Reportage

30 jaar, fulltimebaan, maar nog altijd de badkamer delen

Woningtekort De huren zijn te hoog, de koophuizen te duur. En dus moeten stedelijke twintigers en dertigers met een fulltimebaan hospiteren voor een kamer. Best gezellig, maar soms voelt het alsof het leven stilstaat.

Bewoners van de Amsterdamse Kinkerstraat. v.l.n.r. Renske Ebbers, Mark Bergsma en Marie Lotte Hagen
Bewoners van de Amsterdamse Kinkerstraat. v.l.n.r. Renske Ebbers, Mark Bergsma en Marie Lotte Hagen Foto Lars van den Brink

Hun woonsituatie is misschien niet zoals ze het zich vroeger hadden voorgesteld, want wie droomt ervan om op dertigjarige leeftijd nog een koelkast en badkamer te delen? Maar het leven is er goed, in het appartement aan de Amsterdamse Kinkerstraat, een lange, chaotische weg met auto’s, trams, smalle stoepen en fietspaden waar je nét niet met z’n tweeën naast elkaar kunt fietsen.

„Op sommige avonden voelt het alsof we de Friends van de Lage Landen zijn”, zegt bewoonster en podcastmaker Marie Lotte Hagen (32). Dan drinken ze wijn in de gezamenlijke woonkeuken zonder ramen. „Als we aan het einde van de avond de glazen op het aanrecht zetten, schreeuwen we: ‘de aftiteling wordt ingestart. Einde seizoen vier.’”

Maar ook deze realiteit, die al zo ver van hun verwachting afwijkt, blijkt eindig. Het nieuws dat hun huurcontract niet werd verlengd, kwam per mail, op een toon die geen ruimte voor twijfel overliet. „Dat zullen we nog wel zien”, mailde Hagen terug naar de assistente van haar huisbaas, die vervolgens een deurwaardersbureau op de bewoners afstuurde. „En toen waren we weer overgeleverd aan de grillen van de Amsterdamse woningmarkt”, zegt haar huisgenoot, historicus Mark Bergsma (29).

„Jezelf moeten verkopen voor een basisbehoefte. Elke keer een act opvoeren. Leuk en gezellig doen. Dan kom je er wel, dan mag je in deze stad wonen.”

Ze studeerden de afgelopen jaren af aan de universiteit, vonden een baan die ze leuk vonden, maar aan hun woonsituatie veranderde al die tijd niets. De mail van de huisbaas betekende dat ze voor de zoveelste keer op zoek naar een kamer moesten.

Lees ook: Hoe de overheid zelf de woningnood creëerde

Want de hoop op een appartement of zelfs een studio hebben de bewoners van de Kinkerstraat al lang opgegeven. Voor sociale huur verdienen ze te veel. Maar de huren in de vrije sector zijn te hoog geworden – voor een woning van vijftig vierkante meter betaal je gemiddeld 1.150 euro per maand, bleek in april uit cijfers van verhuursite Pararius. Kopen kan vaak niet. Een hypotheek is lastig te krijgen omdat de leeneisen de afgelopen jaren strenger werden en de huizenprijzen stegen.

Sommigen kunnen op hun vermogende ouders terugvallen, maar dat is slechts voor gelukkige uitzonderingen een redding.

Voor veel andere twintigers en dertigers betekent wonen in Amsterdam en ook in de andere grote steden: huisgenoten, óók al heb je een fulltimebaan. Landelijke cijfers zijn er niet, maar uit een evaluatie van de gemeente Amsterdam bleek twee jaar geleden dat het aantal adressen met drie of meer volwassenen toeneemt. Respondenten gaven aan dat het woningdelen een praktische of noodzakelijke oplossing is. Ook in andere grote steden, zoals Eindhoven, Maastrischt en Groningen, is woningdelen een belangrijk thema binnen het woonbeleid, schrijven de onderzoekers.

Een kamer in Amsterdam is niet goedkoop, vaak tussen de vijfhonderd en duizend euro, en ook niet makkelijk te vinden. De vraag is er veel groter dan het aanbod. Na een paar hospiteeravonden, twee maanden na de mail van de huisbaas, loopt Mark Bergsma gefrustreerd de deur van het huis aan de Kinkerstraat binnen. Hij voelt zich „een prostituee”, zegt hij. Hij moest voor de tweede keer bij een woongroep langskomen om zichzelf te presenteren, maar werd afgewezen omdat één van de twintig bewoners hem toch niet zag zitten. „Jezelf moeten verkopen voor een basisbehoefte. Elke keer een act opvoeren. Leuk en gezellig doen. Dan kom je er wel, dan mag je in deze stad wonen. En als je dat niet kan, of geen netwerk hebt, dan val je buiten de boot.”

