Waarom trekken Nederland en Frankrijk niet samen op bij de redding van Air France-KLM?

Staatssteun voor KLM De gesprekken liepen al weken, maar het werd toch een haastklus. Frankrijk en Nederland kiezen bij de redding van Air France-KLM voor ‘eigen maatschappij eerst’. Veel andere keuzes zijn minder duidelijk.

Minister Wopke Hoekstra (Financiën) afgelopen vrijdag.
Minister Wopke Hoekstra (Financiën) afgelopen vrijdag. Foto ANP/Reuters

Het kabinet heeft gesproken. De Nederlandse staat steunt vanwege het nationale economische belang de noodlijdende onderneming KLM met een bedrag tot 4 miljard euro. Frankrijk steekt 7 miljard euro in zustermaatschappij Air France. Vooral aan Nederlandse zijde moet nog veel worden uitgewerkt en afgesproken. Drie vragen dringen zich op bij de reddingsoperatie van Air France-KLM: waarom trekken Nederland en Frankrijk niet samen op, waarom is het nog niet rond en is de toegezegde steun voldoende?

Niet samen maar apart

„Bij het verlenen van financiële steun trekt de Nederlandse staat zo veel mogelijk gezamenlijk op met de Franse staat”, schrijft minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) in zijn Kamerbrief over de steun. Ondanks het vele overleg van de laatste weken is het resultaat bepaald geen gezamenlijke actie. Formeel gaat het Franse geld naar moedermaatschappij Air France-KLM. Het is bedoeld voor Air France. Daar is de financiële nood nog hoger dan bij KLM. Hoekstra laat er geen misverstand over bestaan dat de Nederlandse steun uitsluitend voor KLM is.

Lees ook over de liefde voor KLM als nationaal icoon

Duidelijk is ook dat Frankrijk verder is in de onderhandelingen met banken over door de staat gegarandeerde leningen dan Nederland. In een persbericht van vrijdag noemt Air France-KLM de Franse details en meldt summier dat in Nederland „de discussies over het afronden van steun gaande zijn”. De Nederlandse bekendmaking op vrijdagavond maakte een geïmproviseerde indruk, met veel onzekerheden. Zoals de riante bandbreedte van de steun: tussen 2 en 4 miljard euro.

Hoekstra’s persconferentie vrijdagavond was een haastklus, bevestigen Haagse bronnen. De board of directors, de top van Air France-KLM, vergaderde vrijdag tussen 16.30 en 18.45 uur over het Franse voorstel. De Franse minister Bruno Le Maire (Financiën en Economie) belde Hoekstra om 19.10 uur om te zeggen dat de Franse deal rond was en hij het om 20.00 uur bekend wilde maken. Het team op het ministerie van Financiën wilde Frankrijk snel volgen, ook al was nog niet alles afgerond. Anders zou de indruk ontstaan dat Frankrijk zijn luchtvaartmaatschappij wel te hulp schiet en Nederland niet.

De gescheiden redding laat andermaal zien hoe moeizaam de Frans-Nederlandse samenwerking is. Bij KLM weten ze dat sinds de overname door Air France in 2004. Voor een (succesvol) voortbestaan als een van de vijf grote Europese luchtvaartgroepen is effectieve samenwerking echter noodzakelijk. De Franse en Nederlandse regering, allebei grootaandeelhouder, laten nu zien hoe het niet moet. Als het er op aankomt, wint het motto ‘eigen maatschappij eerst’.

Lees ook over kanttekeningen bij staatssteun voor luchtvaart

De steun is er nog niet

Het kan nog weken duren voordat het geld wordt overgemaakt. Het kabinetsbesluit is een „intentie”: er moet nog overeenstemming worden bereikt met banken over leningen, en met KLM over de voorwaarden. Daarna moeten de Tweede Kamer en de Europese Commissie nog instemmen met de voorwaarden voor de steun.

Voor de banken gaat het vooral om het percentage van de garantstelling: bij deze bedragen scheelt het nogal of het terugbetalen van een lening voor 90 of 100 procent door de staat wordt gegarandeerd.

De vaagheid over het bedrag wordt volgens Hoekstra gecompenseerd door helderheid over de steunvoorwaarden van de regering. De financiële voorwaarden zijn inderdaad vrij duidelijk: geen uitkering van bonussen, dividend of winstdeling zolang de steun niet is terugbetaald.

Spannend wordt de uitwerking van de loonmatiging die het kabinet van de 30.000 KLM’ers verwacht. De nadruk ligt daarbij op de ‘breedste schouders’: „Het kabinet vraagt van management en piloten een grotere bijdrage.” In een eerste reactie meldt de invloedrijke pilotenbond VNV dat „vliegers altijd hun verantwoordelijkheid nemen in tijden van crisis”. De komende tijd zal blijken wat dat precies betekent.

Lees ook Veel vragen bij milieubeweging en politici over steun KLM

De ‘groene’ voorwaarden vergen nog veel uitwerking. Vermindering van het aantal nachtvluchten was al een streven, net als reductie van de CO2-uitstoot. Politieke partijen, bewonersgroepen en milieuorganisaties zullen proberen om deze voorwaarden zo ver mogelijk op te rekken. Vraag daarbij is in hoeverre voorwaarden ten aanzien van verduurzaming ten koste zullen gaan van herstel van KLM. De voorstanders van verduurzaming redeneren anders: de luchtvaart moet sowieso veranderen, dit is het moment.

Is het wel genoeg?

Met deze staatssteun kan Air France-KLM 1 à 1,5 jaar voort, zei topman Ben Smith dit weekend in de Franse krant Les Echos. Terugkeer naar de normale activiteiten – nu wordt 10 procent van de vluchten uitgevoerd – duurt nog minstens twee jaar, verwacht Smith.

Het aanvankelijke optimisme over economisch herstel na een half jaar begint te vervagen. Dat roept de vraag op of de huidige staatssteun voor noodlijdende bedrijven effectief of voldoende is. Air France-KLM, Le Maire en Hoekstra houden openlijk rekening met een volgende stap. De steun voorziet in de behoefte van Air France-KLM aan kasgeld om de hoge lopende rekeningen te betalen, maar zadelt het bedrijf op met een enorme schuldenlast. Hoekstra sluit daarom niet uit dat „de bestaande aandeelhouders op enig moment gevraagd zullen worden te participeren in een kapitaalstorting”.

De kredietcrisis van 2008/2009 biedt een voorbeeld dat tot nadenken moet stemmen. ING was toentertijd de grootste bank en verzekeraar van Nederland. Een dominosteen in de financiële infrastructuur die niet mocht omvallen, want dan zou het concern nog veel meer bedrijvigheid omver trekken. ING was too big to fail, te groot om failliet te gaan, zoals KLM nu too vital to fail blijkt te zijn.

Maar wie dat eenmaal heeft gezegd, kan niet meer terug. ING kreeg in oktober 2008 een kapitaalinjectie van 10 miljard euro van het kabinet Balkenende IV. In januari 2009 kwam daar een tweede reddingsactie achteraan om te voorkomen dat ING alsnog zou bezwijken onder de last van Amerikaanse rommelhypotheken. Bij ING kreeg de overheid de steun met rente terug.

Met KLM heeft het kabinet zich langzaam, maar heel zeker vastgedraaid. Wie A zegt, moet B zeggen. En dat wordt steeds duurder. In maart vorig jaar kocht Nederland voor 744 miljoen euro 14 procent van de aandelen Air France-KLM. Toen zei Nederland A, nu zegt Nederland B. Als de crisis voortduurt, is C onvermijdelijk.

Met medewerking van Philip de Witt Wijnen