Wat de Beethoven-mythe zo aantrekkelijk en hardnekkig maakt

Beethoven als filmheld Al vanaf de uitvinding van film is Ludwig van Beethoven een geliefd filmpersonage. Wat maakt de Beethoven-mythe zo aantrekkelijk en zo hardnekkig?

Beethoven (Ed Harris) moet zich over vooroordelen heenzetten als zijn nieuwe kopiist een vrouw (Diane Kruger) blijkt te zijn, in Copying Beethoven.
Beethoven (Ed Harris) moet zich over vooroordelen heenzetten als zijn nieuwe kopiist een vrouw (Diane Kruger) blijkt te zijn, in Copying Beethoven. Foto Everett Collection / HH

Het jubeljaar van Ludwig van Beethoven heeft een flinke knauw opgelopen door de lockdown. In 2020 zou zijn 250ste geboortejaar over vrijwel de hele wereld uitbundig worden herdacht. Maar de concertreeksen, operapremières en exposities zijn geschrapt.

Gelukkig hebben we de films nog. Vrijwel meteen na de uitvinding van film was Beethoven een geliefd filmpersonage. Over de componist zijn in de loop van de filmgeschiedenis zo’n zeventig films gemaakt.

Bij al die Beethovenfilms zit geen echte grote publieksfavoriet zoals Amadeus (1984), de verrukkelijke film over Mozart van Milos Forman; ook geen algemeen erkende arthouse-klassieker zoals de Bachfilm Chronik der Anna Magdalena Bach (1968) van Jean-Marie Straub en Danièle Huillet. De wereld wacht misschien nog steeds op een echt grote Beethovenfilm. Maar dat neemt niet weg dat Beethoven steeds weer regisseurs heeft geïnspireerd in uiteenlopende films, die tenminste de moeite waard zijn.

Sommige muziekhistorici zullen daar vermoedelijk gemengde gevoelens bij hebben. De muziekwetenschap is al zo’n honderd jaar bezig de ‘Beethoven-mythe’ te ontkrachten. Maar Beethoven ontmythologiseren is echte sisyfusarbeid. Tegenover elke nuchtere, ontmythologiserende wetenschappelijke publicatie die Beethoven nadrukkelijk in zijn eigen tijd plaatst en ontdoet van gezwollen retoriek staat een film of een andere uiting van populaire cultuur die de Beethovenmythe juist vrolijk in stand houdt en nieuw leven inblaast. Beethoven blijft zo de machtige titaan, die met een heroïsche strijd de muziekgeschiedenis een nieuwe wending gaf.

Magische kracht

Dat Beethovenbeeld is in honderd jaar film ook opmerkelijk constant gebleven: tussen de korte film Origins of Beethoven’s Moonlight Sonata (1909) van Thomas Edison en Beethoven in de biopic Copying Beethoven (2006) van Agnieszka Holland bestaan weinig wezenlijke verschillen.

Daarmee zijn meteen een van de meest ontroerende en een van de beste Beethovenfilms genoemd. In Origins of Beethoven’s Moonlight Sonata – gerestaureerd en online gezet door de Amerikaanse Library of Congress – loopt Beethoven met een vriend door Wenen. Uit een open raam hoort hij zijn eigen pianomuziek. Beethoven betreedt een eenvoudige woning en ziet een blinde vrouw pianospelen. Geroerd en geïnspireerd neemt hij plaats achter de piano en bedenkt ter plekke de melodie van het langzame deel van zijn Mondscheinsonate. Op een tussentitel van de film over „de geboorte van een meesterwerk” staat te lezen: „U zult de schoonheid van het maanlicht zien, ook al zijn uw ogen blind.”

Beethoven als een soort half-God die de blinden weer laat zien. Volkomen verzonnen natuurlijk, maar toch prachtig.

De film van Agnieszka Holland is bijzonder, omdat ze zoveel aandacht besteedt aan de minder bekende en minder toegankelijke muziek van Beethovens late periode. De meeste Beethovenfilms beperken zich tot steeds dezelfde stukken: de dramatische opening van de Vijfde symfonie (Tá-tá-tá-táá) bij momenten van grote tegenslag en teleurstelling; de landelijke Zesde symfonie voor Beethovens geliefde wandelingen door de natuur en het slot van de Negende symfonie om zijn triomf aan het einde van zijn leven te vieren (‘Alle Menschen werden Brüder’). Holland duikt veel dieper in de muziek. Ze monteerde een sequentie op de ‘Grosse Fuge’; een berucht stuk dat niet gemakkelijk te verteren valt.

