Necrologie

Per Olov Enquist balanceerde tussen feit en fictie

De Zweedse schrijver Per Olov Enquist bouwde schitterende romans op waargebeurde verhalen. Voor zijn bekendste boek, Het bezoek van de lijfarts uit 1999, in 2012 verfilmd als A Royal Affair, gebruikte hij tal van historische bronnen.

Per Olov Enquist
Per Olov Enquist Ulf Andersen/Getty Images

Non-fictie roman of reportageroman: zo betitelde de Zweedse schrijver Per Olov Enquist zijn beroemdste historische roman Het bezoek van de lijfarts (1991) over erotische intriges en met de dood betaalde romances aan het Deense hof in de achttiende eeuw. Ook enkele andere titels van zijn indrukwekkende oeuvre balanceren tussen feit en fictie, geschiedenis en verzinsel, reportage en roman, zoals De reis van de voorganger (2001) en Blanche en Marie (2004).

Dat Enquist als journalist begon bij kranten als Svenska Dagbladet en Expressen verklaart misschien zijn voorliefde voor waargebeurde verhalen. De romancier in hem maakt er schitterende romans van. Afgelopen zaterdag, 25 april, overleed de auteur Enquist op 85-jarige leeftijd op Vaxholm, een eiland in de archipel van Stockholm. Dit heeft zijn familie bevestigd aan de Zweedse kranten Dagens Nyheter en Aftonbladet en de Deense krant Politiken.

Per Olov Enquist werd op 23 september 1934 geboren in het afgelegen Hjoggböle in het hoge noorden van Zweden, waar hij opgroeide in de streng christelijke sekte van de Evangelische Broedergemeente, waarvan de leden ook Hernhutters heten. Later zou hij zijn jeugd ‘beklemmend’ noemen. Hij studeerde geschiedenis en literatuur aan de universiteit van Uppsala en was in 1973 gasthoogleraar aan de universiteit van Californië. Behalve romans schreef hij enkele kinderboeken, waaronder Met opa op expeditie (2003) en het historische toneelstuk De nacht der Tribaden (1976) over zijn landgenoot, de controversiële schrijver August Strindberg die bemind wordt door twee vrouwen. Strindberg staat te boek als een vrouwenhater.

Later, in 2004, zou Enquist een roman schrijven waarin Strindberg een hoofdrol speelt, Blanche en Marie. Blanche is een zenuwpatiënte en Marie is Madame Curie, ontdekker van radium. In een interview met deze krant liet Enquist weten dat hij altijd al een „boek wilde schrijven over hysterie en wetenschap, over het irrationele en rationele”. In deze wonderlijk fantasierijke roman bezoekt Strindberg de psychiatrische Parijse kliniek Salpêtrière waar in de negentiende eeuw honderden vrouwen opgesloten zaten. Deze Blanche blijkt een gezonde, sterke vrouw, ten onrechte opgesloten. Enquist zei over de roman: „Mannen wisten zich eigenlijk geen raad met vrouwen. Alles wat voor mannen uit die tijd met voortplanting te maken had was van een grote, dreigende geheimzinnigheid.”

Ook in Het bezoek van de lijfarts speelt dubieuze psychiatrie een beslissende rol. De Deense vorst Christiaan VII (1749-1808) lijdt aan waanbeelden, zo sterk, dat hij bij toneelvoorstellingen het podium oploopt en meedoet met de acteurs. Tijdens een reis naar Engeland wordt zelfs een bezoek aan Hamlet geschrapt, uit angst dat de koning zich herkent in de Deense prins die zijn geliefde de dood in jaagt.

De Duitse lijfarts Johann Friedrich Struensee (1737-1772) moet genezing bieden, maar hij neemt de macht over en legt het aan met de koningin. Uiteindelijk wordt Struensee ter dood veroordeeld en de koningin verbannen. Het zijn verrukkelijke ingrediënten voor een schitterende roman, waarmee Enquist internationaal triomf viert, en die hem kandidaat maakt voor de Nobelprijs voor Literatuur. Het non-fictie element in deze roman schuilt in het uitputtende gebruik van documenten, brieven, schilderijen, dagboeken en tal van andere historische bronnen uit de achttiende eeuw waaruit Enquist naar hartelust put.

Het bezoek van de lijfarts is meer dan een schets van de amoureuze lichtzinnigheden aan het hof van Denemarken. Hoofdpersoon Struensee is gegrepen door de ideeën van de Verlichting en door de gedachten van Voltaire. In het feodale Denemarken voert hij honderden anti-feodale wetten door, grif ondertekend door de koning. Uiteindelijk komt de adel tegen hem in opstand en wordt hij gedood.

In zijn autobiografie Een ander leven (2008) weidt Enquist eerlijk uit over zijn alcoholverslaving, die hem bijna noodlottig werd. Hij was een rijzige man, atletisch gebouwd die in zijn jonge jaren de beste hoogspringer van Zweden was, met een persoonlijk record van 1.97m. Al een tijdlang leed hij aan een hartafwijking en in 2016 werd hij getroffen door een beroerte. Zijn liefde voor de sport uitte hij in de roman Het record (1971) waarin een Zweedse kogelslingeraar met een te lichte kogel een Olympische titel verovert.