De Saoediërs zijn de oorlog moe

Jemen Saoedi-Arabië dacht ruim vijf jaar geleden snel orde op zaken te stellen in Jemen. Nu wil het land van deze uitzichtloze oorlog af.

Strijders van zuidelijke stammen in Jemen rijden door de stad Aden.

Strijders van zuidelijke stammen in Jemen rijden door de stad Aden.

Foto Saleh al-Obeidi/AFP

Als er één ding is waarnaar de Jemenieten snakken, is het vrede. „Help die oorlog in ons land stoppen”, roept Ashwaq Muharram, een arts uit de havenstad Hodeida aan de Rode Zee, met overslaande stem door een krakende telefoonlijn, op de vraag wat de buitenwereld zou kunnen doen. „We zijn de oorlog moe. We zijn allemaal totaal uitgeput.”

Veel hoop is er niet. Muharram vertelt dat er ondanks een eenzijdig Saoedisch staakt-het-vuren in Hodeida gewoon wordt doorgevochten. „We horen steeds bomexplosies in de verte, bij de haven”, zegt ze. Ook hebben bewoners nog altijd te kampen met ernstige voedselschaarste, besmettelijke ziekten als cholera en dengue, geldgebrek door niet-uitbetaling van salarissen en het ontbreken van onderwijsfaciliteiten. En nu dreigt ook nog de coronapandemie het land te overspoelen.

Vijf jaar strijd en verwoesting

Na ruim vijf jaar strijd en verwoesting mag er nog geen uitzicht zijn op vrede, de aanwijzingen nemen wel toe dat Saoedi-Arabië de oorlog moe is. Bij het begin van de interventie in 2015 om de door de Houthi’s verdreven Jemenitische president Hadi weer in het zadel te helpen, riep de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman dat de Saoediërs dit karweitje binnen enkele weken zouden klaren. Maar die hoogmoed is na een uitzichtloze strijd, die circa 100.000 Jemenieten het leven heeft gekost en miljoenen aan de rand van de hongerdood heeft gebracht, verdampt.

De taaie Houthi’s, die enige steun ontvangen van Iran, lieten zich niet wegbombarderen en rukken nu zelfs weer op. „De militaire zwakte van de Saoediërs is pijnlijk aan het licht gekomen”, zegt Abdulghanim al-Iryani, een analist die de gebeurtenissen in zijn land vanuit de Jordaanse hoofdstad Amman volgt. „Nu grijpen ze de coronacrisis aan om zich uit dit moeras te trekken en een proces van de-escalatie te beginnen.”

Daarom kondigde Riad begin april een eenzijdig staakt-het-vuren af voor twee weken, dat het inmiddels heeft verlengd tot het einde van de vastenmaand ramadan. Uit consideratie met de burgers, stelden de Saoediërs, nu het coronavirus mogelijk ook Jemen op grote schaal treft. Maar dat Riad eindelijk af wil van de oorlog bleek ook uit het feit dat het tot twee maal toe zware delegaties naar buurland Oman stuurde voor oriënterende besprekingen met de Houthi’s over een einde aan de oorlog. De Houthi’s voelen echter nog niet voor vredesberaad.

Ook kunnen de Saoediërs niet verhinderen dat de Houthi’s drone- en raketaanvallen uitvoeren op doelen in Saoedi-Arabië, waarbij soms zelfs de hoofdstad Riad wordt geraakt. Een vernedering voor MbS, die later dit jaar in eigen land gastheer hoopt te zijn van de leiders van de G20, de belangrijkste landen van de wereld.

Economisch drukt de oorlog ook steeds meer op Saoedi-Arabië, dat zucht onder extreem lage olieprijzen, waardoor het begrotingstekort snel oploopt. De door Saoedi-Arabië zelf vermoorde Saoedische journalist Jamal Khashoggi meldde al in 2017 dat er geloofwaardige schattingen waren dat de oorlog 200 miljoen dollar per dag kostte. Dat zou neerkomen op ruim 250 miljard dollar tot nu toe. Mede daardoor heeft Saoedi-Arabië zijn financiële reserves sinds 2015 met een derde zien slinken, tot onder de 500 miljard dollar.

Maar vredesberaad, dat formeel nog niet eens is begonnen, kan nog lang duren. De Saoediërs eisen dat de Houthi’s hun banden met Iran verbreken. Op hun beurt willen de Houthi’s dat de Saoediërs hen als de rechtmatige heersers over Jemen erkennen en alle oorlogsschade betalen.

Omdat de Houthi’s voelen dat de Saoediërs oorlogsmoe zijn, denken ze meer baat te hebben bij doorvechten. „Onder de Houthi’s heb je militanten en meer gematigden”, zegt Iryani, die soms contact zegt te hebben met Houthi’s. „Op het moment geven de militanten de toon aan.” In het noordelijke gouvernement Al Jawf en het olierijke centrale gouvernement Ma’rib boeken de Houthi’s terreinwinst.

Zuiden wil zich afscheiden

President Hadi en zijn Saoedische beschermheren hebben intussen andere kopzorgen. De zuidelijke stammen willen zich, met steun van de Verenigde Arabische Emiraten, afscheiden van de rest van Jemen. Zaterdag kwam er met het uitroepen van het zelfbestuur mogelijk een einde aan een in november moeizaam bereikt akkoord. „Dit maakt de toestand in Jemen nog veel ingewikkelder”, zegt Iryani. „Nu dreigt er een openlijke botsing tussen Saoedi-Arabië en de Emiraten. Dat moedigt de Houthi’s alleen maar aan om verder te vechten.”

Toch acht Iryani een akkoord tussen de Houthi’s en Saoedi-Arabië op den duur mogelijk. „Ze hebben nauwe banden met elkaar, nauwer dan die tussen andere delen van Jemen en Saoedi-Arabië. De helft van de familieleden van de Houthi’s verblijft in Saoedi-Arabië. Maar Riad moet dan wel accepteren dat de Houthi’s in Sanaa aan de macht blijven. Veel keus heeft het niet meer, denk ik. De Houthi’s willen hun relatie met Iran best losser maken, maar niet helemaal verbreken. Ik sluit niet uit dat ze op termijn zelfs een goede bondgenoot zullen zijn van de Saoediërs.”