De mensheid was Beethoven liever dan de meeste mensen die hij in zijn conflictueuze leven tegenkwam

Acteur Ed Harris speelt Beethoven in zijn late jaren in Copying Beethoven, noest arbeidend aan zijn Negende symfonie. Als Beethovens nieuwe muziek-kopiist een getalenteerde jonge vrouw blijkt te zijn (Diane Kruger) moet hij zich over zijn seksistische vooroordelen heen zien te zetten. Harris is een specialist in het portretteren van de kunstenaar als geweldenaar; hij speelde eerder in Pollock schilder Jackson Pollock in zijn debuut als regisseur. Hij is een van de sterkere Beethovens van de afgelopen honderd jaar.

Beethoven werd in de negentiende eeuw op het schild gehesen door de burgerij. Toen is het beeld dominant geworden van de tragische, maar uiteindelijk triomferende kunstheld, die ondanks zijn doofheid en een wereld die hem niet begreep een revolutie in de muziek ontketende. Daar had hij hard voor moeten werken en strijden; ook dat was een belangrijk element in de mythevorming. Beethoven was in deze versie een fervent aanhanger van de idealen van de Franse Revolutie, die zijn afkeer van de privileges van de aristocratie niet onder stoelen of banken stak.

De werkelijkheid is gecompliceerder. Beethoven was begeesterd van de progressieve en liberale idealen van de Verlichting. Maar dat maakt hem nog niet per se tot een gezworen vijand van de aristocratie of de monarchie. Ook in aristocratische kringen waren aanhangers van de idealen van de Verlichting en de Franse Revolutie te vinden. Beethoven schreef in zijn jeugd een roerende cantate op de dood van keizer Joseph II; de monarch die liberale en rationele hervormingen van bovenaf oplegde. Monarchie en Verlichting sloten elkaar niet per definitie uit. De eindeloze revolutionaire en napoleontische oorlogen stookten Beethovens anti-Franse patriottisme op. Tijdens het Congres van Wenen liet Beethoven zich vieren door de gekroonde hoofden van Europa.

Heel concreet was Beethoven zijn leven lang voor een belangrijk deel financieel afhankelijk van de patronage van de adel. Van enig egalitair denken is bij Beethoven helemaal geen sprake: hij was er – terecht – van overtuigd ver verheven te zijn boven de gewone man. Zijn idealisme was behoorlijk abstract; de mensheid was hem liever dan de meeste mensen van vlees en bloed die hij in zijn conflictueuze leven tegenkwam.

In films zijn al die innerlijke contradicties zelden of nooit terug te zien. Beethoven is nog steeds de revolutionaire held, die met een machtige armzwaai de wereld van de aristocratie naar de vuilnisbelt van de geschiedenis wuift.

Duistere persoonlijkheid

Maar er zijn uitzonderingen. De Amerikaanse regisseur Paul Morrissey, een voormalig protegé van Andy Warhol, maakte in 1985 in West-Duitsland Beethovens Neffe. De film gaat over Beethovens complexe verhouding met zijn neef Karl. Beethoven is nu eens niet geïdealiseerd, maar een complexe, duistere en obsessieve figuur die het leven van de jongeman tot een ware hel maakt.

De kinderloze Beethoven eiste na de dood van zijn broer Kasper langs juridische weg de voogdij op van Karl en probeerde hem zoveel mogelijk weg te houden bij zijn moeder Johanna – door Beethoven omschreven als ‘de koningin van de nacht’. Beethoven wilde zijn neef klaarstomen voor een grootse toekomst. De psychische druk liep bij Karl zo hoog op dat hij een zelfmoordpoging deed; een van de meest dramatische gebeurtenissen in Beethovens leven.

