Brabant boeren „in de knel raken”. Daar moest het Brabantse CDA voor opkomen – met wie dan ook.

In de praktijk lopen landelijke en provinciale CDA-rollen in Brabant regelmatig door elkaar heen. Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg kwam op bezoek bij de Statenfractie, de naam van een ander Kamerlid – Erik Ronnes – doet de ronde als kandidaat-gedeputeerde. Dat voedde precies de angst die bij de Brabantse tegenstanders van samenwerking al langer leeft: hun provincie als proeftuin voor een landelijk een-tweetje tussen CDA en Forum voor Democratie. „De eerste stap op een hellend vlak is vaak de fatale stap”, stelden de briefschrijvers deze week.

Blijft de Brabantse coalitie een open wond of kan de partijtop de boel snel helen? Interim-leider Heerma gelooft het laatste, liet hij eerder in televisieprogramma WNL op Zondag weten. „Ik durf wel te voorspellen, wat er ook uitkomt: als dat college er een paar weken zit, hoor je er niemand meer over.” Dat is, ook na de formele instemming van de leden, de vraag.