Welke films zijn te maken op een anderhalvemeterset?

Filmen op anderhalve meter In mei begint het opnameseizoen van Nederlandse film- en tv-producties. Achter de schermen wordt druk gewerkt aan een ‘coronaprotocol’.

Scènes uit ‘Paris, Texas’ links, ‘Silence of the Lambs’ rechts, ‘Star Trek II: The Wrath of Khan’ voorpagina.
Scènes uit ‘Paris, Texas’ links, ‘Silence of the Lambs’ rechts, ‘Star Trek II: The Wrath of Khan’ voorpagina. Foto’s Hollandse Hoogte

In de Verenigde Staten is regisseur Steven Soderbergh aangetrokken als hoofd van het ‘Coronavirus Committee’, een door de filmindustrie opgezette denktank die richtlijnen moet opstellen over hoe de filmwereld in beweging kan komen op het moment dat Covid-19 tot rust komt.

Dat ze daar de bedenker van pandemiefilm Contagion (2011) voor hebben gevraagd is niet verwonderlijk: filmmakers hebben een zesde zintuig voor wat-als-scenario’s en Contagion was de afgelopen een van de bestbekeken films bij streamingdiensten. De film is zó herkenbaar, en aan het einde zó hoopvol, dat hij momenteel, misschien wel meer dan tien jaar geleden, de juiste snaar raakt.

Lees ook de column van Coen van Zwol over onder meer ‘Contagion’: Film in tijden van corona

Niet alleen in de VS maar overal ter wereld worden op dit moment protocollen opgesteld voor het geval de filmindustrie de komende maanden weer kan opstarten. In Nederland ligt niet de hele audiovisuele wereld stil: er worden tv-programma’s gemaakt, nieuwsreportages, documentaires met kleine crews en her en der nog wat commercials, evenals allerlei vormen van quarantainecinema, waarvoor makers van naam hun eigen huis als set inrichten.

Nederlandse beroeps- en brancheverenigingen schreven een enquête uit om te inventariseren hoe voor alle beroepsgroepen een veilige en hygiënische ‘anderhalvemeterset’ eruit moet zien, van locatiemanager tot runner, van setdresser tot make-up en geluid. En niet te vergeten de acteurs. Want, zo leert een eigen rondvraag bij zo’n vijftien Nederlandse producenten en regisseurs: de logistiek is wel op te lossen, maar acteren is een contactberoep. Als acteurs consequent op anderhalve meter van elkaar blijven, dan heeft dat gevolgen voor de stijl van de film (afstandelijker, zelfs als je met lange lenzen close-ups draait). En daardoor ook op de inhoud van het verhaal.

Regisseur en producent Johan Nijenhuis heeft verschillende projecten in diverse stadia van productie. Luizenmoeder en Zwanger & Co, die hij zoals gepland in september hoopt te kunnen draaien. Verliefd op Bali, die wegens de locatie „waarschijnlijk de eerste titel wordt die we flink moeten gaan doorschuiven”. Marokkaanse bruiloft, die momenteel nog gefinancierd wordt. „Eerst maar een grap. Op pornosets werd na de aidsepidemie in de jaren tachtig eerst met condooms gefilmd. Later werden acteurs ter plekke op hiv getest. Misschien zullen binnenkort twee acteurs die elkaar moeten kussen eerst een Covid-19-test moeten doen.”

Voor Nijenhuis zijn als regisseur andere vragen van belang: hoe breng je iets in beeld, hoe ziet de wereld eruit als de film uitkomt? Is anderhalve meter dan het nieuwe normaal? „In dat geval zou een film waarin alle personages afstand houden heel naturel zijn. Maar als er een vaccin komt en we elkaar over een jaar weer een hand kunnen geven, voelt een anderhalvemeterfilm als een statement. Dan moet je verhaal er ook echt over gaan.” Elke ochtend een coronatest, een crew met mondkapjes, de hele ploeg eerst een paar weken in quarantaine zoals nu op Chinese sets gebeurt: de logistiek is volgens Nijenhuis wel op te lossen: „Een kapitein op een schip is ook een paar maanden weg.”

