Reportage

Nieuwe patiënten mijden de ggz, bestaande patiënten vallen soms buiten de boot

Psychiatrische zorg Psychiaters en psychologen maken zich zorgen. Er melden zich sinds de coronacrisis veel minder nieuwe patiënten. De meeste patiënten behandelen ze nu digitaal. Werkt dat wel?

Het grotendeels lege kantoor van GGZ Noord-Holland-Noord in Alkmaar.
Het grotendeels lege kantoor van GGZ Noord-Holland-Noord in Alkmaar. Foto’s Daniel Niessen

Ochtenden vormen de graadmeter voor haar gemoedstoestand. Aan de moeite die opstaan sinds een paar weken kost, merkt Pauline (57) dat ze weer depressief wordt. Op sommige dagen ziet ze vanuit haar bed de ochtend middag worden. Dat onheilspellende gevoel begon vlak voor de coronacrisis uitbrak, maar toen bezocht ze haar psycholoog nog twee keer per maand. Ze kon ook nog naar de bibliotheek. Daar gaf ze als vrijwilliger ouderen computerles.

„Voor mij maakt het heel veel uit dat ik mijn psycholoog nu niet meer zie”, zegt ze. Pauline werd 23 jaar geleden gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis. Haar vriendengroep is klein, met „twee of drie personen”. „Elk menselijk contact is er één voor me.” Haar psycholoog belt haar eens in de twee weken. Maar dat is „meer een gesprekje”. „Niet echt een behandeling.” Dat was „tot nu toe genoeg”, zegt Pauline. „Maar ik voel dat ik verder naar beneden word getrokken.”

Behandelaren zeggen zich zorgen te maken over het „psychisch lijden in Nederland”. Het aantal aanmeldingen van nieuwe cliënten bij ggz-instellingen nam sinds de coronamaatregelen van 23 maart sterk af. Bij sommige ggz-instellingen halveerden de nieuwe inschrijvingen in een maand tijd, soms „honderden” aanmeldingen minder per instelling. Behandelaren vrezen op termijn „een stortvloed” aan nieuwe aanmeldingen en ook aan crisismeldingen.

Mensen die wel onder behandeling zijn, krijgen door de coronacrisis niet altijd de zorg die zij nodig hebben. Psychiaters en psychologen zien hun patiënten vaak niet meer in levenden lijve, maar behandelen ze meestal vanachter een telefoon, computer of iPad. Dat is lang niet voor alle mensen effectief. Met sommige patiënten is bovendien nauwelijks contact mogelijk omdat ze geen telefoon hebben of die niet opnemen.

Lees ook: Mensen die in instellingen wonen, hebben het zwaar met de coronamaatregelen

Behandelaren vermoeden dat mensen door de coronacrisis met andere problemen niet meer langs de huisarts durven. Ze vrezen dat die het te druk heeft met de corona-uitbraak of dat ze in de behandelkamer besmet kunnen raken.

Sommige mensen met geestelijke problemen hebben geen ziektebesef of mijden zorg. Omdat iedereen binnen zit, blijven zij langer buiten beeld.

Veel mensen, zegt een woordvoerder van MIND, de koepel van cliënten- en familieorganisaties in de ggz, „vragen pas om hulp als ze er volledig doorheen zitten”. In een onlangs verschenen enquête van MIND zegt ongeveer de helft van de duizend respondenten de laatste weken meer last te hebben van klachten als slapeloosheid, angst en depressiviteit.

Mensen kunnen psychisch lijden in een crisisperiode wel even wegzetten, zegt Ardan Miedema. Hij is psychiater en directeur van GGZ Noord-Holland-Noord. „Met pijn kun je ook langer rondlopen als je weet dat anderen op de intensive care aan het doodgaan zijn.” Dat betekent niet dat het weggaat, of dat het goed gaat, zegt Miedema, „maar het kan wel”.

Gedeelde smart

Meer dan een miljoen mensen in Nederland krijgen een vorm van zorg van de ggz. Onder hen zijn mensen met milde stemmingsstoornissen die een paar keer langs de psycholoog gaan maar ook mensen met zware psychische nood die niet meer zelfstandig kunnen wonen. In het hele land zien behandelaren hetzelfde patroon: aan het begin van de corona-uitbraak bleken patiënten juist ontzettend weerbaar. „Wij zijn altijd angstig, zeiden patiënten tegen me, nu zijn jullie dat ook”, zegt psychiater Remke van Staveren. „Een soort gedeelde-smart-achtig-iets.”

Veel ggz-instellingen gingen binnen no time digitaal. De zorg bij GGZ Noord-Holland-Noord, verantwoordelijk voor de geestelijke gezondheidszorg voor mensen van Hoofddorp tot Texel, veranderde in een paar dagen. Waar eerst 4 procent van de behandelingen online werd gegeven, is dat nu 80 procent. Directeur Miedema vertelt dat ook veel behandelaren die voor de crisis sceptisch waren, nu bereid waren te digitaliseren. Zelfs de groepsbehandelingen gingen al snel weer door. Niet via de omstreden video-app Zoom, maar in een eigen, beveiligde omgeving, die al voor de coronacrisis was opgezet.