Marie Lotte Hagen woonde acht jaar in het pand aan de Kinkerstraat, het langst van iedereen, en had in die jaren dertien verschillende huisgenoten. Ze had er best nog even willen blijven, ze woonde er met veel plezier. Een belangrijk advies om harmonisch samen te kunnen leven: „Neem een schoonmaker”, zegt ze, want ieders interpretatie van wat schoon is verschilt en dan hoef je in elk geval geen ruzie over het randje van de badkamer te maken.

„Ik had er naar verlangd een huis voor mezelf te hebben.” Maar toen haar huisgenoten weg waren, „was het heel erg stil”.

Al zijn er ook best momenten waarop ze het gevoel had klem te zitten. Ze hebben al zo vaak gezeur met hun huisbaas gehad. Over het slechte onderhoud, over de hoogte van de huur – voor het huis van negentig vierkante meter betalen ze met z’n vieren maandelijks 2.283 euro, exclusief gas, water, licht. De kleine kamer waar alleen een kast en bed in paste, de huisgenoten die ze altijd in de keuken hoorde. Maar vooral „het idee dat ik nergens anders heen kon.”

De voormalige huisgenoten zeggen dat ze óók wel begrijpen dat het een „luxe” is om over de Amsterdamse woningmarkt te klagen. Dat er veel mensen zijn die helemaal niet meer in de stad kunnen wonen: leraren, verpleegkundigen, andere mensen met middeninkomens die al lang geleden vertrokken.

Lees ook: 18 jaar wachten op een woning in Venray

Leven staat stil

Maar toch voelt het soms of het leven stilstaat. Het zusje van Bergsma ging vorig jaar in Amsterdam studeren maar kon geen kamer vinden. Hij had haar graag een slaapplaats aangeboden, maar zelf had hij ook geen ruimte. „Je kunt niet zeggen: kom maar in mijn volwassen leven.”

Ook uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek bleek vorig jaar de veranderende levensloop van twintigers. Ze krijgen later een vaste baan, kopen minder snel een vaste woning en gaan later samenwonen dan in het vorige decennium.

„Ik geloof niet echt in een lineaire levensloop”, zegt Renske Ebbers (28), die als laatste in de woning aan de Kinkerstraat kwam wonen. „Dit is weer een andere stap.” Al had ze eigenlijk gedacht dat ze nooit meer een kamer zou hoeven zoeken. Ze kocht vorig jaar met haar vriend een appartement aan de rand van de stad, maar de relatie ging uit.

Haar tactiek was „om te zoeken op de plekken waar leuke mensen zijn”, zegt ze. „Evenementen, de kroeg. Nieuwe mensen ontmoeten, verder vragen.” Maar dat was voor de coronacrisis uitbrak. Ze kent ook mensen die in leuke straten briefjes door de bus doen. „Zo van: mochten jullie toevallig nog iemand zoeken, bel mij dan.”

Niet naar Drenthe

„Je kunt nu zeggen dat ik ook lekker in Drenthe moet gaan wonen, als ik de huizen hier zo duur vind”, zegt Mark Bergsma. „Maar in deze stad heb ik gestudeerd, mijn bedrijf opgebouwd, vrienden. En het is ook niet zo dat huizen in andere steden voor het oprapen liggen. Alsof ik in Leiden zomaar een huis ga vinden. De huizenmarkt is overal een probleem.”

Maar hij vond een nieuw huis, met slechts één huisgenoot, nog voor hospiteren door corona onmogelijk werd. „Als ik naar buiten kijk, zie ik bomen. En ik heb een balkon voor mezelf.”

Marie Lotte Hagen kreeg onverwachts twee huurhuizen in Amsterdam aangeboden. „Ik zit op de bank. Ik heb een bank!”, zegt ze aan de telefoon. In haar kamer in de Kinkerstaat paste slechts een bed.

Renske Ebbers is voor nu eventjes bij haar ouders in Doetinchem gaan wonen. „De cultuursector, waarin ik werk, staat door corona op z’n kop. Zonder theater is de stad een vreemde plek voor me.”

Ze woonde tot op het allerlaatste moment in de Kinkerstraat. „Ik had er naar verlangd een huis voor mezelf te hebben.” Maar toen haar huisgenoten weg waren, „was het heel erg stil”.