Minder bevingen, maar meer schademeldingen in Groningen

Gaswingebied Het aantal schademeldingen in het Groningse aardbevingsgebied blijft stijgen. Terwijl een kwart van de mensen schade niet meldt. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen.

Bewoners van Westerwijtwerd protesteren tijdens een bezoek van de ministers Wiebes en Ollongren, een dag na de zware aardbeving in mei 2019.
Bewoners van Westerwijtwerd protesteren tijdens een bezoek van de ministers Wiebes en Ollongren, een dag na de zware aardbeving in mei 2019. Foto Anjo de Haan/ANP

Terwijl het aantal bevingen in Groningen afneemt, neemt het aantal schademeldingen toe. En het aantal meldingen van schade door gaswinning had nog veel hoger kunnen zijn, blijkt uit het onderzoek ‘Door schade wijzer: Het proces van schademeldingen en haar geschiedenis’ van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) dat dinsdag wordt gepubliceerd. Een kwart van de mensen met schade aan hun huizen meldt het niet, of doet dat later.

Vlak na de zware beving in Westerwijtwerd van mei vorig jaar, die met een kracht van 3,4 op de schaal van Richter een van de zwaarste was in het gebied, steeg het aantal schademeldingen fors: van zo’n tweehonderd naar vijfhonderd per week.

Tegen alle verwachtingen in bleef dat aantal stijgen. De afgelopen maanden kreeg het schadeloket, de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG), zo’n zevenhonderd meldingen per week met uitschieters naar negenhonderd. Terwijl zware bevingen uitbleven.

Die toename komt deels doordat veel meldingen afkomstig zijn uit de randen van het bevingsgebied, blijkt uit het onderzoek. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) hield jarenlang vast aan een bepaald gebied waar schade door gaswinning mogelijk zou zijn. Sinds de komst van de TCMG in 2018 zijn die zogenaamde contourlijnen van tafel.

Na-ijlende meldingen

Ook is er sprake van een inhaalslag, zegt hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes, auteur van het onderzoek. Veel schade wordt niet altijd direct na een beving gemeld. „Na-ijlende schademeldingen noemen we dat”, zegt Postmes. Sommige mensen wachten weken of maanden, verhuurders en corporaties melden schade vaak nog later en soms voor veel woningen tegelijk.

Veel schademeldingen komen van adressen waar nooit eerder schade is gemeld. Uit de stad Groningen komen bijvoorbeeld veel nieuwe meldingen, maar ook in de bevingsepicentra Loppersum en Appingedam zijn er nog steeds nieuwe melders, blijkt uit cijfers van de TCMG.

In totaal zijn er sinds 2012, toen de provincie opschrok van de beving in Huizinge (kracht van 3,6), bijna 122.000 schademeldingen gedaan. Sinds 2017 daalde het aantal bevingen van 124 naar 87 vorig jaar.

Lees ook het verslag van Ruttes bezoek aan een Groningse wijk die gesloopt wordt

Stress en psychische klachten

Toen de RUG in 2017 onderzoek deed naar de schademeldingen, gaf 18 procent van de ondervraagden aan schade niet te melden. De verwachting was dat na de komst van de TCMG, het onafhankelijke schadeloket, dat percentage zou dalen. Maar het is juist gestegen naar een kwart van de Groningers.

„Onder de mensen die geen meldingen doen zijn er veel met stress- en psychische klachten”, zegt Postmes die voor het onderzoek zowel een statistische analyse van de schademeldingen, een enquête onder 4.000 Groningers en achttien verdiepende interviews deed. „Het zijn vooral mensen die in het epicentrum van het bevingsgebied wonen en veel last hebben van het gedoe rondom de gaswinning.” Ook wachten veel mensen met melden tot er meerdere gevallen van schade aan hun huis zijn die ze dan tegelijk melden.

In een reactie laat de TCMG weten er vanuit te gaan dat het aantal schademeldingen hoog blijft. Sinds de TCMG in maart 2018 actief werd, is voor bijna een kwart miljard euro aan schadevergoedingen betaald. Bas Kortmann, voorzitter van de TCMG, maakt zich vooralsnog geen zorgen: „We zien in de stijging van de schademeldingen een signaal dat mensen vinden dat we op een goede manier bezig zijn.”