Minister Martin van Rijn voor Medische Zorg „Er was en er is schaarste. In die schaarste is geprobeerd mondkapjes zo goed mogelijk te verdelen.”

Foto Bart Maat/ANP

Interview

‘Dan denk je toch: ik heb weer een vliegtuig geregeld’

Martin van Rijn De net aangetreden minister Martin van Rijn kreeg buikpijn van het dreigend tekort aan IC-bedden. Maatregelen nu snel versoepelen kan niet, want „het is nog elke dag spannend.”

Ineens was hij weer terug, op ‘zijn’ ministerie. Van 2012 tot 2017 was Martin van Rijn (64) in het kabinet-Rutte II staatssecretaris van Volksgezondheid namens de PvdA. Dat was, zegt hij nu, een periode met „heel lelijke en heel mooie dingen, maar per saldo was het mooi”.

Binnen een half uur was hij eruit toen premier Rutte hem vorige maand vroeg of hij VVD’er Bruno Bruins wilde vervangen. De minister voor Medische Zorg was middenin een debat flauwgevallen en besloot de volgende dag zijn ontslag in te dienen. Rutte had meteen aan Van Rijn gedacht, en vond partijkleur „even niet interessant”. Ervaring en beschikbaarheid wogen zwaarder.

„Dit móét”, dacht Van Rijn. De Reinier Haga Groep, een ziekenhuisgroep in Den Haag, Delft, Voorburg en Zoetermeer, waarvan hij bestuursvoorzitter was, kon wel even zonder hem. Al snel merkte hij hoe vertrouwd het weer voelde. In een vergaderzaal van het ministerie zegt hij: „Ik heb hier zo lang gezeten. Ik ken de mensen, ik ken het departement, ik weet waar het over gaat. Dat helpt natuurlijk ontzettend.”

Hij zit nu „van ’s ochtends een uur of acht tot een uur of tien, elf ’s avonds” op het ministerie, waar hij vrijwel non-stop vergadert via een groot videoscherm. Hij probeert praktische dingen te regelen die Nederland nodig heeft in de strijd tegen het coronavirus. Persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder mondkapjes, voor het zorgpersoneel. IC-bedden in Duitsland. Zijn vrouw ziet hij nog maar weinig. Soms kijkt hij middenin de nacht op de bank naar een sciencefictionfilm, om „even niet zelf te hoeven nadenken”.

Voor drie maanden minister

Van Rijn doet geen debatten of persconferenties, minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) is officieel ‘chef corona’. Van Rijn zit wel in het kernteam, het ministeriële crisisberaad. Elke zondagochtend schuift hij aan bij de Catshuissessies, waar de verantwoordelijke ministers een paar uur „met de voeten op tafel” nadenken over de coronacrisis.

Het idee was dat Van Rijn slechts drie maanden minister zou zijn, daarna zou de VVD alsnog met iemand van de eigen partijkleur komen. Nu blijkt dat de coronacrisis veel langer gaat duren, is het niet ondenkbaar dat Van Rijn langer blijft. Zelf heeft hij „geen flauw idee” hoe het gaat lopen, zegt hij. Hem is in ieder geval nog niets gevraagd.

De crisis raakt Van Rijn „zoals die elke Nederlander raakt”. Zijn vader is 87 en woont nog alleen. „Dus ja, die vindt het ook spannend.” Buikpijn had Van Rijn van het dreigende tekort, nog maar kortgeleden, aan IC-bedden. „Ik zat toen meerdere keren per dag naar de cijfers te kijken.” Hij schrok toen hij onlangs op werkbezoek bij een apotheek planken vol medicijnen zag die mensen niet op durven halen. „Pillen die mensen écht moeten hebben. De apotheek belt, gaat langs, maar mensen durven de deur niet eens open te doen. Dan zie je wat deze crisis óók betekent voor de zorg.”

Lees ook dit profiel van Martin van Rijn: Met PvdA’er Van Rijn kiest Rutte voor een ongewone oplossing in een ongewone crisis

Zenuwslopende weken

De jacht op voldoende beschermingsmiddelen is al weken zenuwslopend. In ziekenhuizen en verpleeghuizen dreigden acute tekorten, vakbonden van zorgverleners luidden de noodklok dat personeel onveilig moest werken. Van Rijns ministerie richtte vorige maand een Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) op, dat de inkoop van beschermingsmiddelen centraal vanuit de overheid moet regelen en eerlijk over de zorginstellingen moet verdelen. Betrokkenen klaagden onlangs tegen NRC dat het LCH traag en bureaucratisch opereert en dat Nederland te zuinig zou zijn bij het bieden op mondkapjes. Ook zou de productie in Nederland te langzaam op gang komen.

