Opinie

Een kunstwerk is een vriend

Cultuurbeleid De coronacrisis vraagt om aandacht voor de intrinsieke waarde van de vaste museumcollecties. Nu wordt duidelijk hoe juist die kunst verbindt, schrijft .
‘De kaartspelers’ van Theo van Doesburg (1916), door een gift sinds 1981 deel van de Rijkscollectie.
‘De kaartspelers’ van Theo van Doesburg (1916), door een gift sinds 1981 deel van de Rijkscollectie. Foto Kunstmuseum Den Haag

Elke crisis vraagt om een oplossing op korte termijn. Daarom zullen zo snel mogelijk middelen en manieren gevonden moeten worden om de musea die nu gesloten zijn en het grootste deel van hun inkomsten hebben verloren, tegemoet te komen. De minister heeft inmiddels een eerste aanzet gegeven om een deel van de musea te helpen.

Maar elke crisis vraagt ook om een plan van herstel en een visie op langere termijn. En dat betekent ook een herbezinning op de uitgangspunten van het beleid: hoe kan de museale sector weerbaarder worden, ook als de gevolgen van deze crisis langer door zullen werken dan wij nu kunnen vermoeden? Hoe kunnen de collecties van de musea duurzaam worden behouden voor het openbaar kunstbezit, ook als zich onverhoopt nog een crisis voordoet?

Groeiverslaving

Want deze crisis, daar is het hele veld het over eens, legt de kwetsbaarheid van meer dan tien jaar cultuurbeleid bloot. De bezuinigingen op de nationale cultuurbegroting die tien jaar geleden zijn ingezet en die vaak nog werden versterkt door gemeentelijke bezuinigingen ten gevolge van de decentralisatie, heeft steeds zwaardere eisen gesteld aan de musea om eigen inkomsten te genereren. Daartoe waren steeds meer bezoekers nodig, steeds meer en grotere tentoonstellingen, steeds meer media-aandacht. Het succes van de musea werd gemeten aan omzet en bezoekerscijfers, een symptoom van uiterst hardnekkige kwaal van onze tijd: groeiverslaving.

Lees ook dit opiniestuk van museumdirecteur Meta Knol: Stop de blockbusterverslaving

Met deze noodzaak evenement na evenement te organiseren is de wezenlijke waarde van de vaste collecties van de musea te veel uit het oog verloren. Kunst leek in tijden van zekerheid misschien niet meer dan een ornament in het bestaan, maar in deze tijd van quarantaine blijkt hoe wezenlijk zij is. Want de betekenis en de reputatie van een museum wordt gevormd door zijn eigen collectie. Dat is waarvoor men naar een museum terugkeert, ook als er geen evenement te zien is. De collectie is waar men aan hecht, de collectie is wat ons verbindt.

Levenslust

Juist nu de musea van de ene op de andere dag moesten sluiten, blijkt welke kracht van kunst uitgaat, hoe kunst ontroert en fascineert en hoe kunstwerken ook als vrienden beschouwd worden. De wetenschap dat die kunst er ook in moeilijke tijden is en op een weerzien wacht, dat troost.

Want in die vaste collecties, verzameld door de gemeenschap, wordt inhoud, diepgang en kwaliteit gevonden. Daarmee kunnen musea voldoen aan de behoefte in de samenleving aan verbinding en betekenis. Kunst is ook creativiteit en levenslust. De maatschappij kan daar niet buiten. Het is haar toekomst en haar kracht.

Wat nu op het spel staat, vraagt om wezenlijke veranderingen in het toekomstig beleid, om aandacht voor de intrinsieke waarde van de collecties van de Nederlandse musea. Laten we nu, met alle voor het museaal bezit verantwoordelijke overheden door heel Nederland, alles op alles zetten om te behouden wat verzameld is, op stedelijk, regionaal en nationaal niveau, en met vereende krachten werken aan een beleid dat gericht zal zijn op het zichtbaar maken van de intrinsieke maatschappelijke waarde van de kunst.

Het gaat in het leven niet alleen maar om rendement en omzet. Onze weerbaarheid zit hem niet alleen in het herstel van de markt, maar wordt gevoed door verbinding, betekenis en creativiteit. De vaste collecties van de musea zijn daarbij onmisbaar.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.