Opinie

Kabinet gaat ondanks corona terecht door met klimaatbeleid

stikstof

Commentaar

Op de dag dat minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) het als gevolg van de coronacrisis astronomische begrotingstekort van 92 miljard euro aankondigde, maakten zijn collega’s Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) en Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) bekend met welke maatregelen en met hoeveel miljard euro zij hun plannen voor verbetering van het milieu tot stand willen brengen.

Het heeft zonder meer iets tegenstrijdigs dat terwijl in het kader van de ‘economische dijkbewaking’ de zandzakken uit de staatskas aangevoerd blijven worden en de boodschap luidt dat niets meer zeker is, elders op Haagse departementen beleid wordt voortgezet alsof er niets is gebeurd. Maar het is ook passend in het onwezenlijke beeld van de afgelopen weken waarbij iedereen zoekende is. En dan is het goed dat er waar mogelijk bestuurd blijft worden zoals er voor het uitbreken van de coronacrisis bestuurd werd.

Dat het kabinet uitvoering geeft aan het vonnis van de Hoge Raad van eind vorig jaar in de zogeheten ‘Urgenda-zaak’ om de CO2-uitstoot nog dit jaar met 25 procent te verminderen ten opzichte van 1990, is dan ook volkomen terecht. Het is juist een goed signaal dat ook in een uitzonderlijke crisistijd de rechtsstaat wordt gerespecteerd en rechterlijke uitspraken worden nageleefd. Dat minister Wiebes deze aankondiging afgelopen vrijdag op een persconferentie met een verwijzing naar de coronacrisis met zichtbare tegenzin deed, doet aan deze intentie helaas dan ook afbreuk. De rechter heeft immers in opeenvolgende zaken niet anders gedaan dan de overheid houden aan haar eigen afspraken over de CO2-uitstoot.

Een neveneffect van de coronacrisis is dat als gevolg van het drastisch dalen van de economische activiteit de voorgeschreven uitstootcijfers toch al gehaald zouden worden. Maar het gaat vanzelfsprekend om structurele maatregelen zoals het beperken van de uitstoot van kolencentrales. Die kunnen nu met meer zorg voor eventuele schadelijke economische neveneffecten worden voorbereid.

Om dezelfde reden is toe te juichen dat het kabinet niet besloten heeft met de coronacrisis als alibi het stikstofbeleid - dat nog maar enkele maanden geleden het maatschappelijke en politieke debat beheerste - in de wachtkamer te zetten. Ook hier zijn rechtelijke uitspraken – in dit geval die van de Raad van State - bepalend. Minister Schouten gebuikt de crisis juist als extra reden voor het nu treffen van maatregelen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft zij dat het stikstofdossier straks niet „onnodig belemmeringen met zich meebrengt en economisch herstel in de weg zit”.

Tegenover de tientallen miljarden euro’s die nu rondvliegen om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden doen de bedragen die nodig zijn om het stikstofbeleid uit te kunnen voeren (tot 2030 honderden miljoenen) futiel aan. Toch zullen de maatregelen ingrijpend zijn. Het is goed dat het kabinet hiervoor bij direct betrokkenen draagvlak zoekt en kijkt naar compensatiemogelijkheden. Want achter macrogetallen die het beleid kloppend moeten maken gaat een microwerkelijkheid schuil die vaak pijnlijk is.

Het is nog maar vijf maanden geleden dat premier Rutte de stikstofcrisis uitriep tot één van „ongekende omvang” die hij zijn premierschap nog niet eerder had meegemaakt. Vervolgens kwam de coronacrisis. Het is terecht dat het kabinet de bestrijding van beide crises niet beschouwt als een kwestie van of-of maar als een zaak en-en.