Van Rijn pareert alle kritiek op het LCH. Er zijn „vast wel” dingen misgegaan, maar, zegt hij, er wordt „dag en nacht” hard gewerkt. Hij legt uit hoe onzeker de bestellingen vaak zijn. „Vorige week dinsdag hebben we weer 50 miljoen mondkapjes besteld, maar worden ze dan ook geleverd aan de pakhuizen? En vervolgens vervoerd naar het vliegveld en ingeladen? Dat blijft altijd spannend.” Soms gaat het op het laatste moment fout. „Een vrachtwagen vol werd tijdens de rit nog opgekocht door een andere partij.”

Van Rijn bezweert dat Nederland niet „beknibbelt” op de prijs. „We zijn helemaal niet zuinig. De opdracht is: kopen, kopen, kopen. We gaan die rekening nog wel zien dadelijk.”

Inmiddels lukt het Nederland beter beschermingsmiddelen in te slaan. Vorige week maandag was Martin van Rijn in alle vroegte op Schiphol om de nieuwe ‘luchtbrug’ met China te openen. Dagelijks worden nu beschermingsmiddelen ingevlogen, vorige week meer dan 15 miljoen stuks. Uit die successen haalt Van Rijn energie. „Dan denk je toch: ik heb vandaag weer een vliegtuig geregeld.”

Toch is het in de verpleeghuizen helemaal misgegaan, met vele doden als gevolg. Wat vindt u van het verwijt dat het kabinet de verpleeghuizen te lang heeft genegeerd?

„Ik herken me daar helemaal niet in. Het zou verwerpelijk zijn. Ik zou de reden niet kunnen verzinnen. Wat ik wel herken: er was en is schaarste. En in die schaarste is geprobeerd die mondkapjes zo goed mogelijk te verdelen. In het begin gingen die natuurlijk naar de ziekenhuizen, omdat daar acute zorg was. En toen de problematiek zich verschoof naar de verpleeghuizen, is het verdeelmodel aangepast.”

De nood blijft hoog. Bij verpleeghuizen is grote onrust dat het RIVM mondkapjes alleen voorschrijft bij contact met Covid-patiënten. Medewerkers willen ze uit voorzorg dragen.

„Vooropgesteld: de richtlijnen gaan niet uit van schaarste, maar van veiligheid. Ik snap dat veiligheid niet hetzelfde is als het gevoel van veiligheid. Preventief gebruik toestaan is nu lastig. We hebben bepaald nog geen overvloed, dus dan komen anderen in de problemen. Ik hoop dat de dag komt dat we zeggen: het maakt niet uit. Gebruik in situaties waarin het eigenlijk onnodig is, heeft ook andere nadelen. Dat mondkapjes te lang worden gedragen en niet meer werken. Dan zorgt het alleen voor schijnzekerheid.”

Twee hoofdrolspelers in de coronacrisis, Ernst Kuipers van het Landelijk Netwerk Acute Zorg en Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, stelden vorige week dat het kabinet de lockdownmaatregelen al verder had kunnen versoepelen. De eerste stap die nu is aangekondigd – het heropenen van de basisscholen – staat gepland voor 11 mei en pas twee weken later zijn de gevolgen voor de ziekenhuizen zichtbaar. Een nieuw beslismoment op 20 mei, zoals gepland staat, „heeft dus niet zoveel zin”, zei Gommers in het AD. „Een versoepeling had wel nú gekund, een van deze dagen.”

De timing van het kabinet deugt niet?

„Ik heb het verhaal iets anders verstaan. Wat zij zeggen, in wisselende kleuren: we hebben een dalende trend bij de IC’s. Dat is bemoedigend. Dat geeft ruimte om de reguliere zorg weer wat op te starten. En om te kijken wat het effect is van het openen van de scholen. Als de dalende trend zich voortzet en we geen gekke effecten zien van het opstarten van de reguliere zorg en van de scholen, dan kun je kijken wat er nog meer zou kunnen. Dus eigenlijk is wat zij zeggen voor 99 procent in lijn met het besluit dat wij genomen hebben.”

Je zou ook kunnen horen dat de komende maand ‘loze tijd’ is, omdat pas over vier weken het effect blijkt van de eerste maatregel.

„Het is geen loze tijd, het is een verstandige lijn. Het is nog steeds elke dag spannend. Niet zozeer of het aantal patiënten op de IC verder daalt, maar welke gevolgen het gedrag in de samenleving heeft. Je ziet dat het weer drukker is op straat, maar dat iedereen zich wel keurig in rijtjes opstelt voor de winkel. Kortom, de optelsom van al die effecten ken je pas over een week of vier. Het zou toch gek zijn om bij een gebrek aan die kennis er nog een paar maatregelen bij te gooien waarvan je de gevolgen niet kent.”

Kappers hopen weer open te gaan, met mondkapjes. Kunt u iets voor hen doen?

„Dan heb je het over andere mondkapjes die je ook in andere landen ziet, ‘comfortkapjes’. Die voldoen niet of nauwelijks aan de gezondheidseisen. Vanuit de zorg bestellen we nu ook niet voor kappers. Die luxe hebben we nog even niet.”