‘Door het mijden van nieuws is ons gezin tot rust gekomen’

Nieuwsmijding Sommige mensen keren de actualiteit de rug toe. „Nieuws kan zo vertekenen.”

Illustratie Pepijn Barnard

Renée Haenen (35) volgt het nieuws niet meer. Acht jaar geleden nam ze een radicaal besluit. Geen nu.nl, geen krant, geen NOS Journaal. Nieuws verlamt, vindt ze. Het brengt haar niks. Toen haar man haar zes weken geleden vertelde dat de corona-uitbraak een pandemie geworden was, nam ze zich voor één keer een persconferentie met Rutte te kijken. Na vijf minuten riep ze haar kinderen bij zich. „Jongens, we gaan fietsen. Het is vast uitgestorven op straat.”

Haar man gaf haar na afloop de samenvatting. „We moeten anderhalve meter afstand houden. Voorzichtig zijn met ouderen. Dat is alles wat ik moet weten.”

NRC sprak Haenen al in 2016. De zomer dat jaar was er één van veel geweld. Behalve de aanslag in Nice, waarbij een vrachtwagen op een menigte inreed, was er – en dit zijn slechts enkele voorbeelden – een bomaanslag voor de ingang van een muziekfestival, een mislukte coup in Turkije, een schietpartij in Dallas. Toen mensen op sociale media schreven dat ze afhaakten bij zoveel negativiteit, besloot NRC op zoek te gaan naar nieuwsmijders. Mensen die de actualiteit de rug toe hebben gekeerd.

Haenen, lerares en gedragsspecialist op een vrije school, vertelde die zomer dat de geboorte van haar kinderen een verandering in gang had gezet. Tot 2012 begon ze de dag met nu.nl, en nam ze de actualiteit met haar collega’s door. Maar eenmaal moeder wilde ze haar kinderen „beschermen”. „Misschien omdat mijn kinderen heel gevoelig zijn. Voor hen is iets al snel te groot. Verjaardagen, feesten, dat houden we allemaal klein. En dan nog zijn ze dágen van slag”, legde ze uit.

Alleen de cruciale feiten

De definitieve beslissing het nieuws te mijden, nam ze na de geboorte van haar tweede zoon. Hij kwam ter wereld op de dag dat MH17 uit de lucht werd gehaald. Niet haar zoon, maar het vliegtuig was het onderwerp van gesprek bij ieder kraambezoek. Haar zoon huilde veel zijn eerste levensjaar. Haenen piekerde zich suf: „Zoveel doden op één dag, en dan één nieuw leventje erbij. Kan mijn kind daar iets van hebben meegekregen?” Haar man houdt haar inmiddels al vijf jaar op de hoogte van de cruciale nieuwsfeiten. Aan de telefoon vanuit het Limburgse Eygelshoven klinkt Haenen nog even vastbesloten. „Als er ontwikkelingen in het onderwijs zijn, dan wil ik dat weten. Het zou onprofessioneel zijn, als ik me daarvoor afsluit.” Maar dat het RIVM dagelijks om 14 uur de nieuwe doden meldt? Zulke dingen weet zij niet. „Wat moet ik ermee? Het verandert voor mij niets.”

En dat terwijl de overheid een rotsvast vertrouwen lijkt te hebben in de nieuwsconsument. Mensen als Haenen krijgen geen flyer met de nieuwe voorschriften in de bus - zij weet niet hoe hoog de boete voor samenscholen is. Haenen woont vlakbij het Drielandenpunt, en doet de boodschappen in Duitsland. „Ik zou kunnen opzoeken of de grens nog open is, maar ik vraag het liever aan een vriendin.”

Haenen is iemand die probeert „nu” te leven. Waar veel nieuwsmijders bang zijn dat de narigheid henzelf treft, is Haenen in de eerste plaats bang dat nieuws haar denken beïnvloedt. Nieuws kan „zo vertekenen”, zegt ze. Toen haar man liet vallen dat „het virus” mogelijk „ontsnapt is uit een Chinees lab”, riep ze meteen dat ze dat niet wilde weten. „Dat kan allerlei gedachten voeden”, redeneert ze. „Dat je gelooft dat zoiets expres de wereld in is gebracht.”

Haenen wil graag het goede, het positieve voelen en benoemen. Al neemt ze daarvoor eerst de nodige slagen om de arm – „dit virus is natuurlijk vreselijk rot” en „daar moeten heel veel mensen nu heel hard aan werken” – om daarna te zeggen „hallelujah, we krijgen heel veel tijd met onze kinderen cadeau. Er zijn mensen die vastlopen in hun werk, die altijd onderweg zijn. Die nu voor het eerst van hun leven de bomen in de tuin in bloei zien staan.” Zonder nieuws en nu ook nog met z’n allen thuis, zegt ze, „is ons gezin tot rust gekomen.”