Opinie

De schaamstreek van Johan Cruijff

Wilfried de Jong

Nummer 14 heeft nummer 9 nog op zijn rug als hij met een van pijn vertrokken gezicht het veld afloopt. Johan Cruijff is geblesseerd geraakt. Hij, die toen in september 1970 al zo formidabel aanslagen op zijn gestel kon ontwijken, is getroffen door een sliding.

Die middag in stadion De Meer liep er een cameraman van de televisie achter Cruijff aan de catacomben in. De gang onder de tribune door, laatste deur links. De kleedkamer van Ajax. Er is een ‘cut’ in de montage. Er ontbreken een paar seconden in het filmpje. Misschien wilden omstanders de camera liever uit?

Dan floept het beeld weer aan. Cruijff zit achterover op een massagetafel. Rechts van hem kijkt verzorger Salo Muller toe, links komt clubarts John Rolink staan. Cruijff duwt zijn voetbalbroekje een stukje naar beneden, er verschijnt een strook zwarte krulletjes vanachter de broekband.

Wacht even: het is zondagmiddag 26 april 2020 en de NOS zendt ‘drie uur Cruijff’ uit. Zit ik nu werkelijk te gluren naar het schaamhaar van de grootste voetballer van Nederland, een van de besten ter wereld?

Tegenwoordig tonen voetballers na afloop hun hele hebben en houwen op het veld: ontblote bovenlijven, tatoeages op kuiten en armen, hele bijbelstrofen in de nek. Allemaal uitsloverij, noem het gerust machismo. Maar je schaamhaar tonen? Nee, dat durft niemand. Al zal het intieme natuurgras tegenwoordig vaak met de trimmer zijn weggeschoren.

Cruijff maalt er niet om. Op het veld ziet hij alles, dus weet hij ook dondersgoed dat er een cameraploeg is binnengeslopen. Maar Johan is met zijn vak bezig; hij heeft een blessure bij de liesstreek en sterft van de pijn.

Als een goochelaar met een witte zakdoek zoekt dokter Rolink met zijn vingers in het voetbalbroekje.

Cruijff (drukt hoofd tegen de rugleuning): „Au, au!”

De clubarts zoekt verder: „O ja …”

De Ajax-spits wijst de hand in zijn broek de weg: „De onderkant… meer op het bot.”

Rolink drukt op een plek. Het lichaam van Cruijff verstijft, zijn gezicht schiet in een grimas.

„Aaah!”

Rolink: „O gottegottegot.”

Veertien jaar later loopt Johan Cruijff weer naar een kleedkamer, van de Kuip deze keer. Het is 13 mei 1984 en hij heeft in Feyenoordshirt net afscheid genomen van het Nederlandse publiek. Ook nu weer volgen een cameraman en een legertje fotografen de voetballer.

Cruijff heeft nog snel een flesje water gepakt, hoort dat de pers ‘vijf minuten!’ wordt toegeroepen en gaat op de massatafel zitten. Eerst een paar slokken. Witte touwtjes om zijn kousen lospeuteren, voetbalschoenen uit en vooruit, het shirt ook. Daar zit Johan, met nog altijd strakke torso en die sterke bovenbenen. Van schaamte is geen sprake.

De rand van het zwarte broekje blijft keurig op navelhoogte.

‘Johan!’ roepen fotografen. Hij draait en kijkt als een acteur in de lenzen. Dan laten ze hem alleen op de massagetafel. Bezweet, afgeschminkt. Hij is klaar met het werk. De televisiecamera zoomt uit.

Onder de kont van Johan Cruijff ligt een paardendeken.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.