Nog een uitzondering is de originele benadering van regisseur Horst Seemann in zijn film Beethoven. Tage aus einem Leben (1976), gemaakt in opdracht van de DDR-filmstudio DEFA. Hij knipte Beethovens verhaal op in hoofdstukken en episodes. Zo heeft hij ruimte voor een beschouwende aanpak die Beethoven nadrukkelijk in zijn sociale en maatschappelijke omgeving laat zien. Hij behandelt onderwerpen als rijk en arm, oorlog en vrede, kunst en commercie, vrijheid en onvrijheid; inclusief een hoofdstukje ‘materiële grondslagen’. Aan het einde van de film zien we Beethoven met paard en wagen door het Oost-Berlijn van midden jaren zeventig trekken. Met films zoals Beethoven. Tage aus einem Leben eigende de DDR zich de Duitse cultuurgeschiedenis toe; de socialistische heilstaat als legitieme erfgenaam van Beethovens idealen.

Lees ook: Ludwig van Beethoven, de revolutionair, de dove, de tragische mens versus de geniale componist.

‘Onsterfelijke geliefde’

Als Beethovenvertolker heeft Ed Harris een geduchte concurrent in Gary Oldman in Immortal Beloved (1994). Helaas is dat zowel een van de bekendste als een van minst geslaagde Beethovenfilms. Romanschrijvers en filmmakers hebben eindeloze variaties verzonnen op de identiteit van de ‘Onsterfelijke geliefde’; de anonieme vrouw aan wie Beethoven zijn fameuze liefdesbrief schreef in juli 1812. De brief is nooit verzonden, werd na zijn dood teruggevonden in zijn paperassen en vrijwel onmiddellijk gepubliceerd. Daarop volgden twee eeuwen van speculaties naar wie de vrouw in kwestie kan zijn geweest. Drie vrouwen uit zijn omgeving komen vooral in aanmerking: Therese Malfatti, Bettina Brentano en Josephine Deym.

Beethovenbiograaf Maynard Solomon houdt het na uitvoerige nasporingen op Antonie Brentano, de halfzuster van Bettina. Immortal Beloved komt echter op de proppen met wat in werkelijkheid de minst waarschijnlijke kandidaat is; Johanna, de weduwe van Beethovens broer Kaspar. Beethoven stond immers juist op voet van oorlog met haar. Het vermeende lage karakter van Johanna was een onverkwikkelijke obsessie van de componist. Om uitgerekend in Johanna – in de film gespeeld door Johanna ter Steege – zijn geheime grote liefde te zien vergt veel goedgelovigheid van de kijker.

Beethovens gecompliceerde en vaak ongelukkige liefdesleven – nooit getrouwd, snel in vuur en vlam – blijft natuurlijk een cadeau voor filmmakers. Dat geldt ook voor zijn gebrekkige vermogen om zijn dagelijks leven enigszins op orde te brengen en te houden. Talloos zijn de komische scènes – al dan niet gebaseerd op authentieke anekdotes – waarin Beethoven voor wateroverlast zorgt bij de onderburen door een lampet over zijn hoofd uit te gieten, zijn tafelgasten bijna vergiftigt omdat hij zich heeft gewaagd aan een zelfgemaakte maaltijd, of op voet van oorlog verkeert met zijn huishoudster; bijna niemand hield het lang uit in Beethovens emplooi.

Film houdt zo vooral de mythe in stand. De mythe is ook niet per se onjuist. Beethoven wás een geniale kunstenaar die ondanks zijn zwakke gezondheid – niet alleen zijn doofheid, maar ook zijn zware depressies – boven zichzelf wist uit te stijgen. Zijn muziek is in ieder geval voor een deel ook de uitdrukking van die heroïsche strijd. Hij wás inderdaad een man van hoge ethische idealen (en vele menselijke zwakheden).

Interessant is dat Beethoven op zijn beurt zelf een fascinatie had voor grote mannen. Hij heeft vermoedelijk heel bewust aan zijn levensproject gewerkt om zichzelf tot een ‘groot man’ te maken; zie ook zijn fascinatie voor Napoleon. Historisch onderzoek kan het populaire, simplistische beeld wel complexer maken, maar niet echt van tafel krijgen. Het heroïsche Beethovenbeeld bevat nu eenmaal een stevige kern van waarheid. We kunnen ook niet helemaal zonder helden. Maar er valt nog zoveel meer te zeggen over Beethoven en zijn muziek.