Aafke Romeijn: ‘Ik ben bang dat de hele culturele sector omvalt’

Openhartig Muzikante en schrijfster Aafke Romeijn (33) maakte samen met haar zus Anneke Romeijn een podcast over het oorlogsverleden van haar overgrootouders (De familie Romeijn, vanaf 1 mei). Ze beantwoordt acht vragen, vrij naar Marcel Proust.

Foto Marc Deurloo, bewerking NRC

Wat is je huidige gemoedstoestand?

„Ik begin een soort van berusting te voelen aangaande de situatie van nu. In het begin gaf ik vol gas om alles geregeld te krijgen, daarna kreeg ik paniekaanvallen. Ik wil werken, op volle kracht bezig zijn. Ik ben bang dat de hele culturele sector omvalt, die had al geen vet meer op de botten.”

Wanneer heb je voor het laatst gehuild?

„Twee weken geleden, toen ik zo in paniek was. Ik kamp al mijn hele leven met depressies maar het ging de laatste jaren heel goed. Ik ben bij de crisisdienst geweest en toen ik thuiskwam heb ik een potje gejankt. Ik heb nu angstremmers en het gaat beter.”

Wanneer was je het gelukkigst?

„Vanaf het moment dat ik mijn man leerde kennen, zo’n zeven jaar geleden. Ik heb een leuke vent, een leuke dochter, een fijn huis, doe het werk dat ik wil doen. Ik beleef veel plezier aan structuur en een goede planning. Inhoudelijk schiet mijn werk alle kanten op, daar vind ik chaos prettig. Voor de rest wil ik dat alles zoveel mogelijk vastligt.”

Wat is het fijnste moment van de dag?

„Als ik naar bed ga. Dat ik kan gaan liggen en niks meer hoef.”

Hoe moedig ben jij?

„In een acute stresssituatie waarin anderen gevaar lopen, blijf ik ijzig kalm. Ik ben ooit als caissière van een tankstation overvallen, met een mes op m’n keel. Ik reageerde koelbloedig. Betreft het mezelf, dan zijg ik neer, met de dekens over mijn hoofd.”

Waarvoor wil je vechten?

„Voor mijn dochter, en voor mijn politieke idealen. Mijn ouders waren betrokken bij hun omgeving en er werd aan tafel met mij en mijn twee zusjes altijd over politiek gepraat. We leerden dat je niet alleen voor jezelf leeft, maar dat je onderdeel bent van een gemeenschap en die zelf mede vormgeeft. Toen ik zeven was, zette ik al een handtekeningenactie op in het dorp tegen de walvisjacht in Noorwegen. Omdat de walvissen zelf geen stem hebben. Ik ben niet opgevoed met een schuldgevoel over het onrecht in de wereld, wel met een verantwoordelijkheidsgevoel dat je er zelf iets aan kunt veranderen.”

Bid je weleens?

„Jazeker. Tot een rooms-katholieke God. Ik ben er niet mee opgevoed, maar als kind heb ik altijd met God gesproken. Nu ik ouder ben, voel ik sympathie voor de gemeenschapsvormende rol van de kerk, de gezamenlijke rituelen. Betekenis leggen in handelingen, daar kan je veel troost en houvast uit halen. Ik weet niet of ik me ga laten dopen. De misbruikschandalen, de vorige paus – dat hield me altijd tegen. Veel mensen in mijn omgeving vinden het ook maar een raar idee. Het is niet rationeel.”

Geloof je dat uiteindelijk alles goed komt?

„Dan moeten we eerst ‘goed’ definiëren. Goed voor wie? Voor de planeet? Voor de mensen? Van hier of uit arme landen? Uiteindelijk eindigt alles, en dat is goed. Omdat dat nu eenmaal de loop der dingen is.”