Opinie

Gelukkige wandelaar

Frits Abrahams

Wandelen door de binnenstad van het huidige Amsterdam geeft ambivalente gevoelens. Het stadsbeeld is onherkenbaar veranderd, waar drukte en rumoer was, is nu leegte en stilte. Er lijkt een oorlog te hebben gewoed, de strijders hebben zich teruggetrokken.

Alleen, er zijn geen ruïnes en puinhopen, de stad ligt er puntgaaf bij. De stenen zijn heel, maar de mensen ontbreken. Althans, er zijn nog wel voetgangers en fietsers, maar ze domineren niet meer, het zijn schaarse figuranten op een leeg toneel geworden. De stad keert zich zelfs tegen bezoekers, zoals in die tekst op de gevel van de bioscoop De Uitkijk aan de Prinsengracht: „Wat doe jij hier? A: Niks: ga asjeblieft naar huis! B: Ik heb een vitaal beroep. Bedankt, Topper! Liefs, filmtheater De Uitkijk.”

De verlatenheid heeft iets afstotends, maar is tegelijkertijd rustgevend. Eindelijk is die vloedgolf van het massatoerisme opgehouden, evenals het bijbehorende tumult van vliegtuigen en auto’s. Het beeld is even onvergetelijk als vergankelijk: als het straks voorbij is, zal Amsterdam nooit meer zo rustig worden.

Zou het misschien nog een poosje zo mogen blijven? Een egoïstische wensgedachte, maar bijna onvermijdelijk als het stadsschoon zich zó onbelemmerd kan tonen. Tussen wandelaar en stad zijn geen barrières meer en opeens zijn er nooit vermoede plekken en panden die aandacht vragen.

Mij viel de schoonheid op van het meest bezochte én verfoeide deel van de binnenstad: de Wallen. In gewone tijden kan dit gebied de toeristenstroom nauwelijks verwerken, maar nu komen vooral de fraaie gevels langs de Oudezijds Achterburgwal en de Oudezijds Voorburgwal volledig tot hun recht. Hier zou een van de mooiste stadsgebieden van Amsterdam kunnen ontstaan als het stadsbestuur erin slaagt de prostitutie uit te bannen.

De stadsbestuurders, met name de toenmalige wethouder Lodewijk Asscher, hebben dat al eerder nagestreefd, maar het is nooit gelukt. Toch ijvert ook burgemeester Halsema voor een nieuwe aanpak van dit gebied.

Zou na de coronacrisis een revolutionaire vernieuwing mogelijk worden van de Amsterdamse binnenstad in het algemeen, en van de Wallen in het bijzonder? Zef Hemel, hoogleraar planologie aan de UvA, meent van wel. „De menselijkheid is teruggekeerd”, zei hij in Het Parool, „nu is het zaak de rest van

Amsterdam te verleiden naar de binnenstad te gaan”. Die ‘rest’ mijdt immers de door het toerisme verpeste binnenstad.

Ik ben er nogal sceptisch over, zeker wat betreft de Wallen, want de toeristenindustrie en het pooierdom zijn harde krachten die zich niet gemakkelijk laten ringeloren. Maar met alleen scepsis zal het zeker niet lukken, dus wens ik het stadsbestuur veel succes.

In de tussentijd probeer ik, zolang het nog kan, zoveel mogelijk te profiteren van de enige zegening die het coronavirus ons heeft gegeven: een rustige Amsterdamse binnenstad. In financieel opzicht voltrekt zich er een ramp, ik weet het en ik begrijp de ongerustheid van de ondernemers en hun werknemers, maar op een vroege zondagmorgen, als de zon schijnt en de vogels weer eens hoorbaar kunnen fluiten, als geen boot de gladde spiegel van de grachten doorklieft en als alleen de Febo in de doodstille Leidsestraat het rolluik optrekt, ben ik ondanks alles een gelukkige Amsterdamse wandelaar.