Recensie

Recensie Theater

Lege zaal resoneert mee met het duistere niets

Livestream Mads Wittermans speelde vrijdagavond zonder publiek ‘A Hard Day’s Night’.

Mads Witermans in ‘A Hard Day’s Night’.
Mads Witermans in ‘A Hard Day’s Night’. Foto Knelis

„Ik heb het zwart gekozen, en de nacht”, zegt acteur Mads Wittermans. Even daarvoor scheerde hij met een tondeuse zijn hoofd kaal, op een trap ergens backstage in Grand Theatre Groningen. Dat is het voordeel van het spelen van een eenmalige voorstelling: dan kun je je dat soort transformaties permitteren.

In verband met de beperkende coronamaatregelen speelde Wittermans de voorstelling A Hard Day’s Night vrijdagavond in een vrijwel leeg theater, zonder publiek. De voorstelling was te volgen via een livestream op de website van het theater.

Lees ook het artikel over theater in het Corona-tijdperk: Theater online: wat is er te zien?

Wittermans speelde de voorstelling vorig jaar al tijdens theaterfestival Noorderzon in Groningen, destijds op het dak van de kunstacademie in het centrum van de stad. A Hard Day’s Night werd oorspronkelijk begin jaren negentig gespeeld door mimetheatergroep Nieuw West. Samen met toneelschrijver Rob de Graaf schreef acteur Marien Jongewaard een grimmige, associatieve stream of consciousness van een radicale skinhead die het nachtelijk dwalen en het allesomvattende afwijzen tot levenskunst heeft verheven.

Wittermans waakt er nu gelukkig voor om Jongewaards kenmerkende intonatie en grillige fysiek te imiteren. In de regie van Hendrik Aerts speelt hij zijn personage beheerst, doordacht, bij vlagen zelfs met een opvallende zachtheid. Geduldig en rationeel erkent hij zijn consequente ontkenning.

Extra energie

De gestripte theaterzaal, die door gebrek aan toeschouwers beduidend holler klinkt dan gebruikelijk, resoneert mooi met het duistere niets dat het personage verkiest. Zijn harde taal lokt nu geen enkele reactie uit. Juist dat lijkt hem bij vlagen extra energie te geven. Alsof hij zich op momenten ook verzet tegen zijn zelfverkozen leegte: iemand die alles ontkent, wil daarin wel erkend worden.

Op de hoek van de speelvloer staat Candy (Just van Bommel), een androgyne verschijning in wit hemd en onderbroek die uiterlijk in alles de tegenpool is van het personage van Wittermans: vrouwelijk, teder en zwijgzaam. Maar tegelijkertijd lijken ze op elkaar: deze Candy is net zo vastberaden en onaantastbaar. En precies dát haalt Wittermans zo nu en dan uit zijn evenwicht: „Je schaamt je niet. En dat kan ik niet aanvaarden.”

In de meer ingetogen momenten is deze voorstelling op zijn best. Want met zijn ratio waant Wittermans’ personage zich onschendbaar en is hij daardoor des te gevaarlijker. De monoloog waarin hij afgeeft op de consumptiemaatschappij – op het balkon van het theater, schreeuwend over de Grote Markt in Groningen – is een stuk minder interessant. Het fulmineren tegen grote supermarktketens voelt, dertig jaar na dato, als holle kritiek. Juist op het moment dat het personage de theaterzaal verlaten heeft en zich buiten, dus letterlijk in de actualiteit, begeeft, gaat dit wringen. De illustratieve spelingang helpt op dat moment niet mee: onbehouwen woede slaat op scherm al snel plat.

lees ook de recensie uit 1991: A hard day's night is duistere solo over zwart, zwart, zwart

Wat wel overkomt, is de schreeuw om geborgenheid die achter het voortdurende afwijzen schuilgaat. In de slotscène laat het personage meer liefde toe dan hij ooit heeft gedaan. Even vraag je je af of hij de goede kant op zal hellen. Die vertwijfeling wordt door Wittermans met klein, gedoseerd spel mooi invoelbaar gemaakt.