Reportage

‘Niemand wil de vergetenen van de Franse coronacrisis hebben’

Regio Parijs Frankrijk maakt zich op voor de eerste stappen uit de strenge lockdown. In Saint-Denis worstelen de autoriteiten intussen met groepen mensen voor wie er geen ‘binnen’ is – daklozen, migranten, junks.

Bij Porte d’Aubervilliers, aan de rand van Parijs, delen hulpverleners van organisatie Solidarité Migrants Wilson water en eten uit aan mensen in de buurt, van wie er velen veelal dakloos zijn.
Bij Porte d’Aubervilliers, aan de rand van Parijs, delen hulpverleners van organisatie Solidarité Migrants Wilson water en eten uit aan mensen in de buurt, van wie er velen veelal dakloos zijn. Foto’s Benjamin Girette

In het strijklicht van een zachte lenteavond, en met de rust van de lockdown, lijkt het theater Belle Étoile in Saint-Denis zo weggelopen uit een Frans provinciestadje. Maar dit is een troosteloze noordelijke voorstad van Parijs. En de tientallen vooral jonge mensen die hier hebben afgesproken zijn vrijwilligers die vanavond eten, drinken en mondkapjes uitdelen aan wie zij „de vergetenen van de coronaviruscrisis” noemen: asielzoekers, migranten, daklozen.

„Wij zijn hier om het werk te doen dat de staat niet doet, maar ook om te getuigen”, zegt Clarisse Bouthier terwijl de vrijwilligers in kleine groepjes vertrekken, sommigen met de auto, anderen met de fiets of te voet. Bouthier zet zich al jaren in voor de organisatie Solidarité Migrants Wilson, genoemd naar een belangrijke verkeersader hier.

Nederlanders op weg naar het zuiden zullen zich herinneren hoe hier, bij de aansluiting van de A1 op de Boulevard Périphérique, een ‘mini-Calais’ was ontstaan. Op elk smal strookje terrein langs de op- en afritten waren tenten opgezet, waar zo’n drieduizend asielzoekers en migranten hun thuis hadden gemaakt. En omdat misère misère opzoekt, was deze plek ook hét verzamelpunt geworden voor de drugsverslaafden van Parijs. De Franse media noemden het la colline du crack, de crackheuvel.

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van medio maart was de regionale overheid van Parijs begonnen met het systematisch opbreken van de kampen. Omdat die na elke operatie weer elders opdoken, volgde de ene operatie na de andere: Porte de la Chapelle, Porte d’Aubervilliers, Porte de la Villette. De migranten werden overgebracht naar opvangcentra en sportzalen. Voor wie daar symptomen van Covid-19 krijgt, zijn er negen aparte opvangcentra ingericht (zie inzet).

Maar de autoriteiten bereiken nooit iedereen. En sommige mensen laten zich simpelweg niet opvangen. Om een terugkeer van de tentenkampen te verhinderen, zijn er nu rotsblokken geplaatst waar vroeger de tenten stonden. Sinds de lockdown van kracht werd, op 17 maart, heeft de politie hier opnieuw twee grote operaties uitgevoerd om een nieuwe concentratie van migranten te verhinderen. Het is een kat-en muisspel.

„Eerst gingen we gewoon naar de Porte de la Chapelle om daar voedsel uit te delen”, zegt vrijwilligster Cendrine, een 26-jarige studente die deel uitmaakt van een groepje van vijf dat zich te voet door de wijk verplaatst. „Nu zijn de mensen overal verspreid en het is erg moeilijk geworden om hen te bereiken.” Dat is de bedoeling, weet zij. „Niemand wil deze mensen op zijn grondgebied hebben.”

Dat blijkt wanneer het groepje de Boulevard Périphérique oversteekt, naar Parijs. Op elke straathoek staan politieauto’s opgesteld. Bij een eerder bezoek zei een verveelde agent dat dit inderdaad zijn baan was: aanwezig zijn om te verhinderen dat weer een ‘mini-Calais’ ontstaat.

De twee groepen kijken argwanend naar elkaar, maar de politie laat de vrijwilligers passeren. Deze keer is het een opgewonden buurtbewoner die ze staande houdt. „Jullie bedoelen het ongetwijfeld goed”, begint hij. „Maar jullie delen eten uit dat straks op straat wordt gegooid. En dan zitten wij met de ratten. Waarom doen jullie dit nooit op de Champs-Élysées? Waarom altijd bij ons?”

Daklozen en migranten komen naar een voedseldistributiepunt in het noorden van Parijs. Benjamin Girette

Drugshandel

De 39-jarige Hakim is oprichter van een buurtcomité dat strijdt tegen de overlast die de migranten en de drugshandel met zich brengen. Vorig najaar blokkeerden zij vijf dagen lang de tramroute. „Heel Parijs praatte over ons”, zegt Hakim, die niet met zijn naam in de krant wil, een paar dagen later. „Het heeft geleid tot het opschonen van de Porte de la Chapelle. Maar het probleem verplaatst zich telkens opnieuw.”

