Opinie

Behoud al die vitale types die nu werkloos raken

Aylin Bilic

Honderdduizenden Nederlanders zullen door de coronacrisis werkloos raken. Velen zullen proberen straks hun oude vak weer op te pakken in de sector waarin ze vóór de crisis werkten. Soms zal dat lukken, maar soms ook niet. Omdat sommige sectoren en functies de klappen niet te boven zullen komen. Goede kans bijvoorbeeld dat de evenementensector er de komende jaren niet hetzelfde uit zal zien.

Gelukkig zijn er ook ontslagen werknemers die zich straks flexibel zullen tonen en het over een heel andere boeg gooien. Dat was altijd al een gezonde instelling omdat beroepen komen en gaan, en vaardigheden en kennis in no time verouderd zijn.

Maar helaas, deze groep van flexibele en vitale types zal het niet makkelijk krijgen. Want wanneer je in Nederland iets anders wilt gaan doen, loop je – vaker dan in het buitenland – tegen een muur op. En al helemaal als je boven de veertig bent.

Dat heeft alles te maken met onze op specialisering gerichte arbeidsmarktcultuur. Hebben Nederlandse bedrijven en organisaties een vacature, dan zoeken ze doorgaans iemand die daar nauwkeurig op aansluit. Iemand die precies de vaardigheden, ervaringen en kennis heeft die nodig zijn. En zo kon het gebeuren dat Nederland in december 2019 (voor de coronacrisis) 291.000 vacatures had, maar tegelijk 319.000 officiële werklozen. Volgens het CBS was het totale onbenutte arbeidspotentieel in Nederland zelfs 1 miljoen mensen. En maar klagen, al die bedrijven, dat de arbeidsmarkt was opgedroogd.

Het probleem wordt verergerd door de in Nederland relatief grote werving- en selectiebranche. Daar is men niet geneigd af te wijken van het lijstje eisen van de opdrachtgever. Dat zorgt voor een veel te smalle blik op goede kandidaten. De gevolgen zijn niet altijd zichtbaar maar op de lange termijn ernstig. Er is onvoldoende uitwisseling tussen bijvoorbeeld de overheid en het bedrijfsleven. Niet alleen worden kerntaken van de overheid daarmee onvoldoende goed uitgevoerd. Ook staat het samenwerking met andere sectoren in de weg. Waarom zou een deel van het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) bijvoorbeeld niet als een facilitair bedrijf gerund kunnen worden waarbij de pieken en dalen van asielzoekersopvang beter opgevangen kunnen worden dan de overheid nu doet? Een facilitair bedrijf heeft meer ervaring met planning en locatiekosten.

Recruiters kunnen al die honderdduizenden nieuwe coronawerklozen straks maken en breken. Ik vrees vooral het laatste. Daarbij vergeten ze dat de beste (en vaak origineelste) mensen in hun vakgebied vroeger vaak iets heel anders deden. Kijk naar Erica Terpstra: ooit Olympisch medaillewinnaar , later staatssecretaris. Of Mariëlle Tweebeeke, presentator bij Nieuwsuur. Zij had een goedlopend wervings- en selectiebureau, maar wilde de journalistiek in. Natuurlijk nam niemand haar aan. Tweebeeke behoort nu tot de allerbeste interviewers van Nederland. Had ze toen via een recruiter haar nieuwe carrièrewens kenbaar gemaakt, dan was haar waarschijnlijk lachend de deur gewezen.

Adviesbureau Berenschot wees al in de jaren negentig op dit structurele gebrek aan flexibiliteit van de Nederlandse arbeidsmarkt. Sindsdien is er eigenlijk weinig veranderd, merk ik (ook ik werkte ooit in de werving en selectie en later in de adviessector).

Toenmalig minister Atzo Nicolai (Bestuurlijke Vernieuwing, VVD), waarschuwde al dat we in vergelijking tot omringende landen te weinig uitwisseling en samenwerking hebben tussen bedrijfsleven, publieke sector, onderwijs en wetenschap. Hoewel er zeker succesvolle samenwerkingen bestaan op dit moment, zie ik nog altijd Chinese muren tussen veel sectoren.

Het begint bij elkaars taal spreken. Dat is onmogelijk als je niet mengt. Als ambtenaren niet na een carrière op het ministerie, verder gaan bij een multinational; en andersom. In omringende landen zoals Frankrijk is dat veel gebruikelijker dan bij ons. En dus heerst er een ongezond groot wantrouwen en onbegrip tussen beide werelden in Nederland.

Mariëlle Tweebeeke leerde in haar vorige carrière zonder gêne scherp doorvragen. Ze leerde ook hoe het Nederlands bedrijfsleven in elkaar steekt: dat niet iedereen die bij een multinational werkt een immorele geldwolf is, die alleen kan praten over zijn leasebak en nooit een boek leest. Helaas is Tweebeeke een uitzondering in Nederland. We hebben veel meer Tweebeekes nodig.

En daarom is het zo belangrijk dat deze crisis met zijn toekomstige werklozen, bij bedrijven, overheid en recruiters tot een andere mindset gaat leiden: de best man for the job is (meestal) niet degene met de meeste vinkjes op de profielschets. Als we die draai kunnen maken, komt ons land misschien tóch beter uit de crisis dan we erin gingen.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist. Ze schrijft om de week op deze plaats.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.