Belastinggeld naar start-ups, is dat wel een goed idee?

Steun De overheid trekt 200 miljoen euro uit voor kredieten aan snelgroeiende techbedrijven. Investeerders kijken met gemengde gevoelens toe.

Prins Constantijn van Oranje is het gezicht van de start-uplobby in Nederland.
Prins Constantijn van Oranje is het gezicht van de start-uplobby in Nederland. Foto Hollandse Hoogte/Laurens van Putten

Is het ministerie van Financiën plots een durfkapitalist geworden? Deels wel, nu investeringsfonds Invest-NL dinsdag aankondigde 100 miljoen euro aan overbruggingskredieten voor beginnende Nederlandse technologiebedrijven beschikbaar te stellen.

Het door oud-minister Wouter Bos geleide Invest-NL is met 1,7 miljard euro het grootste investeringsfonds van Nederland. Het fonds, opgericht in januari, is in eerste instantie bedoeld om bedrijven die meehelpen aan de energietransitie van kapitaal te voorzien.

Die doelstelling wordt nu „verbreed”, zei Bos dinsdagmiddag in een online panel, waarin hij samen met staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA) en start-upambassadeur prins Constantijn van Oranje vragen van techondernemers beantwoordde. Invest-NL, waarvan het ministerie de aandeelhouder is, beoordeelt nu plannen van techbedrijven die meer dan 2 miljoen euro krediet nodig hebben en getroffen worden door de crisis. Vóór de coronacrisis zei Bos nog dat bedrijven „voor minder dan 5 miljoen niet aan hoeven te kloppen” bij zijn fonds.

In januari sprak NRC met Wouter Bos bij de start van Invest-NL: ‘Voor minder dan 5 miljoen hoef je hier niet aan te kloppen’

De 100 miljoen van Invest-NL komt bovenop de 100 miljoen die Economische Zaken al toezegde, specifiek voor snelgroeiende techbedrijven. Deze ‘start-ups’ en ‘scale-ups’ kunnen geen aanspraak maken op de NOW-regeling. Die is pas van kracht als een bedrijf kampt met meer dan 20 procent omzetdaling. Veel jonge techbedrijven hebben nauwelijks omzet, omdat ze hun product nog volop ontwikkelen.

De steun wordt gegeven in de vorm van kredieten, die in principe moeten worden terugbetaald. Bedrijven die meehelpen aan CO2-reductie, veel aan onderzoek en ontwikkeling doen of zorgen voor banengroei, krijgen voorrang. Wouter Bos: „We doen mee zodat deze bedrijven aan ontwikkeling kunnen blijven doen en niet afhankelijk zijn van aarzelende durfkapitalisten.”

De kans dat het geld nooit terugkomt, is relatief groot: een groot deel van de start-ups bestaat niet langer dan drie tot vijf jaar. Alleen door de uitschieters kan de private markt die risico’s dragen. Deze unicorns – techbedrijven die meer dan een miljard dollar waarde vertegenwoordigen – dekken doorgaans de verliezen door de bedrijven die het niet redden.

Dichte deuren

Maar, zegt de overheid: we kunnen niet anders. De markt voor venture capital zit door de coronacrisis op slot. Werd vorig jaar nog een recordbedrag van 1,5 miljard euro in start-ups gestoken, bedrijven nu die geld nodig hebben voor groei, staan plots voor dichte deuren. En dat brengt „de motor van de economie van morgen in gevaar”, zegt Lucien Burm van branchevereniging Dutch Startup Association (DSA). „En in deze tijden komt morgen heel snel dichterbij.”

Om die motor draaiend te houden, tasten overheden in heel Europa in de portemonnee. Het Verenigd Koninkrijk trok onlangs 1,4 miljard euro uit voor start-ups. Frankrijk: 4 miljard. Duitsland: 2 miljard. En Nederland, nu: 200 miljoen euro.

Veel te weinig, liet de DSA dinsdagavond weten in een brief aan premier Rutte. Volgens de vereniging is 1,6 miljard euro nodig om „de concurrentiepositie én het toekomstig verdienvermogen van Nederland veilig te kunnen stellen”.

Desondanks is de start-uplobby erin geslaagd buiten de reguliere steunmaatregelen om een eigen fonds te stichten. Start-ups zijn goed georganiseerd, met prins Constantijn als uithangbord. Hij wist eerder de overheidssubsidie voor zijn organisatie TechLeap – opgericht om ‘start-ups te ondersteunen’ – van 1 miljoen naar 8,75 miljoen euro per jaar op te krikken.

Dat ging, vertelde Constantijn vorig jaar tijdens techbijeenkomst Founders Plus, met „de nodige appjes” naar Rutte. De lijntjes met de premier en staatssecretaris Keijzer zijn kort, zo blijkt wel vaker. Rutte liep eerder dit jaar een tijdje rond op oranje All Stars die hij bij een TechLeap-evenement in januari had gekregen. Keijzer vloog vorig jaar mee naar gadgetbeurs CES in Las Vegas, samen met de prins en vijftig Nederlandse start-ups.

Het is een spel

Investeerders kijken intussen met gemengde gevoelens naar de verantwoordelijkheden die de overheid naar zich toetrekt. „Het is tijdelijk nodig, maar ik weet niet of ik het goed vind”, zegt investeerder Alexander Ribbink van Keen Venture Partners. „Ondernemen is in de kern iets wat je doet zonder overheidsgeld.”

Dat de overheid investeert in start-ups is niet nieuw. Via regionale, nationale en Europese fondsen staken overheden al honderden miljoenen euro’s in Nederlandse techbedrijven. „De grootste verschaffer van durfkapitaal in Europa is de overheid”, zegt Simone Brummelhuis van investeringsfonds Borski Fund. „Belangrijk is wel dat de uitvoering vooral bij private partijen blijft liggen.”

Door de coronacrisis neemt de rol van die overheid wel toe. En daarin liggen risico’s besloten, vrezen investeerders. Zo kunnen bedrijven actief blijven die anders door natuurlijke selectie zouden zijn afgevallen. Of de overheid wordt zelf te veel speler, in plaats van vooral opsteller van spelregels.

„Ik roep al een jaar of twee, drie: het gaat te lang te goed”, zegt Kees Koolen – oprichter van Booking.com en nu investeerder in twintig à dertig bedrijven per jaar. „In crisistijd worden ideeën op de proef gesteld.” Toch steunt Koolen de nieuwe regeling wel, zegt hij, omdat de overheid alleen leningen verstrekt en niet mee-investeert. Maar in principe vindt hij investeren „een spel, dat de overheid niet moet willen verstoren”.

De vraag is of het hierbij blijft of dat de overheid snel met meer geld over de brug komt. Wouter Bos hield alvast een deur open naar meer steun voor de techsector, zei hij dinsdag in het panel. „Laten we hiermee beginnen. Als het niet genoeg blijkt te zijn, gaan we weer kijken.”