Analyse

Het volk wil zwaaigarantie

Koningshuis De monarchie bestaat deels bij gratie van zichtbaarheid. Bij nationale rampen hoort de koning steun te bieden, met Koningsdag moet hij zich laten zien.

Koning Willem-Alexander aan het werk, tijdens de coronacrisis, vanuit zijn kantoor op paleis Huis ten Bosch.
Koning Willem-Alexander aan het werk, tijdens de coronacrisis, vanuit zijn kantoor op paleis Huis ten Bosch. Foto Frank van Beek / ANP

Geen Koningsdag. Wel een Woningsdag (volgens de Oranjebond), een Balkoningsdag (vier Amsterdamse vrienden die via Facebook een actie begonnen), een Wilhuismusdag, Oranjebinnendag of Willem-Anders-dag (de luisteraars van Radio 1-programma De Taalstaat) of een Koningshuisdag (Eerste Kamerlid Diederik van Dijk).

Het moet saamhorigheid creëren waaraan kennelijk behoefte is. Die normaal op Koningsdag in de oranje getooide straat zichtbaar is wanneer er wél vrijmarkten zijn, springkussens, muziek en koeken om te happen. Zelfs bij degenen die in de vrije dag alleen een excuus voor een feestje zien. De Oranjebond en het Concertgebouworkest roepen nu op tot het gezamenlijk zingen en spelen van het Wilhelmus om tien uur, en een nationale toost om vier uur.

De koning doet mee. Digitaal vanuit huis. „Gedurende de dag worden beelden gedeeld van de viering van Koningsdag door het koninklijk gezin middels televisie, de Nederlandse beeldbanken, berichten op de socialemediakanalen van het Koninklijk Huis en het platform www.koningsdagthuis.nl”, meldt de Rijksvoorlichtingsdienst.

Lees ook over Koningsdag 2019: Het was de Koningsdag van Amalia

Voor de jarige Willem-Alexander is het dus geen vrije dag. Maar de monarchie bestaat ook deels bij gratie van zichtbaarheid. Zoals de negentiende-eeuwse Britse constitutioneel historicus Walter Bagehot al schreef over het koningschap: „Te veel zichtbaarheid leidt tot alledaagsheid, te weinig tot vergetelheid en onbegrip.”

Coronabezoeken

Het is de reden dat aan de werk-, streek- en staatsbezoeken van Willem-Alexander en Máxima altijd ruchtbaarheid wordt gegeven – vorig jaar waren het er volgens het jaaroverzicht van het Koninklijk Huis 115. Het is de reden dat de bezoeken die zij de afgelopen weken brachten aan mensen die getroffen zijn door de coronacrisis (achteraf) wereldkundig worden gemaakt.

Lees ook over de coronabezoeken van het koningspaar: De koning is er, net als bij iedere ramp

Die bezoeken en videobelgesprekken zijn bedoeld om ‘gewone’ mensen te steunen. De koning en koningin laten zich op de hoogte brengen van wat er speelt, maar vooral over hoe het gaat met onder anderen verpleegkundigen, bewoners van zorginstellingen, leraren, ondernemers. In tijden van een nationale ramp hoort dat bij de rol van het staatshoofd.

Die zichtbaarheid is ook de reden dat Willem-Alexander normaal op Koningsdag naar het volk toekomt, in navolging van zijn moeder. Koningin Juliana liet mensen naar haar toe komen: het bloemendefilé bij paleis Soestdijk trok duizenden belangstellenden die een glimp probeerden op te vangen van de koninklijke familie, vanaf midden jaren vijftig ook op televisie met commentaar van Dick Passchier. Onder Juliana werd Koninginnedag een officiële vrije dag, in een week die met Dodenherdenking en Bevrijdingsdag in het teken kwam te staan van nationale eenheid.

Koningin Beatrix koos er vanaf 1981 voor naar de mensen toe te gaan, en bezocht steeds twee gemeenten. Ook dat gaf zwaaigarantie: eens per jaar kon Nederland, ook via de live-uitzendingen, de hele koninklijke familie, inclusief neefjes, zien.

Prinsessedag

Maar de zichtbaarheid van het staatshoofd was niet de reden voor de eerste, toen nog, Prinsessedag in 1885. Dat was saamhorigheid. Het idee was volgens het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad „een nieuwen nationale feestdag, waarop wij alle grieven en veeten ter zijde stellen, en ons alleen herinneren dat wij landgenooten zijn, en er althans nog een band is, die ons allen vereenigt.”

Iedere levensbeschouwelijke zuil had zijn eigen feestdag. De nationale feestdag, Waterloo-dag waarmee het einde van de Franse bezetting werd herdacht, verbond volgens liberale politici onvoldoende. De monarchie kon juist wel een bindende factor zijn. En dan niet de impopulaire koning Willem III maar prinses Wilhelmina, die vijf werd. In de Utrechtse wijk C werd haar verjaardag op 31 augustus al uitbundig gevierd.

Ook die saamhorigheid benadrukken of kweken is een rol van de monarchie. Bij zijn inhuldiging noemde Willem-Alexander het als opdracht: „Ik wil verbindingen leggen, verbanden signaleren en uitdragen wat ons, Nederlanders, verenigt, ook in tijden van grote vreugde en bij diep verdriet.”

Wilhelmina was niet te zien op haar Koninginnedag. Alleen in 1930, toen ze vijftig werd, trad ze in de openbaarheid. Verder bestond de dag vooral uit feestvierende burgers – in sommige plaatsen verving Koninginnedag de kermis – en uit aubades, samenzang om eenheid te benadrukken. Net als nu wordt voorgesteld door de Oranjebond.