Necrologie

Eddy PG, Amsterdamse held in de Kuip

Eduard ‘Eddy’ Laurens Pieters Graafland (1934-2020) Als doelman van Ajax won hij al een landstitel. Als doelman van Feyenoord ging hij de geschiedenis in als de eerste Nederlandse doelman die met zijn club de Europa Cup 1 won.

Na de winst in de finale tegen Celtic lopen de Feyenoord-spelers hun ereronde over het veld. Vlnr Joop van Daele, Ove Kindvall en Rinus Israël met de cup, Eddy Treytel, Eddy Pieters Graafland en Coen Moulijn, stadion San Siro in Milaan op 6 mei 1970.
Na de winst in de finale tegen Celtic lopen de Feyenoord-spelers hun ereronde over het veld. Vlnr Joop van Daele, Ove Kindvall en Rinus Israël met de cup, Eddy Treytel, Eddy Pieters Graafland en Coen Moulijn, stadion San Siro in Milaan op 6 mei 1970. Foto Hollandse Hoogte

Eddy ‘PG’ had het wel naar zijn zin bij het tweede elftal, in het voorjaar van 1970 vlak voordat Feyenoord 1 geschiedenis zou schrijven. Doelman Pieters Graafland, die dinsdag op 86-jarige leeftijd is overleden, was aan het afbouwen, nadat hij aan het begin van dat seizoen (1969-’70) in het eerste plaats had moeten maken voor een andere Eddy, zijn dertien jaar jongere collega Eddy Treytel. Hij stond op het punt kampioen te worden met het tweede, en kende in de Kuip zijn plek: reservekeeper. Nota bene een jaar nadat hij met Feyenoord een van zijn beste jaren had beleefd, met de landstitel en de KNVB-beker, nog wel als aanvoerder.

Maar alles werd anders toen Treytel eind april verantwoordelijk werd gehouden voor het weggeven van een 3-1 voorsprong tegen Ajax, in een competitiewedstrijd in het hol van de leeuw, stadion de Meer in Amsterdam. In de bus op de terugweg naar Rotterdam kwam trainer Ernst Happel naar hem toe: „Du, ik wil jou morgen spreken.” De volgende dag vroeg de Oostenrijkse oefenmeester of de keeper met wie de trainer dat seizoen nauwelijks een woord had gewisseld een week later in de Europa Cup-finale tegen Celtic tussen de palen wilde staan. Gekrenkt als de reeds afgeschreven doelman was, bedankte hij voor de eer, in zijn beslissing gesterkt door echtgenote Teddy – de enige die zijn (keepers)kleren mocht wassen en die samen met haar moeder zijn keeperstruien breide. Ze hadden samen een sportartikelenzaak in Rotterdam en als Feyenoord die finale zou verliezen, zo redeneerde het echtpaar, zou PG wel eens de pispaal van de ploeg kunnen worden en zou hen dat flink wat omzet kunnen kosten.

Maar nadat Happel hem na die afwijzing bedenktijd had gegeven, kwam PG van zijn beslissing terug. En zo stond de 36-jarige Eddy Pieters Graafland op 6 mei 1970 in het doel in San Siro in Milaan en leverde hij zijn bijdrage aan het – tot dat moment – grootste succes uit het Nederlandse clubvoetbal: Feyenoord won Europa Cup 1, de trofee die Ajax vervolgens drie jaar op rij binnen zou halen.

In zijn boek Europa Cup ’68-’70 schrijft Hans Molenaar: Jock Stein noemde het in een Schotse krant vóór de wedstrijd openlijk „een enorme en onbegrijpelijke blunder, dat een ervaren coach als Happel een veteraan met in het laatste jaar nauwelijks enige ervaring in de topcompetitie zomaar ineens in de Europa Cup-finale liet spelen. Dat is onverantwoordelijk. Happel moet toch weten dat wij een ploeg hebben die van de eerste to de laatst minuut zal blijven aanvallen. En op die veteraan blijven beuken”. De reactie van Happel, volgens Molenaar: „Oké, dat is dan voor PG een fijne gelegenheid om ervaring op te doen voor het moment waarop WIJ toeslaan…”

(vlnr) Oud-verzorger bij Feyenoord Gerard Meijer, Eddy Treijtel en Eddy Pieters Graafland in 2016 met de Europacup, die Feyenoord in 1970 won. Foto ANP/Remko de Waal

Degelijkheid boven show

Met Treytel in het doel won Feyenoord later in 1970 de wereldbeker; PG zat weer op de reservebank. Tijdens een terugblik op de Europa Cup-finale noemde Pieters Graafland zich in een interview in 1995 „een lijnkeeper die degelijkheid prevaleerde boven show”. PG straalde altijd rust uit, was sportief en bovenal betrouwbaar. Dat degelijke had hij meegekregen van een van zijn voorgangers bij Ajax, zijn eerste club. Daar had oud-doelman Jan de Boer hem geadviseerd zonder franje te spelen, ‘eenvoudig, doeltreffend en sober’. PG was een penaltykiller, die in een boekje bijhield hoe mogelijke tegenstanders hun strafschoppen namen.

