Analyse

CDA’ers: ‘Doe het niet, doe het niet’

Brabantse coalitie CDA-FVD CDA-prominenten zijn niet alleen tegen samenwerking met FVD in Brabant, ze betichten het eigen bestuur van schijndemocratie.

FVD-leider Thierry Baudet vorige week bij het debat in de Tweede Kamer over de ontwikkelingen rond het coronavirus.
FVD-leider Thierry Baudet vorige week bij het debat in de Tweede Kamer over de ontwikkelingen rond het coronavirus. Foto BART MAAT/ANP

Corona, Zembla en partijpolitiek. Om die drie redenen groeit de al grote verdeeldheid binnen het CDA over de lonkende samenwerking met Forum voor Democratie in het provinciebestuur van Noord-Brabant. De nieuwste episode: partijleden van statuur die niet alleen de prijs van samenwerking „onacceptabel” noemen, maar ook het eigen bestuur betichten van schijndemocratie.

„Het avontuur dat we aangaan kan alleen maar desastreus aflopen en holt de provincie van binnenuit volledig uit”, schreef de groep ontevreden leden maandag in een open brief aan het partijbestuur. „Doe het niet, doe het niet!”

De ondertekenaars zijn allen CDA’ers die in Noord-Brabant woonachtig zijn. Onder hen: Hanja Maij-Weggen, oud-minister van Verkeer en Waterstaat en oud-commissaris van de koningin in Noord-Brabant, en Ernst Hirsch-Ballin, oud-minister van Justitie. Binnen het CDA gelden zij nog altijd als zwaargewichten, geen stemmen die het partijbestuur gemakkelijk kan negeren.

Hun noodkreet laat zien dat het CDA-bestuur, in Brabant én landelijk, er maar niet in slaagt de eigen gelederen tot rust te brengen. De partij werkt sinds begin februari met VVD, FVD en de eenmansfractie Lokaal Brabant aan de vorming van een college van gedeputeerden, nadat het CDA het vorige college liet vallen over stikstofregels die de partij te streng vond.

Sinds vorig jaar bestuurt het CDA praktisch al samen met FVD en PVV in Limburg, in een ‘extraparlementair’ college. Maar het vooruitzicht op een volwaardig bestuur met FVD, in een provincie waar het CDA historisch een trouwe achterban heeft en bijna altijd bestuurders levert, baart een deel van de partij grote zorgen.

Lees ook: CDA en ChristenUnie zullen FVD niet zomaar uitsluiten

Voor deze groep is de Brabantse FVD-fractie niet los te zien van landelijk partijleider Thierry Baudet en is de herinnering aan de samenwerking met de PVV tijdens het kabinet-Rutte I nog vers. „Niet weer!”, twitterde Ad Koppejan, in 2010 een van de meest uitgesproken tegenstanders van de gedoogconstructie met Geert Wilders, als een van de eersten in februari. Meerdere CDA-afdelingen in Brabant lieten direct weten niets te voelen voor een avontuur met FVD.

‘Geen kleuters en naïevelingen’

Het Brabantse bestuur van de partij dacht de gemoederen toen nog te kunnen kalmeren met een rondgang langs de opstandige afdelingen. Inspraak voor iedereen, en dan door. De rest van de coalitie was er klaar voor. Eind maart liet formateur Alfred Arbouw (VVD) weten dat het programma rond was en dat zelfs de kandidaat-gedeputeerden al geselecteerd waren.

Maar dat was buiten het coronavirus gerekend. In plaats van fysieke afdelingsbezoeken organiseerde het provinciale CDA-bestuur de afgelopen dagen een peiling onder de leden, die tot woensdag loopt en dan besproken wordt in een digitale ledenvergadering.

Volgens de critici biedt die oplossing geen enkele ruimte voor eerlijke inspraak. „De leden worden door deze peiling als een stel kleuters en naïevelingen gezien”, klagen zij in hun brief aan het landelijke bestuur. Het bestuursakkoord is nog geheim, FVD wordt slechts eenmaal bij naam genoemd en alleen de slotvraag geeft de leden de kans het bestuur „nog [iets] mee [te] geven”. De antwoorden zijn niet bindend. „Doorzichtig en manipulatief”, vindt Paul Rüpp, voormalig lijsttrekker en gedeputeerde in Brabant en initiatiefnemer van de brief.

Boosheid is er ook over nieuwere uitlatingen van Baudet. De briefschrijvers verwijzen naar de recente uitzending van Zembla waarin de Forum-voorman opperde uit de NAVO te stappen. En ze noemen een optreden van Baudet in een online talkshow van GeenStijl. Daarin betitelde hij CDA en VVD als deel van „de cultuurmarxistische linkse mainstream” van partijen die uit zijn op „de vernietiging van Nederland: massa-immigratie, EU, klimaat, al die andere zaken”.

Als het CDA na zulke uitspraken bereid is in een coalitie te stappen met FVD, schrijven de leden, dan „legitimeren we de opvattingen van haar leider die de weg volledig kwijt is”.

Ook in Den Haag veel ongemak

Actieve CDA’ers uit de Haagse politiek ontbreken op de lijst van ondertekenaars, maar ook bij Eerste en Tweede Kamerleden van de partij is het ongemak over dit soort uitspraken in het licht van de Brabantse coalitievorming voelbaar – zij het achter de schermen.

Vraag je hen om een officiële reactie, dan houden ze vast aan de partijlijn: Brabant is Brabant, en daar gaat Den Haag niet over. „Het CDA Brabant heeft zijn eigen verantwoordelijkheid”, herhaalt een van hen telefonisch. Om er meteen aan toe te voegen: „Maar ik heb er natuurlijk wel een mening over.”

„Ik ben een groot voorstander van autonomie voor elke afdeling”, zegt Wil van der Kruijs, oud-voorzitter van het CDA Brabant. Ook zijn naam prijkt onder de brief. „Maar dit druist in tegen de wezenskenmerken van het CDA. We hebben onze fundamentele waarden net uitgesproken in een nieuw manifest, Zij aan Zij. Rentmeesterschap, gerechtigheid, zúlke kernwaarden. Daar past zo’n samenwerking absoluut niet bij.”

De politieke scheidslijn tussen het provinciehuis en de wereld daarbuiten blijkt in de praktijk onhaalbaar. Deze maand moest de Oisterwijkse wethouder Peter Smit (Algemeen Belang) al het veld ruimen nadat hij aan lokale media had bevestigd „de ambitie” te hebben om een van de gedeputeerden voor FVD te worden. „Onacceptabel”, vond de gemeenteraad.

Lees ook: Laat de CDA-voorzitter dit gewoon passeren?

Inmiddels gaat ook onder CDA’ers de naam rond van een mogelijke gedeputeerde namens hun eigen partij: die van Tweede Kamerlid Erik Ronnes, oud-wethouder in Boxmeer. Ronnes wil niet reageren. Eerder viel partijleden al de aanwezigheid van Kamerlid Madeleine van Toorenburg op ten tijde van de val van het vorige college.

„Dan kun je niet blijven beweren dat het geen landelijke aangelegenheid is”, zegt Rüpp. „Het landelijke bestuur moet echt meepraten. Want als we het nu in Noord-Brabant legitimeren, is na de volgende verkiezingen Den Haag aan de beurt.”

Correctie (27 april 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de ledenpeiling FVD helemaal niet noemt. Bij één vraag waarover de leden kunnen oordelen is dat wel het geval.