Maar een paar weken later bekruipt Miedema en collega-behandelaren een nieuw gevoel: zijn we nu niet naar de andere kant doorgeslagen?

Want natuurlijk zijn er mensen die je goed digitaal kunt behandelen, bij sommige patiënten gebeurde dat voor de coronacrisis al, maar „een grote groep bereik je niet”, zegt Wiepke Cahn, hoogleraar lichamelijke gezondheid bij psychiatrische aandoeningen en voorzitter van de taskforce Covid-19 van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP).

Psychiater Michiel van der Hout, werkzaam bij Antes in Rotterdam, zegt dat hij bij sommige van zijn patiënten vooral bezig is met „rust creëren”. „Prima voor een paar weken, maar niet voor langer.”

Van der Hout vertelt over een patiënt die medicatie weigert en niet opgenomen wil worden. „Aan de telefoon zijn we nu binnen dertig seconden klaar. Gaat allemaal goed, zegt hij dan.” Maar als de psychiater hem zou kunnen bezoeken, zou hij waarschijnlijk zien dat hij hallucineert, in zichzelf praat, niet stil kan blijven zitten, zichzelf wellicht pijn doet. Bij twijfel gaat Van der Hout op huisbezoek.

‘Ik doe mijn patiënten tekort’

Behandelaren zeggen dat de telefoongesprekken zakelijker en afstandelijker voelen. Hoe gaat het thuis? Hoe zijn de omstandigheden? Hoe gaat het met je man of met je kinderen? Voel je de muren al op je afkomen? „Maar je hebt niet echt de gelegenheid om iets meer de diepte in te gaan”, zegt psychiater Jacco Tulp. Hij werkt in de Bollenstreek. Tulp zegt dat hij het gevoel heeft dat hij zijn patiënten tekort doet.

Van der Hout sprak ook met patiënten die niets van corona wisten. Ze hadden hun internet en televisie uit huis gedaan. Wat doe je dan? „Je probeert ze zo goed mogelijk voor te lichten, dat ze zich aan de regels van de overheid moeten houden. De meesten begrijpen het wel. Ze zijn ziek, niet dom.”

Ook Tulp vreest, net als veel van zijn collega’s, dat „dit een periode is waarin mensen klachten ontwikkelen”. Stemmingsklachten. Posttraumatische stressstoornissen bij mensen die op de intensive care hebben gewerkt. De wachtlijsten voor de ggz worden ondertussen alleen maar langer. Al voor de coronacrisis stonden er 90.000 mensen op.

Lees ook: Als je al bang bent om ziek te worden

Van der Hout: „We moeten niet te lang in een soort crisismanagement blijven hangen. Te veel dingen staan nu op nul. Eenzaamheid wordt zichtbaarder. Ik zie mensen bij wie de totale structuur is weggevallen doordat ze niet meer naar vrijwilligerswerk kunnen.” Ook dagbestedingen gaan niet meer door.

Van der Hout zegt dat spanning zich tergend traag kan opbouwen. Het duurt soms maanden voor iemand uit de bocht vliegt. Hij herinnert zich een patiënt met schizofrenie, wiens moeder overleed. „Ik dacht: er moet iemand mee naar de begrafenis, als steun. Dat hoeft niet. Alles rustig. Niets aan de hand. En dan, driekwart jaar later, krijgt iemand alsnog hele ernstige klachten.”

Ardan Miedema heeft nog een andere zorg: verzekeraars grijpen de coronacrisis mogelijk aan om de psychologische hulpverlening blijvend te veranderen. „Verzekeraars zouden kunnen zeggen: zie je wel, je kunt best veel meer digitaal behandelen en zo geld besparen.”

Behandelaren zoeken ondertussen naar oplossingen om hun patiënten toch te kunnen helpen. Door het goede weer konden ze de laatste weken wandelen, op anderhalve meter van elkaar. Remke van Staveren: „Ik heb vandaag al op drie gevelbankjes in de zon gezeten.” Jacco Tulp heeft zijn bureau andersom in zijn werkkamer gezet. Het bureau, hij heeft het opgemeten, is 1,80 meter lang. Soms missen mensen het bericht dat hun behandelingen niet doorgaan. Zo kan hij ze toch zien.

Pauline komt nauwelijks meer buiten. Ze kijkt de hele dag televisie. BBC-documentaires, detectives. Haar man gaat nog naar zijn werk. Zonder dat hij het weet, desinfecteert ze alles wat hij aanraakt. Op „strategische plekken” heeft ze desinfecterende doekjes neergelegd. Ze heeft overgewicht, zegt ze, ze moet echt voorzichtig zijn. En als ze dan toch echt naar de supermarkt moet, neemt ze „een half kalmeringspilletje”. „ Ik wil ook niet de hele dag binnen zitten. Maar binnen ben ik wel veilig.”