Bijzonder was ook hoe hij zich in zijn honger naar de bal voor de voeten van aanvallers wierp. In het boekje Onder de lat, uit 1967, onder redactie van Herman Kuiphof en met illustraties van Dik Bruynestein, vertelt Pieters Graafland erover onder het kopje ‘Het duiken op de schoen’. „Ik heb dat van niemand afgekeken en een bepaalde techniek ontwikkeld, om dit te kunnen doen zonder grote verwondingskansen. Je moet met gebogen onderarm voor de scheen van de schutter belanden en daarbij het hoofd wegdraaien.” Die techniek was niet helemaal zonder gevaar, want hij had er naar eigen zeggen al twee keer een hersenschudding bij opgelopen. Na een botsing met Hans Kraaij van DOS, later zijn ploeggenoot bij Feyenoord, was de hersenschudding zo zwaar dat hij de eerste dagen in het ziekenhuis geen bezoek mocht hebben.

Twaalf seizoenen lang beleefde Pieters Graafland zijn grootste successen bij Feyenoord en dat was vooral bijzonder gezien zijn afkomst. Net als Feyenoord-verdediger Rinus Israël kwam hij uit Amsterdam, waar hij op 5 januari 1934 ter wereld kwam als Eduard Laurens Pieters Graafland. Keepen deed hij daar voor het eerst toen hij een jaar of tien was, op een weiland achter het Olympisch Stadion. Zijn twee oudere broers zetten hem daar regelmatig tussen de palen. „Daar lieten ze dan een regen van schoten op me los”, liet Pieters Graafland optekenen in Onder de lat. „Soms was mijn vader ook van de partij. Voor zover ik me kan herinneren, schoten ze alle drie steenhard en om te voorkomen dat ik me een ongeluk zou lopen om alle langs me heen geschoten ballen op te halen, bleef er niets anders voor me over dan te proberen er zoveel mogelijk te stoppen.”

In zijn tienerjaren was toenmalig Ajax-keeper Gerrit Keizer (1928-1929 en 1933-1948) zijn grote voorbeeld. „Hij kéék de ballen er naast of er over. Je zag hem haast nooit naar een hoek duiken”, vertelde PG later.

Eddy Pieters Graafland (rechts) plukt de bal uit de lucht voordat Sjaak Swart (links) gevaarlijk kan worden tijdens Feyenoord - Ajax op 20 april 1969.
Foto ANP
Eddy Pieters Graafland pakt de bal voordat Sjaak Swart erbij kan tijdens de wedstrijd Ajax-Feyenoord in april 1969.
Foto ANP
Na het winnen van de beslissende wedstrijd van Feyenoord tegen Celtic wordt de Europa Cup in triomf door aanvoerder Rinus Israel rondgedragen. Naast hem doelman Eddy Pieters Graafland, Coen Moulijn en Theo Laseroms.
Foto ANP

Voetbal als bijbaan

Waar IJzeren Rinus (Israël) in de hoofdstad bij DWS had gevoetbald, speelde Pieters Graafland zeven jaar in het eerste van aartsrivaal Ajax. Op zijn elfde werd hij daar lid; een jaar eerder dan volgens de regels was toegestaan, dankzij pa Pieters Graafland, die in het bestuur van de Amsterdamse club zat. Zeventien was PG toen hij debuteerde in het eerste van Ajax. Eén seizoen speelde hij nog samen met Rinus Michels, de spits die zou uitgroeien tot Nederlands beste voetbaltrainer. Met Ajax werd hij één keer kampioen.

