Bordspel met ruimte voor geëtter

Speeltips Met Tiny Towns probeer je een rustiek dorpje te bouwen – en je medespelers lekker dwars te zitten.

Beeld HENK ROLLEMAN

Een bordspel waarin je rustieke dorpjes bouwt voor schattige bosdieren. Hoe intens kan dat zijn? Behoorlijk! Tiny Towns is een hersenkraker met de kick van een kop espresso.

Iedere speler beheert een speelvlak van vier bij vier. Doel is om dat vol te bouwen met taveernes, bakkerijen en andere pittoreske gebouwen. Die bouw je door blokjes grondstoffen in specifieke patronen te leggen. Een feestzaal bijvoorbeeld bestaat uit drie blokjes in een rechte lijn: hout, hout en glas.

Spelers noemen om de beurt een grondstof die álle spelers op hun speelvlak kunnen plaatsen. Daar zit ruimte voor geëtter: door grondstoffen te noemen waar een tegenspelers niet op zit te wachten kun je elkaars plannen dwarsbomen. ‘Echt, alweer hout? Waarom geen baksteen?’

De grootste tegenstander in Tiny Towns ben je zelf. Het speelvlak blijkt vroeg of laat te klein voor al je wensen. Op het lege terrein leek alles nog mogelijk, nu zijn hoekjes onbereikbaar en blijven grondstoffen onbenut. Gebroken dromen, verlaten bouwplaatsen en een gemankeerd dorp als eindresultaat. Er is niets schilderachtigs aan, maar het is wel de magie van Tiny Towns. (LB)

Tiny Towns, White Goblin Games, 1-6 spelers, 40 euro