Opinie

Intieme seks-tips voor thuis en corona-botsing van bèta’s en alfa’s daarbuiten

De ombudsman

Mondjesmaat mag het leven doorgaan, hoorden we dinsdag van de premier. Lezers van deze krant wisten dat al, want hen was de zaterdag daarvoor uitgelegd dat „pijpen” het beste gaat als je stil blijft liggen.

Dat was de kop boven een aflevering in de seksrubriek van het katern Leven, waarin intieme vragen worden beantwoord (er is een email-adres: seks@nrc.nl). Online was het advies te vinden in de rubriek ‘Niet te missen’. Daarna natuurlijk ook in ‘Meest gelezen’, conform de aloude mediawijsheid: seks verkoopt.

Verschillende lezers waren niet gediend van zoveel platheid, schreven ze, met name de (geciteerde) pornotaal en expliciete details. Overigens kreeg de auteur ook positieve reacties, zoals van een lezer die bedankte voor een „heerlijk stukje wat mij de vrijheid geeft om lekker te experimenteren en te genieten”.

De hoofdredactie laat weten dat we „over alles” schrijven, dus ook over seks. Dit stukje ging ook eerder over macht en seksuele etiquette: mannen die vrouwen tot iets dwingen. Mannen onderling komen overigens nog aan de beurt, dus blijft u geduldig liggen.

Toch, zoveel Turks Fruit had ik lang niet in de krant gegeten. De tekst was al even concreet als de kop, compleet met smaaktest (carnivoor of vegetarisch). Waarmee NRC nu dan eindelijk de revolte heeft verwerkt van Fortuyn, die de natie ooit fameus verslag deed van zijn orale sensaties.

NRC Handelsblad deed in 2007 eerder ervaringen op met een seksvraagbaak, verzorgd door de „internationaal beroemde seksuologe” Shere Hite. Die hield na zeven keer op, volgens de toenmalige chef omdat het vooral „eindeloos gezeur over de g-spot” was.

Ja, zo’n serie moet anno 2020 kunnen. Maar het blijft een delicaat evenwicht tussen vrijmoedigheid en de tuttige naaldhakkenporno van Sex and the City. Dit stukje, wel heel expliciet in de niet malse reeks, viel wat mij betreft in die laatste categorie.

Hoe staat het intussen, naast deze troost voor thuisblijvers, met het gevaar daarbuiten? Nu ook daar de luim weer onstuitbaar lijkt toe te nemen. Het is ook nogal een stap van „een nuchter volkje” (Rutte) naar „de anderhalve meter samenleving” (Rutte).

En de journalistiek? Had die dit niet beter kunnen zien aankomen? Een blik op de berichtgeving direct na de uitbraak in China leert dat de redactie snel reageerde, maar niet meteen collectief alarm sloeg. Goede reflex: er werd een ‘corona’-groep gevormd van redacteuren Den Haag, Buitenland en Wetenschap. Na de tweede dode in China schrijft Sander Voormolen op 17 januari over de „angst” voor een pandemie – maar die lijkt er nog niet te komen. De toon wordt scherper als vier dagen later blijkt dat het virus tussen mensen overdraagbaar is en de WHO in spoed bijeenkomt. Hanneke Chin-A-Fo signaleert dan al de „versnipperde” internationale reactie.

Ook dat haalt nog niet de voorpagina: China is ver weg. Maar de redactie brengt al wel een interview met viroloog Marion Koopmans (nu expert van het OMT). Zij heeft „nog geen zicht” op het gevaar, zegt zij op 21 januari: „We leven nu nog met kleine beetjes informatie van verdeelde bronnen.” Het virus lijkt zich te verbreiden, maar, zegt ze, „de dreiging voor andere landen is beperkt”.

Twee dagen later ligt de miljoenenstad Wuhan plat. Tegenslag voor de krant: de correspondent is niet beschikbaar, de redactie moet improviseren om een verslag te krijgen van een „medewerker” (half februari volgt een reportage van de correspondent). Maar de vraag blijft: hoe groot is dit? De Media-redactie laat Nederlandse hoofdredacteuren aan het woord. Strekking: voorzichtig aan en vooral nog niet spreken van een pandemie. Vier dagen later opent de krant – voor het eerst – met coronanieuws: de WHO spreekt van een „noodtoestand”.

Het Commentaar noemt de „schrik” voor het virus dan „verstandig”, maar blijft terughoudend over maatregelen; melding bij ziekteverschijnselen is „voorlopig adequaat”. Kort daarop waart het virus ook in Nederland asymptomatisch rond.

Kortom, de berichtgeving was alert, maar een collectieve urgentie dat dit ook hier een crisis zou kunnen worden, ontbrak, evenals in andere media én in Den Haag. Voortschrijdend inzicht speelt een rol, zeker. Toch klonk toen over de grens al luider alarm. The Economist spreekt al op 30 januari van een nieuwe pandemie en van de noodzaak om tijd te winnen door preventieve acties te ondernemen – van quarantaine tot sluiting van scholen - juist omdat er nog zoveel onzeker is.

Behalve afstand en beduchtheid voor ‘paniek’ zal hier ook de frictie spelen tussen de genuanceerde bètawereld van de wetenschap en de alfawerkelijkheid van politiek, samenleving en media, die snelle en heldere antwoorden wil. Karikaturaal gezegd: bèta’s zijn bedachtzame olifanten, alfa’s schichtige zebra’s of juist trage bizons die bevriezen oog in oog met een jager.

Sporen van zulke cognitieve kortsluiting bleken in het hinkstapsprongbeleid van het kabinet en in de media. In de kanteling van geruststellende lacherigheid over geen handen schudden naar de sombere ernst over groepsimmuniteit – sindsdien zelf een besmet begrip – en in de verwarring over het nut van mondkapjes en de duiding van sterftecijfers.

Over al die onderwerpen heeft de krant inmiddels tal van degelijke artikelen gebracht, ook of juist wanneer geen digitaal antwoord mogelijk is. Ook over het „schuren” tussen experts en politiek. Nu alfa en bèta opnieuw uit elkaar lopen over het versoepelen van onze slimme insluiting zullen deze en andere vragen zich blijven opdringen. Er zullen dus nog vele reconstructies aankomen – en liefst niet mondjesmaat.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.