Af en toe moest Hans Calmeyer een Jood opofferen

Tweede Wereldoorlog Een film en een boek vertellen over het half-Joodse meisje Femma dat door toedoen van de bejubelde mensenredder Hans Calmeyer naar Auschwitz gestuurd werd. Vijfenzeventig jaar lang kon ze er zelf niet over praten.

Femma Fleijsman werd in 1944 op transport gesteld naar Auschwitz.
Femma Fleijsman werd in 1944 op transport gesteld naar Auschwitz. Foto Adriaan Verhoeven

Femma was zo oud als Anne Frank toen ze in 1944 in Amsterdam door de politie werd opgehaald en op transport moest naar Auschwitz. De Duitser die over het lot van de vijftienjarige Femma besliste heet Hans Calmeyer. Hij wordt al jaren in Israël en Duitsland als mensenredder geëerd. De vraag is hoe dat te rijmen is met zijn besluit om Femma weg te laten voeren.

Femma Fleijsman is nu 92 jaar. Dat ze haar kleinkinderen kan vertellen over haar deporatie is vanwege haar hoge leeftijd een klein wonder. Dat ze levend uit het vernietigingskamp terug kwam, is een groot wonder.

Als het aan dr. Hans Georg Calmeyer (1903–1972) gelegen had, was Femma er niet meer geweest. De Duitse jurist gaf in de oorlog in Den Haag leiding aan de Entscheidungsstelle van het nationaal-socialistische bezettingsregime. Calmeyer was persoonlijk verantwoordelijk voor de deportatie van Femma. Dezelfde Calmeyer kreeg in 1992 in Israël postuum een Yad Vashem-onderscheiding. Hij had duizenden Nederlandse Joden het leven gered.

Hoe de paden van Calmeyer en dat van een meisje uit de Amsterdamse Oosterparkbuurt elkaar kruisten, daarover gaat de televisiedocumentaire Het raadsel van Femma, prooi van een mensenredder. De film, die de EO op 4 mei uitzendt, was de basis voor het gelijknamige boek van historica Els van Diggele.

Calmeyer kon ook Femma als buitenechtelijk kind in veiligheid brengen door haar op de naam van haar biologische vader te zetten. Maar dat deed hij niet.

Behalve over het persoonlijk drama gaan film en boek volgens de makers over de mythe van ‘de goede nazi’. Al jaren woedt een discussie over de rol van Calmeyer. Van hem was bekend dat hij geen held met onbesmet blazoen was.

Dat bleek onder meer uit onderzoek van historica Petra van den Boomgaard. Zij promoveerde vorig jaar op Hans Calmeyer. Volgens haar zijn via zijn bureau 2.659 Joden aan deportatie ontkomen. Tegelijkertijd concludeerde zij dat hij willekeurig in zijn beslissingen was waardoor ook Joden vermoord zijn.

Joden ‘niet gewenscht’

Vanaf 1941 moest iedereen met één of meer Joodse grootouders zich melden. De Entscheidungsstelle – onder leiding van Calmeyer – onderzocht etnische twijfelgevallen. Wie voldoende arisch bloed had, was vrijgesteld van maatregelen: geen werkkamp, geen inbeslagname van bezittingen. Terwijl de bordjes ‘Voor Joden verboden’ en ‘Joden niet gewenscht’ opdoken, de eerste razzia’s werden uitgevoerd en de onrust groeide, ontving Calmeyer duizenden verzoekschriften.

Een daarvan was van Albertus Reijgwart, de katholieke vader van Femma. Zijn dochter stond in het bevolkingsregister onterecht als ‘voljoods’. In het register was namelijk de Jood Salomon Swaalep als vader van Femma genoteerd. Met hem was de Joodse Anna van der Linden, de moeder van Femma, getrouwd. Officieel waren ze nooit gescheiden, maar ze woonden al twee jaar niet meer samen toen Anna zwanger raakte van haar nieuwe partner, de glazenwasser Albertus Reijgwart.

Zie ook onze serie over de bevrijding van Nederland

Reijgwart verzamelde bewijzen en diende voor Femma een verzoek in tot wijziging van haar ‘voljoodse’ status. Hij verzocht ook de ‘J’ uit haar persoonsbewijs te verwijderen en haar op de Sperrliste te plaatsen (die deportatie voorkwam).

Hans Calmeyer had eerder soortgelijke verzoeken gehonoreerd. Zo ariseerde hij ene Ernst Goldstein. De vader van een vriend verklaarde dat hij de biologische vader van Goldstein was. Calmeyer kon ook Femma als buitenechtelijk kind in veiligheid brengen door haar op de naam van haar biologische vader te zetten. Maar dat deed hij niet. Femma vertoonde „grote gelijkenis met haar wettelijke vader” vond hij. Op 25 oktober 1943 schrapte Calmeyer haar van de veilige lijst.

Femma kwam op 8 augustus 1944 aan in Auschwitz. Ze ging niet meteen naar de gaskamer maar moest eindeloos kuilen graven. Bijna vijf maanden later bevrijdden Russische soldaten het kamp. Femma – ziek en sterk vermagerd – leefde nog.

