Khobz, basisbehoefte

kruipt achter het aanrecht en leert er haar moeder beter kennen. Afl. 7
Foto Wai Chan en Getty Images

Deze week mocht ik eíndelijk weer bij mijn moeder langs. Op de gepaste drie meter afstand – ze is nogal van het better safe than sorry – zaten we in haar achtertuin te kletsen over hoe de wereld in zeer korte tijd radicaal is veranderd.

Ze vertelde dat haar telefoongesprekken met familie in Marokko frequenter zijn geworden en dat de situatie daar onder het coronavirus des te schrijnender is. Zo kan een nichtje bijvoorbeeld fluiten naar haar maandsalaris, nu de fabriek waar zij werkt heeft besloten de medewerkers niet uit te betalen. Gewoonlijk zou dat niet het einde van de wereld zijn, maar nu wel: het hele gezin is voor voedsel van haar inkomen afhankelijk en de komende maanden is er geen perspectief op werk. De machteloosheid tekende zich af op mijn moeders gezicht.

In februari vloog ik nog met haar en een vriendin naar Marokko om daar een week lang elke dag voor de familie te koken en familieverhalen te verzamelen. Terwijl mijn vriendin foto’s maakte, pende ik de recepten op en hoorde mijn moeder en haar zussen uit over hun jeugd. Ik had lacherig gedaan over de bereidwilligheid van mijn tantes en ooms om hun verhaal te doen in ruil voor uitbundige maaltijden. „Jullie doen ook alles voor eten”, had ik gegrapt, niet beseffende dat armoede in Marokko altijd om de hoek loert. Om die reden alleen al wordt een goede maaltijd nooit afgeslagen.

„In het ergste geval hebben ze linzensoep, brood en water”, zegt mijn moeder en ik besef dat van alle recepten die ik mee heb genomen, het recept voor khobz, Marokkaans brood, ontbreekt. Talloze keren heb ik mijn moeder en haar zussen boven een grote aardewerken schaal zien knielen op de grond, het deeg met hun volle gewicht knedend en knokkelend. En al die keren verklaarde ik hen voor gek, omdat ze dag in dag uit zoveel moeite staken in een product dat ook gewoon bij de bakker op de hoek te koop is.

Marokkaans brood dient bovendien vaak als eetgerei, om de aardappelen uit de tajine mee te vissen. Waarom zou je zoveel moeite steken in de smaak, wanneer je het vervolgens in de jus doopt?

Mijn moeder is het zichtbaar niet met me eens: brood hoort, net als linzensoep, tot de goedkopere basisgerechten die ervoor kunnen zorgen dat je nooit ondervoed raakt. „Met linzensoep verwarm je je buik, met brood vul je je maag”, zegt ze geïrriteerd. Van alle lessen die ze me geleerd heeft – studeer, werk, wees financieel onafhankelijk – is zelf in mijn basisbehoeften voorzien er niet één van.