Toen een trainingskamp van Ajax in Zuid-Afrika in 1958 een paar dagen langer duurde dan de bedoeling was, regelde Pieters Graafland zelf een vlucht terug naar Nederland. In die tijd waren voetballers semi-prof, ze hadden een baan naast hun werk op het veld, en PG wilde op het afgesproken tijdstip weer aan de slag bij zijn andere baas, als vertegenwoordiger bij sportzaak Cor du Buy. Het stak PG dat zijn club geen toestemming had gevraagd aan zijn werkgever om wat langer weg te blijven. Al snel na thuiskomst tekende hij bij Feyenoord, voor het (Nederlandse) recordbedrag van 134.000 gulden. „De overplaatsing viel in het begin niet mee”, aldus PG in Onder de lat. „Ik zat de hele dag langs de weg als vertegenwoordiger in sportartikelen en moest dan ook nog eens vier keer in de week ’s avonds in Rotterdam trainen, terwijl ik nog in Amsterdam woonde. Soms viel ik achter het stuur in slaap en kon de auto nog net langs de kant van de weg stilzetten. Ik werd prikkelbaar en nerveus en mijn conditie ging achteruit. Mijn humeur nog erger.” Dat ging pas weer de goede kant op toen Eddy en Teddy een half jaar later verhuisden naar Barendrecht. Daar woonde de oud-doelman tot zijn dood.

Tussen de aartsrivalen uit ‘010’ en ‘020’ ontstond meer ophef toen Ajax-doelman Kenneth Vermeer het doel van Ajax verruilde voor dat van Feyenoord, in 2014. Daarbij werd toen ook aangetekend dat de Amsterdammer met Surinaamse achtergrond met die transfer in de voetsporen trad van Eddy PG. Dat het voetbal een halve eeuw later tot onacceptabele hoogten verruwd was, bleek onder meer uit de pop die Vermeer moest voorstellen die in 2016 tijdens een Ajax-Feyenoord (met Vermeer in het Rotterdamse doel) in de Arena in een strop over de balustrade hing. Het werk van een gefrustreerde Ajax-supporter, die daarvoor een werkstraf en een stadionverbod kreeg.

Feyenoord viert op 7 mei 1970 de overwinning bij de Europacup I op de Coolsingel, met van links naar rechts Cor Veldhoen, Ernst Happel, en Coen Moulijn. Foto ANP

Fanatiek amateurfilmer

Pieters Graafland transformeerde moeiteloos van een Ajacied naar een Feyenoorder, al bleef hij tot op late leeftijd ook thuiswedstrijden van Ajax bezoeken. De oogst in de ‘Rotterdamse’ periode 1958-1970: vier landstitels en twee KNVB-bekers.

Als fanatiek amateurfilmer legde hij voetbalwedstrijden vast, zoals bij een interland waar hij reservekeeper was, en dat bewuste trainingskamp met Ajax in Zuid-Afrika. Mooie kleurenopnamen ook van de aankomst in Lissabon van de boten vol Feyenoordsupporters, voor de halve finale van de Europa Cup 1 in Lissabon tegen Benfica. Aan dat initiatief van de krant Het Vrije Volk en de supportersvereniging van Feyenoord wijdde de sportgeschiedenisserie op tv Andere Tijden een aflevering in 2016, en daarbij werd royaal gebruik gemaakt van de beelden die Pieters Graafland destijds schoot met zijn 8-millimetercamera. Ander werk van PG was eerder op tv te zien. Zo filmde hij Joop Zoetemelk in diens eerste Tour de France, in 1970. PG volgde onder meer vanuit de auto van de ploeg van Caballero (‘ay, ay ay, die Caballero, dat is pas een sigaret, echt je dat en je van het’) Jan Janssen, twee jaar daarvoor de eerste Nederlandse winnaar van de Tour de France. Niet overal in de Tour kon een slaapplek voor Pieters Graafland worden geregeld. Op een kamer van de Caballeroploeg sliep hij in een badkuip.

Op zondag 14 juni 1970 doopte Eddy Pieters Graafland de Caravelle van Transavia, waarmee het elftal van Feyenoord naar Ibiza vloog, tot ‘Feyenoord I’. Foto ANP

Eddy PG-trofee

Óver hem, en voetballegende Bep Bakhuys, maakte sportverslaggever Herman Kuiphof in 1960 de eerste sportdocumentaire voor de Nederlandse televisie, voor de VPRO. Doel van zulke programma’s was volgens Kuiphof „in woord en beeld, in filmflitsen en interviews, iets aan te duiden van hetgeen achter de sportprestaties ligt”.

Enige tijd was er nog een onderscheiding naar Pieters Graafland vernoemd, dat van de voetballer van het jaar – een initiatief van zijn fanclub. De eerste voetballer van het jaar in Nederland was Willy Dullens, in 1963. Die werd beloond met de Eddy PG-trofee, een traditie die stand zou houden tot en met 1975, met Rinus Israël, niet als Feyenoorder maar als speler van Excelsior, als laatste laureaat. De naamgever viel de eer te beurt in 1967, als enige keeper.