Opinie

Alles van woorden is weerloos

Claudia de Breij

Tijdens de jaren tachtig stond tussen torenflats op een van de vele Overvechtse dreven de tandartspraktijk van Mevrouw Kanka-Krus. Met een zwaar Tsjechisch accent en een brede glimlach vertelde ze mij eens per half jaar dat ik héle mooié tandjés had. En goed moest blijven poetsén. Daarna gingen mijn ouders weer op gedempte toon met haar praten, en dan vielen mystieke termen als ‘Praagse Lente’ en ‘Jan Palach’. Ik begreep er niets van, maar wel dat Mevrouw Kanka-Krus een soort held was. Zij was in elk geval vluchteling, en de toon waarop mijn ouders dat woord uitspraken was vol ontzag.

Een vluchteling, daar wil je voor ópkomen.

Mijn ouders, losjes meanderend tussen links en rechts van het politieke midden, leerden ons dat. Vluchteling, dat wil niemand graag zijn, dus wie het is die moet je helpen.

Er zitten vandaag vluchtelingen, kinderen zelfs, zonder ouders in een kamp op een Grieks eiland. Alleen, in een tent, in de kou (vergeef me het cliché, maar het is geen beeldspraak. Ze zitten nou eenmaal in de fakking kou. Zij zouden het zelf ook leuker vinden als het maar een metafoor was). En die vluchtelingen vangt de Nederlandse regering, ook al willen verschillende gemeenten ze graag hebben, niet op. Een vluchteling, daar wil je niet meer voor opkomen, daar wil je vanáf komen. Het woord heeft een tegenovergestelde betekenis gekregen.

Datzelfde dreigt nu te gebeuren met het woord ‘kwetsbaren’. De kwetsbaren, daar wilde je voor zorgen, vroeger. Die waren namelijk al kwetsbaar en dat wil niemand zijn, dus wie het wel is, die moet je helpen. Zo was het, tot de wereldwijde coronapandemie vooral ouderen en kwetsbaren leek te treffen – terwijl de rest van ons, jong en sterk, óók veel minder verdiende door die narigheid. Mochten de kwetsbaren ons wel zoveel kosten?

Waren ze de economische schade wel waard? De vraag werd gesteld. Niet door arme mensen, niet door de verliezers van de globalisering. Nee, de vraag werd gesteld door de winnaars. Rijke mensen. Nou ja, paupers met geld. Ondernemers, stomverbaasd dat hun vraag weerstand opwekte.

Zeker. Weet je wat, die 65-plussers en kwetsbaren kosten sowieso heel veel geld. Laten we degenen die de pandemie overleven alsnog preventief ruimen. Binnen een paar jaar zijn ze geldverslindend ziek en dement. Dood aan de kostenposten! Dat zal de economie goed doen.

Vluchtelingen en kwetsbaren zijn volgens dit vocabulaire slecht, maar zorgpersoneel bestaat in deze newspeak louter uit ‘helden’.

Wat een onzin. ‘Zorg’ is als woord al groot en mooi genoeg. We hoeven ze geen ‘helden’ te noemen. Ze waren het allang, omdat ze, zonder voortdurend aan zichzelf en hun portemonnee te denken, zorgden. Later, als ik gelijk destijds dr. Loe de Jong mijn standaardwerk over goed en fout tijdens de coronapandemie uitbreng, lezen we het wel. Wie nu zorgt, die dan leeft.

Claudia de Breij is cabaretier en schrijver.