Opinie

De samenleving, wat heb je eraan?

Peter de Bruijn Wie beseft hoe onaangenaam de maatschappij eigenlijk is, vindt het stilliggende maatschappelijke leven wellicht iets minder erg. Films als ‘They Live’, ‘Falling Down’ en ‘The Crowd’ helpen daarbij, denkt Peter de Bruijn.

Peter de Bruijn

Wat misschien kan helpen in tijden van u-weet-wel: films bekijken die laten zien hoe onaangenaam en verschrikkelijk de samenleving eigenlijk is. Dat maakt het meteen wat minder onoverkomelijk dat het maatschappelijk leven door het coronavirus nog weken stil zal liggen.

Voor die schone taak komen verschillende films in aanmerking. Een goede kandidaat is They Live (1988) van John Carpenter. John Nada is een werkloze bouwvakker in Los Angeles. Hij krijgt een speciale bril in handen waardoor hij geheime boodschappen kan ontcijferen in reclames en nieuwsuitzendingen. De wereld blijkt in de greep te zijn van een samenzwering van buitenaardse wezens die de mensheid tot slaafse en hersenloze consumenten hebben gemaakt (‘They live. We sleep’). John begint woest om zich heen te meppen, maar zijn rebellie loopt niet goed af.

Ook een goede kandidaat is Falling Down uit 1993 met Michael Douglas. Bill Foster verdiende zijn brood als ingenieur door raketten te bouwen tijdens de Koude Oorlog. De Koude Oorlog is afgelopen. Bill verloor zijn baan, terwijl plastisch chirurgen zich een villa met zwembad kunnen permitteren.

Op een dag draait Bill door. Beroemd is de scène waarin hij een Whammy Burger haalt bij een fastfoodrestaurant. Hij wil het ontbijt, maar het ontbijt wordt slechts geserveerd tot 11.30. Op dat moment is het 11.33. Het slappe broodje dat hij nog wel kan bestellen lijkt in niets op de sappige sandwich die staat afgebeeld op de foto boven de kassa. Dan trekt Bill een machinegeweer; de grens van zijn geduld is bereikt.

Maar de mooiste film over de tekortkomingen van de moderne massa-maatschappij is een oude. The Crowd van King Vidor uit 1928 is een van de beste stille films die is gemaakt. Vidor legt de Amerikaanse idealen van individuele zelfredzaamheid en ruig pionieren naast de moderne werkelijkheid van metropool New York. Dan blijkt er nogal wat licht te zitten tussen het ideaal en de werkelijkheid.

John Sims is een gewone Amerikaanse man. Hij droomt van een groots en meeslepend leven. Hij werkt op een groot kantoor in een enorme wolkenkrabber. John is nooit alleen: hij werkt op een zaal met honderden collega’s. In de bus en op de kermis is hij steeds omringd door talloze anderen. Als hij bij mooi weer een dagje naar het strand gaat doet hij dat opnieuw met honderden andere mensen om zich heen.

John trouwt en krijgt kinderen. Hij heeft soms geluk: bij een prijsvraag wint hij 500 dollar. Maar hij wordt ook getroffen door een ramp: zijn dochtertje komt om bij een verkeersongeval. Met zijn vrouw staat hij regelmatig op voet van oorlog. Op andere momenten zijn ze juist een steun voor elkaar. Aan het einde van de film leidt John nog steeds een normaal bestaan: hij is niet rijk, niet beroemd. Hij is gewoon een van de velen, die proberen het beste van het leven maken.

Eigenlijk is het ronduit verbijsterend dat droomfabriek MGM King Vidor de film heeft laten maken. Een hit was The Crowd niet; wel een film voor de eeuwigheid.

Peter de Bruijn is filmrecensent.