Brieven

Brieven 27/4/2020

Wilhelmus

Van Dietsen bloed

Briefschrijver Van Velzen ageert ertegen dat we tijdens het zingen van het Wilhelmus „uit volle borst eer en trouw betuigen aan twee vreemde mogendheden” (24/4).

Hoogstwaarschijnlijk doelt hij hier op de versregels: „ben ik, van Duitsen bloed” en „den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd”.

Dit klinkt natuurlijk vreemd in een volkslied van een land dat met beide mogendheden in oorlog is geweest, maar het is goed uit te leggen. „Van Duitsen bloed” kan hier naar twee zaken verwijzen. Willem van Oranje is geboren op de Dillenburg in Nassau, het huidige Duitsland. Hij was dus daadwerkelijk van Duitsen bloed. Een waarschijnlijker uitleg is echter dat het een verbastering is van ‘Diets’, de vroege vorm van Nederlands. Waarschijnlijk is het dus ‘van Dietsen bloed’, van Nederlands bloed dus.

Dan dat regeltje over die Spaanse koning. Heel apart, zeker omdat we in die tijd in oorlog met Spanje waren. Wij zingen vaak alleen het eerste couplet, waardoor het lied voor ons eindigt met die rare eerbetuiging. In het achtste couplet wordt alles een stuk duidelijker. Daarin wordt Willem van Oranje vergeleken met David, een Bijbels figuur, die in opstand kwam tegen de tirannieke koning Saul. God heeft hem daarvoor niet gestraft – zoals je zou verwachten, omdat in die tijd de koning gezien werd als een door God verkozen macht – maar beloond met „een coninckrijck”. Als David mag opstaan tegen een koning die zich als tiran gedraagt, mag onze Willem dat ook.

De regel „De Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd” laat zien dat Willem van Oranje een een godvrezend man is, zoals het hoorde.

Maar zodra een koning zich als tiran gedraagt, was het geoorloofd tegen hem in opstand te komen. Niets aan de hand dus, het blijft: Nederland first. U kunt dus op 27 april met een gerust hart en uit volle borst uw vaderlandsliefde laten klinken!

Consumentenrecht

Stop de anarchie!

Een bijverschijnsel van Covid-19: brutale afschaffing van het consumentenrecht. De consument heeft een vrij stevige juridische positie ten opzichte van bedrijven en instellingen. In tegenstelling tot andere landen, heeft Nederland nooit werk gemaakt van handhaving. Gelukkig nemen veel bedrijven de klant serieus en handelen daarnaar. Andere maken er misbruik van dat de consument moeilijk zijn recht kan afdwingen. Dit heeft de weg geplaveid voor flagrante schendingen van het recht in de coronacrisis. Bedrijven zoals KLM, ANVR en de Vierdaagse onttrekken zich bruusk aan de restitutieplicht. Het kabinet, de Autoriteit Consument & Markt en zelfs de Consumentenbond kijken instemmend toe.

Stichting Museumjaarkaart laat zien hoe het wel moet: klanten kunnen het bedrag doneren, gerestitueerd krijgen, of de kaart verlengen. De Nederlandse overheid moet niet alleen het bedrijfsleven en de culturele sector door de crisis loodsen, maar ook de financiële en juridische structuren bewaken. In praktische zin, want de meeste vouchers zullen vrijwel waardeloze assignaten blijken (denk aan: agendaproblemen, persoonlijke omstandigheden, tariefsverhogingen, beschikbaarheid, geldigheidsduur). En in principiële zin, want hoe goed en nodig steun en solidariteit ook zijn, deze crisis mag niet tot onwettige incasso’s leiden.

Saied Al-Karim

„Toch niet in ons land?!”

De reactie van het ministerie van Justitie en Veiligheid op Alle dagen ui van Saied El-Karim is vol ongeloof (‘Niet weten waarom je vastzit is het ergste’, 23/4), en eigenlijk dezelfde als ons aller reactie: „In Nederland? Welnee, dat kan toch niet?” Eerst zijn er nog vraagtekens, daarna volgt ontkenning: „Het beeld dat geschetst wordt staat ver af van de realiteit van de Nederlandse justitiepraktijk.”

Laten we blij zijn met mensen als Saied El-Karim, die ondanks de ernstige misstanden die ze meemaken zich niet gefrustreerd afkeren van onze maatschappij, maar juist bereid zijn die met hun verhaal te verbeteren. Maar hij vindt geen luisterend oor binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid of het OM, want zij zouden dan bereid moeten zijn personen binnen de eigen organisatie aan te spreken, ter verantwoording te roepen. Deze gebeurtenissen zijn ons rechtssysteem onwaardig.