Het gesprek vindt plaats op straat bij de tramhalte van de Porte d’Aubervilliers, die de nieuwe ontmoetingsplek is geworden voor de drugdealers en hun klanten.

„Die zombies doen gewoon hun ding op straat, in het zicht van iedereen. Moeders durven de tram niet meer te nemen omdat de dealers hun zaken doen bij de tramhalte. Sinds de lockdown is het weer erger geworden. Nu wij binnen moeten blijven, kunnen wij hen ook niet meer wegjagen. Zij hebben vrij spel.”

Als om haar woorden kracht bij te zetten, schuift een hoogbejaarde dame met een boodschappentas verschrikt op wanneer enkele verslaafden zich op een dealer storten die naast haar zit bij de tramhalte. De verslaafden roken de sigaret met crack (een goedkope versie van cocaïne) ter plekke en strompelen dan weg – „zombie” is een treffende omschrijving.

Door de poel van ellende raken veel migranten zelf verslaafd; volgens Maggie delen de dealers met dat doel eerst gratis sigaretten met crack uit. Maar onder de verslaafden bevinden zich ook gewone Fransen. „Merci les maudoux!”, roept een jong wit meisje terwijl zij op het laatste nippertje op de tram springt.

‘Maudou’ is een aan de West-Afrikaanse Wolof-taal ontleende term waarmee de dealers worden aangeduid. Die komen voornamelijk uit Senegal, en zij onderscheiden zich van de junks door hun onberispelijke gympen, trainingspakken en hier en daar een gouden ketting.

Dit alles speelt zich af onder het oog van de massaal aanwezige politie. Maggie maakt zich er boos over. „Mijn eigen moeder is overleden door het virus. Toen ik naar het mortuarium ging, wilde een agent mij beboeten omdat ik geen toestemming had om het huis te verlaten. Maar dit kan allemaal. Als ik de politie erop aanspreek, zeggen zij dat het geen zin heeft die lui te beboeten. Zij hebben toch geen vast adres.”

Opvangcentrum bij Porte de la Chapelle voor daklozen en migranten die positief getest zijn op corona. Benjamin Girette

Dealers en junkies

Na een tijdje treedt de politie alsnog op. Dealers en junkies worden gemaand op te hoepelen, en gedurende korte tijd is de tramhalte leeg. Maar zodra de politie zich heeft omgekeerd, wordt er in grasperkjes verwoed gezocht naar de gauw weggegooide doses.

Even verderop, bij de industriezone CAP 18, is er deze donderdagavond een samenscholing van een honderdtal migranten. Hier wordt samenscholen door de politie geduld, zolang er niet overnacht wordt. De migranten komen vooral uit Afghanistan, Soedan, Ethiopië en Somalië.

De vrijwilligers van Solidarité Migrants Wilson delen hier mondkapjes uit en leggen met de hulp van tolken uit hoe ze die moeten gebruiken. Maar de meeste mensen hier gaan straks toch opnieuw buiten slapen – het in acht nemen van hygiënische voorschriften is een illusie.

Hiervoor sliep ik in een tent bij de Porte d’Aubervilliers”, zegt Omar, 23, uit Guinee, „maar sinds de politie het kamp heeft opgebroken, slaap ik in de open lucht. Het coronavirus heeft ons leven nog zwaarder gemaakt. De politie ligt altijd op de loer.”

Omar schuwt de politie omdat hij een ‘dubliné’ is – iemand die het bevel kreeg om het land te verlaten omdat hij via een derde land naar Frankrijk is gekomen. Volgens het Dublin-akkoord moet Omar dus terug naar Duitsland. „Maar ik wil in Frankrijk blijven. Hier spreek ik de taal.”

Lees ookNoem ons geen helden, investeer liever

Anderen willen juist opgepikt worden door de politie. Op een paadje langs de Boulevard Périphérique zitten Mohammed (22) en Said Mohammed (25) uit Somalië. Toen de regionale overheid op 24 maart bussen stuurde om meer dan zevenhonderd mensen rond de Porte d’Aubervilliers in hotelkamers en andere opvangcentra onder te brengen, waren zij elders.

„Al onze vrienden die zijn meegenomen zitten nu ergens binnen. Wij hebben de bussen gemist. Wij wachten nu op de volgende”, zegt Mohammed terwijl er politieagenten voorbijwandelen. Maar de overheid raakte de vorige keer overweldigd door de aantallen; voorlopig komen er geen bussen meer.