Reportage

Na zes weken mogen Spanjaarden ook weer hun kinderen uitlaten

Versoepeling lockdown Kinderen in het zwaargetroffen Spanje mochten geen stap meer buiten de deur zetten. Toen die maatregel zondagochtend werd versoepeld, stroomden de pleinen vol.

Een zesjarig kind mocht zondagmorgen voor het eerst in zes weken weer buiten spelen.
Een zesjarig kind mocht zondagmorgen voor het eerst in zes weken weer buiten spelen. James Rajotte

De veertiger Alex Diego rent op de vroege zondagochtend heel hard over Plaza de Salvador Dalí om zijn fietsende kinderen bij te kunnen houden. Dochter Quentin (6) en zoon Sam (4) zijn net zo uitgelaten als hun ouders nu ze voor het eerst sinds de lockdown van 14 maart weer op straat mogen. „Sí!”, antwoorden de kinderen in koor al uithijgend over hun fietsjes op de vraag of ze blij zijn dat ze weer de straat op mogen.

Vader kijkt met een vertederde blik toe, moeder houdt een paar meter afstand. „Het is best moeilijk geweest de afgelopen zes weken”, zegt de producer van evenementen op het plein voor het Madrileense WiZink Center, waar normaal gesproken concerten en sportwedstrijden plaatsvinden. „Het was improviseren. We hebben de woonkamer als tennisveld gebruikt en een fiets op het balkon gezet.”

Spanje is met meer dan 200.000 bevestigde besmettingen en 22.000 dodelijke slachtoffers één van de zwaarste getroffen landen door het coronavirus. En het epicentrum van de Spaanse crisis ligt in Madrid. Met het sluiten van de scholen werden de kinderen in de hoofdstad als eersten getroffen, terwijl de barretjes en terrasjes nog dagen daarna open bleven. Madrid veranderde in de eerste helft van maart van een bruisende metropool waar grote massa’s feestvierden, voetbalwedstrijden bezochten en demonstreerden voor vrouwenrechten in een macabere plek waar constant het geluid van ambulances door lege straten galmt. Ziekenhuizen werden overspoeld met coronapatiënten en ijsstadions werden omgevormd tot mortuaria.

Uitzondering voor de hond

De regering van sociaal-democraat Pedro Sánchez legde de Spanjaarden het zwaarste regime van Europa op in een poging enige greep op covid-19 te krijgen. Alleen voor noodzakelijke werkzaamheden, boodschappen doen, een bezoek aan de dokter of een rondje met de hond werd een uitzondering gemaakt. Dat betekende in de praktijk dat kinderen geen stap buiten de deur van de soms kleine appartementen meer mochten zetten. Wie zich niet aan de regels hield kon op een zware boete rekenen. De politie zou er volgens cijfers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken sinds 14 maart 740.000 hebben uitgedeeld.

Ook op de dag dat 5,8 miljoen kinderen van onder de veertien onder begeleiding van één ouder naar buiten mogen, treden veel ouders in Madrid zichtbaar met voeten de regels. Hele gezinnen staan toch gewoon samen op straat, groepjes staan dicht op elkaar of de wandeling gaat buiten de cirkel van een kilometer van de woning.

De Nederlandse Janneke Dorgelo, directeur van de Nederlandstalige school in Madrid kijkt soms met een schuin oog naar Nederland waar haar neefjes met elkaar in de duinen kunnen rennen. „Beweging is voor kinderen heel erg belangrijk. Daarmee kunnen ze hun energie kwijt. Tegelijkertijd is het heel lastig om ze bij het buiten spelen allerlei regels op te leggen”, stelt Dorgelo, wiens school vanaf dag één via Zoom-les geeft en sinds kort ook gymles aanbiedt aan de 95 leerlingen.

„Ik denk dat de cultuur van een land bepaalt hoe zoiets in een crisis als deze wordt aangepakt. Spanjaarden zijn eraan gewend regels van bovenaf op te leggen. Dat schept duidelijkheid in een samenleving waar volwassenen een weg zoeken om ergens onderuit te komen. En dat zie je nu dus ook weer.”

Glijbanen afgesloten

Vanaf zondagochtend 9.00 uur stroomden de straten en de pleinen vol met ouders en kinderen. Overal rijden jongens en meisjes rond op stepjes, schieten tegen een bal of worden rondgereden in buggy’s. Bij Plaza de Olavide in de welgestelde kinderrijke stadsbuurt Chamberí is het speelplein afgesloten met gele linten. Volgens de regering is het gebruik van schommels, glijbanen en wipkippen nog te risicovol en wordt voetballen op straat wegens besmettingsgevaar ook afgeraden.

Luca La Vela (4) en zijn zusje Valeria (3) rijden rondjes op hun fietsjes. Ze ogen uitgelaten. „Toen ik ze twee dagen geleden vertelde dat ze naar buiten mochten waren ze bijna niet te houden”, zegt vader Gerardo La Vela (43), die net als zijn vrouw en in tegenstelling tot zijn kinderen wel een mondmaskertje draagt. „Ik kon ze in hun maat niet vinden”, verontschuldigt hij zich.

Een paar kilometer verderop op het stadplein Colón is de familie Mendez blij dat er „aan zes lange weken” eindelijk een einde is gekomen. Vader António (43) heeft zelf zijn skatebord meegenomen om zijn kinderen María (6), Alejandra (11) en António (13) bij te kunnen houden. „Anders ben ik ze zo kwijt hoor. Ze moeten nogal wat energie kwijt”, zegt de Spanjaard, die in de reclamewereld werkt.

Als hij even standhoudt verandert zijn toon. „Ons hele leven staat op zijn kop. Opeens zit je met zijn allen tussen vier muren. Iedereen heeft zijn ups en downs. Vooral voor onze jongste dochter is het lastig. Maar ook als volwassene is het frustrerend. Videowerken is heel lastig met kinderen om je heen. We hebben de strengste regels van Europa, maar op de weg terug is er nog een lange weg te gaan.”

Mendez kijkt nu al uit naar zaterdag als de volwassenen voor het eerst weer buiten mogen sporten indien de daling in het aantal besmettingen zich voortzet. Lachend: „Daar kan ík bijna niet op wachten.”

Lees ook Chaos in Spaanse ziekenhuizen: ‘Het is alsof je in een oorlog levens moet zien te redden'