De crisis in met dure uitzendkrachten

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze week: Brunel.

Het is een van die economische wetmatigheden die je de laatste weken vaak voorbij hoort komen. Bij krimp vliegen uitzendkrachten en mensen met een tijdelijk of flexibel contract vaak als eersten de deur uit.

De vraag is of dat deze coronacrisis ook geldt voor de beursgenoteerde detacheerder Brunel, die vooral bemiddelt in hoogopgeleide mensen met een technische achtergrond. Het bedrijf heeft in de krappe arbeidsmarkt van de laatste jaren de grootste moeite gedaan om talentvolle mensen aan zich te binden. Net als branchegenoten Randstad, USG en Adecco overigens.

Anders dan die veel grotere uitzenders richt Brunel, met een omzet vorig jaar van iets meer dan 1 miljard euro, zich op enkele specifieke sectoren. Denk: IT, finance en vooral engineering. „Door de schaarste aan ingenieurs en IT’ers was het voor Brunel de afgelopen jaren moeilijk geschikte kandidaten te vinden”, zegt Konrad Zomer, analist bij ABN Amro. „Ook kregen mensen van Brunel die op projectbasis voor een klant werkten soms een vast contract aangeboden. Dan kreeg Brunel een eenmalige vergoeding, maar verloor het structureel geld.”

Brunel presenteert zich graag als internationale speler. Met recht, gezien de 35 landen waar het zijn ruim 10.000 medewerkers detacheert. Toch haalt het nog altijd zo’n 50 procent van de omzet vrij dicht bij huis: uit Nederland en de Duitstalige landen. De rest komt overwegend uit de olie- en gassector in Australië, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten.

In de oliesector gebeuren deze dagen gekke dingen, met de primeur van een negatieve Amerikaanse olieprijs als voorlopig dieptepunt. De vraag naar Amerikaanse afzet van schalie-olie en aardgas is sterk afgenomen. „Dat is het risicostuk voor Brunel”, zegt Marc Zwartsenburg, hoofd van ING’s analistenafdeling. Volgens hem hangt veel af van mogelijke steun van de Amerikaanse overheid om te voorkomen dat de sector stilvalt.

Lage olieprijzen betekenen overigens niet direct dat een partij als Brunel geen werk meer heeft, zegt Zomer. „Als een olie-installatie stilligt, is dat vaak een mooi moment voor onderhoud, wat Brunel vorig jaar veel heeft gedaan.” Niettemin bestaan grote zorgen over investeringen van grote klanten als Shell, Total en ExxonMobil. „Die verlagen hun investeringen. Dat gaat vaak om miljarden.”

Beleggers delen die zorg, al langer trouwens. Nog voor de coronacrisis bleek een verzwakkende Duitse auto-industrie met minder Brunel-krachten toe te kunnen. Zomer: „Ook in Nederland bleven projecten uit en had het bedrijf veel mensen ‘op de bank zitten’. Die worden allemaal doorbetaald, wat vrij snel ten koste gaat van de winst. Het zijn mensen met een goed salaris.”

De beurskoers van Brunel was toen al aan het dalen. Dat hield verband met een mislukt project in Texas, dat het bedrijf ruim 20 miljoen euro verlies opleverde en de winst over 2019 nagenoeg opsnoepte.

Het management moet nu het vertrouwen terugwinnen, nota bene in dit coronajaar. Concurrent Randstad heeft inmiddels NOW-steun aangevraagd wegens omzetverlies. Of Brunel dat ook doet, wordt donderdag bekend bij de presentatie van eerstekwartaalcijfers, laat een woordvoerder desgevraagd weten.

Vertrouwen is er bij oprichter en grootaandeelhouder Jan Brand, die puissant rijk werd met zijn bedrijf. Hij vergrootte een maand geleden zijn belang naar 60,05 procent. Brunel heeft in ieder geval een gezonde kaspositie: het sloot vorig jaar af met 91,9 miljoen euro in kas. Zwartsenburg: „Brunel heeft een sterke balans. Als bedrijven goede engineers hebben, sturen zij die niet zomaar terug naar Brunel. Maar we weten niet hoe diep deze crisis wordt en hoe lang ze duurt.”