Het Rotterdamse verpleeghuis De Leeuwenhoek. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd doet onderzoek naar het hoge aantal overlijdensgevallen en de link met Covid-19.

Foto Pieter Stam de Jong/ANP

Interview

Crisisexpert: ‘De niet-acute zorg bleef te lang buiten beeld bij pandemie’

Gert-Jan Ludden | Crisisexpert Hoe kan het dat verpleeghuispersoneel onbeschermd aan het werk ging bij coronapatiënten? De structuur van zorgregio’s is te complex, zegt crisisexpert Gert-Jan Ludden.

Een ‘stille ramp’ wordt het genoemd: in verpleeg- en verzorgingstehuizen overlijden twee keer zo veel ouderen als normaal. Het wordt toegeschreven aan het coronavirus. In een op de drie verpleeghuizen zijn uitbraken van Covid-19 vastgesteld. Aan het begin van de pandemie moest het personeel in de verpleeghuizen vaak onbeschermd zorg verlenen, met het risico dat zij het virus doorgeven aan kwetsbare bewoners.

Gert-Jan Ludden Foto Pascale Drent

Dat dit probleem zich juist in verpleeg- en verzorgingshuizen voordoet is geen toeval, zegt crisisexpert Gert-Jan Ludden. Het heeft volgens hem te maken met het functioneren van het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ). In deze elf zorgregio’s worden schaarse beschermingsmiddelen zoals mondkapjes verdeeld. Alleen: het ROAZ is een overleg tussen ziekenhuizen, ambulances, GGD en huisartsen. De rest van de zorg (verpleeg- en verzorgingshuizenhuizen, thuiszorg, gehandicaptenzorg, GGZ-instellingen) zit niet structureel aan tafel en was dus buiten beeld.

„Op enkele uitzonderingen na, zoals Limburg, wordt de niet-acute zorgsector al jaren door het ROAZ genegeerd als het gaat om crisisbeheersing. Nu zien we waar dat toe leidt”, zegt Ludden. Hij werkte lange tijd als projectleider voor het ROAZ en organiseert rampenoefeningen om de zorg voor te bereiden op een pandemie.

Waarom laten de zorgregio’s zo’n groot deel van de zorg links liggen?

Ludden: „Dat is een geldkwestie. De minister van Volksgezondheid betaalt jaarlijks 11 miljoen euro subsidie aan de ROAZ regio’s om zorginstellingen beter voor te bereiden op rampen en crisissituaties. Er is vanaf 2008 al in totaal 140 miljoen euro ingestoken. Met dat geld hebben de regio’s veel werk verzet: er zijn professionele crisisplannen en kwaliteitskaders gekomen en men weet hoe er snel moet worden opgeschaald.

Lees ook Worden de kwetsbaarste mensen wel genoeg beschermd?

„Maar de niet-acute zorg mocht niet meedoen, omdat menig ROAZ-bestuur het subsidiegeld niet wilde verdelen over een te groot aantal zorginstellingen. Een grote inschattingsfout. Crisissituaties in het verleden waaronder de griepepidemie in 2018, hebben al aangetoond dat ook de niet-acute zorgsector in het hart wordt geraakt, en daarom veel meer moet worden betrokken in het voorbereidingstraject.”

Had dat iets uitgemaakt voor het tekort aan beschermingsmiddelen in de niet-acute zorg?

„Het had de huidige situatie minder nijpend gemaakt. Je ziet aan alles dat de verpleeg- en verzorgingshuizen onvoldoende waren voorbereid op een grootschalige crisis. Dat weet ik ook uit contact met zorgbestuurders. Er liggen geen goede crisisplannen klaar en er wordt te weinig geoefend. Van het ROAZ had men nog nooit gehoord.

„Als er dan een echte uitbraak komt, dan duurt het wel even voordat je weet waar je moet zijn. Eerst moest men erachter komen dat het ROAZ de mondkapjes verdeelt. Daarna moest men aan tafel proberen te komen bij het ROAZ en vervolgens zag je dat ze die kapjes niet of nauwelijks wilden delen. Inmiddels gaat het iets beter, maar er is ondertussen kostbare tijd verloren gegaan – maanden waarin personeel onbeschermd heeft moeten werken en heeft bijgedragen aan de verspreiding van het virus.”

Wie is daarvoor verantwoordelijk?

„De directeur publieke gezondheid van een veiligheidsregio is in een crisis verantwoordelijk voor de aansturing van de gehele zorgketen. Maar de veiligheidsregio’s zijn in hun aanpak helemaal gericht op flitsrampen, zoals treinongelukken, vliegtuigongevallen en branden. Zo’n ramp draait om de acute zorg en het behandelen van veel slachtoffers in korte tijd. Dat is iets totaal anders dan een complexe crisis zoals een pandemie in goede banen leiden. Door die beperkte scope van de veiligheidsregio’s is de niet-acute zorg ook daar onvoldoende in beeld geweest.”

Lees ook Anne-Mei The: Doden in verpleeghuizen: zoek niet naar schuldigen, maar richt je op kwaliteit van leven

Als zowel het ROAZ als de veiligheidsregio optreden als crisisbeheersers, zijn er dan niet twee kapiteins op één schip?

„Dat hoeft geen probleem te zijn, omdat de directeur publieke gezondheid deel uitmaakt van het ROAZ. Daarmee is er voldoende afstemming. Wel is het van cruciaal belang dat ook de bestuurders van de niet-acute zorginstellingen aan tafel zitten, en niet zoals in Noord-Brabant zelf een overleg ernaast oprichten. We moeten het risico van langs elkaar heen werken voorkomen. Een risico dat je toch al loopt door onze complexe crisisstructuur: naast elf zorgregio’s zijn er vijfentwintig veiligheidsregio’s die niet overlappen.

„Zo kan één zorgregio soms te maken hebben met wel drie veiligheidsregio’s. We hebben er echt een poldermodel van gemaakt, met te veel partijen. Terwijl de basisprincipes van crisisbeheersing zijn: eenvoud, korte lijnen en heldere gezagsstructuren. Anders is de kans erg groot dat er besluitvorming langs elkaar heen gaat lopen – en precies dat zien we nu gebeuren in deze coronacrisis.”