Het noodfonds voor amateurclubs heeft geld nodig

Amateursport Als financiële steun uitblijft, verdwijnen minstens 800 sportverenigingen. Maar ook de rijkere clubs hebben het zwaar.

Geld uit het noodfonds voor de sport wordt via de sportbonden uitgekeerd aan noodlijdende clubs die alle overige steunloketten al hebben bezocht.
Geld uit het noodfonds voor de sport wordt via de sportbonden uitgekeerd aan noodlijdende clubs die alle overige steunloketten al hebben bezocht. Foto Sem van der Wal/ANP

Zijn conclusie is hard, maar een analyse van de cijfers leert Dick Zeegers dat zo’n 800 sportverenigingen als gevolg van de coronacrisis omvallen als financiële steun uitblijft. De directeur van Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) spreekt van een gigantisch probleem en ziet het noodfonds voor de sport, waartoe sportkoepel NOC-NSF het initiatief heeft genomen „als een noodzakelijke maatregel”. Er rest één obstakel: minister voor Medische Zorg en Sport Martin van Rijn moet nog goedkeuring geven aan de gevraagde tien miljoen euro voor het coronanoodfonds.

Waarom storting van zo’n relatief lage bijdrage vooralsnog uitblijft, terwijl de nood aantoonbaar hoog is? „De overheid, hè”, zegt Anneke van Zanen, voorzitter van NOC-NSF. Daar werken mechanismen nu eenmaal traag vanwege verlangde garanties, weet zij als voormalig topambtenaar op Justitie en Financiën uit ervaring. „Het ministerie wil dat het coronanoodfonds additioneel is, om clubs overeind te houden en niet om de bestaande problematiek op te lossen”, zegt Van Zanen, die wel een positieve grondhouding bij de minister signaleert en deze week een toezegging van tien miljoen verwacht.

Bij groen licht beschikt het noodfonds voor de sport over een startkapitaal van zestien miljoen euro. NOC-NSF heeft al vijf miljoen ingelegd en dankzij een verhoogde, jaarlijkse bijdrage aan de sport van de Nederlandse Loterij komt daar nog eens een miljoen bij. Geld dat via de bonden wordt uitgekeerd en bedoeld is als tweedelijns vangnet, voor noodlijdende clubs die alle overige steunloketten al hebben bezocht en de eigen portemonnee leeg hebben. „Alles met het doel onze unieke infrastructuur van ruim 24.000 sportclubs en bijna zes miljoen leden in stand te houden”, zegt Van Zanen.

Lees ook dit interview met Gerard Dielessen, directeur NOC-NSF

Geen overbodige luxe, claimt SWS-directeur Zeegers. Zijn stichting, die sportorganisaties borgstellingen voor leningen verleent, beschikt over jaarstukken van zo’n 1.700 clubs, de bron waarop hij zijn sombere voorspelling van zo’n 800 uiterst wankele sportverenigingen baseert. Volgens Zeegers zijn dat sportclubs zonder buffer die het voor de coronacrisis ook al zwaar hadden en het laatste zetje dreigen te krijgen als daadwerkelijk voor langere tijd niet meer gesport kan worden.

In navolging van de banken draagt ook SWS haar steentje bij om de ergste nood te lenigen. Nadat banken sportclubs de mogelijkheid hadden geboden aflossingen voor zes maanden uit te stellen, volgde SWS met de toezegging aan de banken om gedurende zo’n periode de afbouw van de garantstellingen op te schorten.

Al 100 miljoen schade

Het sombere beeld dat Zeegers namens SWS schetst, wordt onderschreven door Twelve, dat betaalsystemen voor ruim 2.500 sportclubs verzorgt. Het bedrijf schat de schade voor de amateursport nu al op minstens 100 miljoen euro. Volgens Twelve is er sprake van gemiddeld 30 procent minder kantine-inkomsten, met hockey- en voetbalclubs als grootste slachtoffers; die lopen tot 1 juni gemiddeld 35.000 euro aan barinkomsten mis.

In tegenstelling tot zijn collega bij SWS ziet directeur Pieter de Jong van Twelve sportclubs niet snel omvallen. „Maar de verenigingen worden wel heel hard geraakt in hun exploitaties, vooral die met een eigen clubhuis. De kantineomzet staat al twee maanden op nul. Dat gaat ontegenzeglijk ten koste van investeringen in verbouwingen, extra velden, aanstelling van trainers en fun-activiteiten. En ik vrees ook dat veel reserves eraan gaan.”

Zomersporten

Extra gedupeerd zijn zomersporten als tennis, honkbal, cricket of golf. Neem de tennisvereniging ALTA Amersfoort, die gezond is en een stootje kan hebben, maar voorzitter Martin Bauman rekent voor dat de schade van de lockdown nu al aanzienlijk is. „Onze baromzet is zo’n 100.000 euro per jaar, goed voor een winst van om en nabij de 60.000 euro. In twee weken eredivisietennis op ons park zetten we zo tussen de tien- en vijftienduizend euro om. Die zijn we nu al kwijt. Naast de vele activiteiten in april betekent dat een groot verlies aan inkomsten. Dat is niet in te halen en zorgt voor een flinke knauw in de exploitatie. Naar mijn schatting vermindert onze winst dit jaar 30.000 tot 35.000 euro.”

Na ampel beraad besloot het bestuur van ALTA Amersfoort, dat dit jaar ook nog eens zijn honderdjarige bestaan viert, de inning van contributie en de afgesproken lustrumbijdrage voort te zetten. Bauman; „Omdat we de continuïteit van onze vereniging hebben te waarborgen, een beginsel dat boven het individuele belang uitstijgt. Negentig procent van onze kosten lopen door. Daarbij hebben we met een voorfinanciering geïnvesteerd in een LED-verlichting op ons park. Dat gevoegd bij de reeds gemaakte kosten voor onze lustrumviering, zoals een gratis eeuwboek voor de leden, leidt snel tot een lege kas. We moeten simpelweg zorgen dat de liquiditeit op peil blijft.”

Challengertoernooi

Een mogelijk extra tegenvaller wordt het schrappen van het ATP Challengertoernooi, dat vanaf 13 juli in Amersfoort op de agenda staat. Dat valt niet onder het evenementenverbod van de overheid, maar Bauman kan zich moeilijk voorstellen dat het toernooi in de beoogde opzet doorgaat. Er volgt nader overleg met de gemeente Amersfoort en de tennisbond KNLTB, die er veel aan gelegen is het internationale toernooi in enigerlei vorm te handhaven.

Het Challengertoernooi in Amersfoort heeft een geschiedenis, want veertien jaar geleden won de toen achttienjarige Novak Djokovic er zijn eerste ATP-titel. Daarna verdween het toernooi om financiële redenen van de Nederlandse kalender, waarna het vorig jaar als vervanger van ‘Mets Scheveningen’ in ere werd hersteld en dankzij een gemeentelijke subsidie vier jaar gegarandeerd is.

Meevaller tussen alle ellende: er kan vanaf woensdag getennist worden, dankzij de versoepelde overheidsmaatregelen. Deze week is het Amersfoortse park weer toegankelijk voor spelers tot en met achttien jaar, mede tot opluchting van een tennisschool die er lessen verzorgt. In afwachting van de levering van geplastificeerde biljetten met richtlijnen en routing gaan de deuren na bijna twee maanden open. Bauman: „En als het woensdag niet lukt, dan later. We nemen geen enkele risico. Gezondheid boven alles.”