Afstammingskwesties

Calmeyer werd na de bevrijding gearresteerd en zat zestien maanden in de cel. In 1946 besloot de Haagse procureur-fiscaal hem niet te vervolgen voor oorlogsmisdrijven. Dit besluit was mede genomen op grond van het rapport van de Politieke Recherche Afdeling, belast met het opsporen en onderzoeken van ‘foute elementen’ tijdens de bezetting. De conclusie van de dienst steunde onder meer op Calmeyers verweerschrift waarin hij verklaarde dat wel 17.000 Joden door zijn besluiten aan transport waren ontkomen. De juistheid van dat getal werd niet onderzocht.

Hans Calmeyer

Calmeyer gaf wel toe dat hij willekeurig was geweest in zijn oordelen over afstammingskwesties. Maar dat was ingegeven door zijn angst in de gaten te lopen als hij elk verzoek zou goedkeuren. Kort gezegd: af en toe moest hij een Jood opofferen.

Terwijl Femma in Amsterdam herenigd werd met haar ouders en haar leven probeerde op te bouwen, groeide de mythe rond Calmeyer, zo blijkt uit boek en film. Sporadisch was er argwaan, zoals bij wetenschappelijk medewerker Ben Sijes, van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), de voorloper van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Hij ondervroeg Calmeyer in 1967. Sijes wilde van hem horen of hij in de oorlog van het lot van de gedeporteerde Joden op de hoogte was.

Lees ook over het onderzoek van historica Petra van den Boomgaard: zij concludeerde in 2019 dat over Hans Calmeyer een te heldhaftig beeld is ontstaan

Het gespreksverslag meldt dat Calmeyer verklaarde dat hij „gedurende de oorlog nooit van het vergassen” gehoord had. Wel vermoedde hij al in 1941 dat de deportaties „ein Deckschild” waren voor de vernietiging in getto’s en werkkampen, door honger, slechte behandeling en uitputting. Dat hij Joden daaraan had uitgeleverd, had hem beziggehouden: „Elke nacht ben ik vertwijfeld. Ik voelde mij een moordenaar.” Hij had in de beklaagdenbank behoren te zitten, zei Calmeyer.

De goede nazi-mythe

In het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (1974) spreekt RIOD-directeur Loe de Jong Hans Calmeyer vrij. Hij zou „als regel” geneigd zijn geweest aanvragen goed te keuren: „Kon men bijvoorbeeld aantonen dat men, formeel ingeschreven als kind van een Joodse vader en een niet-Joodse moeder, in werkelijkheid het buitenechtelijk verwekte kind was van een niet-Joodse vader, dan vond hij goed dat men niet aan de Jodenregistratie deelnam.” Het lot van Femma weerspreekt deze conclusie.

Dat Calmeyer tegenover De Jongs collega Sijes had toegegeven dat hij zich soms een moordenaar voelde, en dat hij zichzelf in een beklaagdenbank zag zitten, vermeldt De Jong niet. Wel schrijft hij dat Calmeyer wist dat „hij sommigen alleen maar kon redden door anderen prijs te geven”.

„Calmeyer had zijn ziel aan de kwade machten verkocht en heeft daarna mensen behoed voor deportatie. Maar een held ben je niet als je tegelijk duizenden mensen aan hun lot overlaat.”

Het Israëlische herdenkingscentrum Yad Vashem baseerde zich onder meer op het oordeel van De Jong. „De mythe van Calmeyer als ‘goede nazi’, die De Jong bewust of onbewust heeft verspreid, wordt op dat moment door veel historici en andere deskundigen aanvaard”, concludeert historica Van Diggele.

„Calmeyer had zijn ziel aan de kwade machten verkocht en heeft daarna mensen behoed voor deportatie. Maar een held ben je niet als je tegelijk duizenden mensen aan hun lot overlaat.”

Toch ging Calmeyer de geschiedenis in als ‘Rechtvaardige onder de volkeren’. Na de Israëlische onderscheiding kreeg hij in Osnabrück een straatnaam en een medaille, en het ereburgerschap. In Osnabrück wordt gewerkt aan een museum voor de stadsgenoot die in de nazitijd met „een geheim netwerk” duizenden Joden redde. Femma komt in dat verhaal niet voor. Zo blijft volgens de makers het beeld hangen van een mensenredder, en niet dat van een Schreibtischmörder.

Aan het einde van de film heft Femma met haar kinderen en kleinkinderen het glas: „L’chaim, op het leven.” Nadat ze 75 jaar niet over de zwartste periode in haar leven kon spreken, heeft ze recent alsnog haar verhaal gedaan. In 2018 jaar ging ze met haar drie zoons terug naar Auschwitz. En begin dit jaar was ze samen met koning Willem-Alexander en koningin Máxima opnieuw op de plek van het vernietigingskamp, tijdens de herdenking van de bevrijding van Auschwitz.

In een reactie aan de EO laat Yad Vashem weten het tot nu toe onbekende dossier van Femma te zullen onderzoeken.

Correctie (1 mei 2020): Aan de intro is toegevoegd dat Femma ‘door toedoen van Calmeyer’ naar Auschwitz gestuurd werd, in plaats van ‘door Calmeyer’.