Scène uit ‘Star Trek II: The Wrath of Khan’. Foto Getty Images

Voordat we ons met dat soort vragen bezighouden, zegt producent Maarten Swart („Bon Bini Holland 3 is voorlopig van de baan”), moet je weten of je die anderhalvemeterfilm überhaupt gefinancierd of beter gezegd, verzekerd krijgt: „Covid-19 valt nu buiten de reguliere productieverzekeringen. Bij kleinere producties kunnen bepaalde beperkingen de creativiteit prikkelen, maar dat geldt niet voor alle films. Een grote productie als Een schitterend gebrek (naar het boek van Arthur Japin) is onverzekerd niet te doen. Je moet sociale modellen ontwikkelen, vormen van risicodeling. Protocollen die nu worden ontwikkeld kunnen helpen bij het opstellen van de verzekeringsvoorwaarden.”

Hoe die protocollen eruit gaan zien moet in de loop van mei duidelijk worden. Afgelopen week werd bekendgemaakt dat de film en audiovisuele branche onder leiding van ex-Filmfonds-directeur Doreen Boonekamp een werkgroep is gestart die de aanbevelingen van de verschillende beroepsgroepen in de film in een ‘parapluplu-protocol’ moet omzetten. Ook zij beklemtoont dat er „praktische en logistieke handvatten moeten komen”. De consequenties zijn duidelijk: „Je hebt meer spullen nodig, je kunt minder draaien op een dag, je hebt kleinere crews die elkaar bovendien afwisselen, dus er zullen nieuwe begrotingen moeten worden gemaakt die met financiers en verzekeraars moeten worden afgestemd.”

De verzekering trok ook voorlopig de stekker uit Methusalem, het lange filmdebuut van regisseur Floor van der Meulen en producent Derk-Jan Warrink, een internationale coproductie met Italië en Slovenië die 8 april z’n eerste draaidag zou hebben. Warrink: „Wij hadden eind februari tijdens de Berlinale onze eerste coronabespreking. Onze hoofdpersoon is in de zeventig en valt dus in de risicogroep. Kort daarna gingen de grenzen met Italië dicht.”

Scène uit ‘The Silence of the Lambs’. Foto Hollandse Hoogte

Ook Van der Meulen heeft nagedacht over de optie om met de filmploeg in quarantaine te gaan: „Deze film speelt zich af in een geïsoleerde omgeving, dus dat onderdeel laten zijn van je voorbereiding kan heel inspirerend werken. Je hebt bijvoorbeeld veel meer tijd voor repetities, dat is ongekend in Nederland. Maar hoe ver zijn mensen bereid te gaan?” Warrink voegt toe: „Het thema van de film heeft raakvlakken met de situatie waarin we ons nu bevinden: ouderdom, dood, voltooid leven. We hebben het er wel over hoe onze ideeën daarover veranderen, onder invloed van corona.”

Documentairemaker Coco Schrijber zit „op een Italiaans eiland in totale lockdown”. „Middenin de natuur, maar ik mag niet eens naar buiten om te wandelen.” Haar isolatie is min of meer vrijwillig. Toen de coronamaatregelen eraan kwamen vertrok ze uit Nederland om in alle rust en eenzaamheid verder te werken aan haar film Look What You Made Me Do, geïnspireerd door een schilderij van Artemisia Gentileschi. „Ik werk niet anders dan normaal. Filmmaken is 10 procent draaien en 90 procent nadenken. Die tijd heb ik nu.” Dat ze eigenlijk deze maand in Italië zou draaien neemt ze op de koop toe. „Ik ben blij dat ik meer tijd heb. Je bent als filmmaker altijd in gevecht met je eigen tempo. Mijn manier van filmen maakt het misschien iets makkelijker om straks weer te starten. Ik werk met een kleine crew. Die staat te popelen. Maar nu maak ik eerst een ‘hangmatmontage’ van het materiaal dat we al hebben. Ik observeer mijn eigen reacties. Op de situatie en op mijn werk. Ik ben benieuwd waar deze situatie me toe in staat zal stellen.”