Hoe kritiek op ‘falende ambtenaren’ als boemerang op Rutte III terugslaat

Deze week: groeiende politieke strijd, ambtenaren als schietschijf, Koolmees en Hoekstra als stille dissidenten, en: een hoofdredacteur mailt fractievoorzitters. Ofwel: hoe de eenheid in het kabinet over de crisisaanpak stilletjes verdwijnt.

Je hebt altijd mensen die zichzelf een rol in de hallen van de macht gunnen. Dus toen deze week duidelijk werd dat de politiek aanstuurt op raadpleging van andere deskundigen dan alleen virologen bij de coronabestrijding, leidde dit, hoorde ik, tot aanbiedingen van de meest uiteenlopende experts.

Eén van de mensen die een mailtje stuurde, was hoofdredacteur Freek Staps van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP). Freek Staps werkte eerder jarenlang voor NRC.

Hij wierp op dat het „mogelijk nuttig [is] deskundigen uit de journalistiek toe te voegen” aan een eventueel nieuw team dat de crisisbestrijding van de overheid begeleidt, en dat hij zelf als ANP-hoofdredacteur in de media „boven de partijen” staat en „bekend [is] met het politiek-bestuurlijke veld”.

Staps was dan ook beschikbaar voor „nadere kennismaking”. „De agenda is vrij flexibel dezer dagen”, mailde hij donderdag de fractievoorzitters Dijkhoff (VVD), Heerma (CDA) en Segers (CU): „Met vriendelijke groet (en stay safe), Freek Staps.”

Het riep vragen op over de journalistieke onafhankelijkheid van het ANP, dus ik vroeg naar zijn beweegredenen – en die bleken best ver af te wijken van de tekst die hij fractievoorzitters stuurde. Het ging erom, benadrukte Staps, dat hij journalistiek verslag van de betreffende vergaderingen wilde (laten) doen, dan wel dat het ANP wilde aanschuiven bij „een brede tafel” met vertegenwoordigers uit andere sectoren, waarbij niet Staps maar de algemeen directeur van het ANP aanwezig zou zijn.

Je dacht: als hij dat bedoelde zou het wel logisch zijn geweest als hij dat ook had geschreven.

In elk geval reageerden geadresseerde fractievoorzitters eerder verwonderd dan belangstellend op het aanbod.

Evengoed stond dat mailtje voor iets: Den Haag wil met nieuwe crisisadviseurs in zee, en vermoedelijk zal dit moment later worden gezien als begin van een volgende fase in de crisisbestrijding.

Een fase die ook blijk geeft van toenemende politieke strijd. Rutte en in mindere mate vicepremier De Jonge zijn tot nu toe het gezicht van de crisis – maar achter die twee bestaat meer beleidsdebat en verschil van opvatting dan bijvoorbeeld uit Ruttes presentatie afgelopen dinsdag bleek.

Niet alleen probeerde minister Wiebes (Economische Zaken, VVD) zondag het crisiskabinet te overtuigen minimaal één economische branche te heropenen, zoals De Telegraaf meldde. Ook de bewindslieden Hoekstra (Financiën, CDA) en Koolmees (Sociale Zaken, D66) waren vorige week binnenskamers voor verdergaande ontgrendeling van de economie. Daarvoor was, naast die van werkgevers, ook steun door vakbonden toegezegd.

Maar vooral Rutte en vicepremier De Jonge (Zorg, CDA) onderschreven de beduchtheid van RIVM-baas Van Dissel namens het Outbreak Management Team (OMT). Redenering: ziekenhuizen werken nog steeds op 160 procent van hun capaciteit, eerst moet het virus verder worden teruggedrongen.

Het viel alleen wel op dat het OMT behalve conservatiever ook politieker werd: waar het half maart nog adviseerde de scholen open te houden, zei het OMT nu „verdeeld” te zijn over heropening.

En het interessante was: ambtenaren vertelden elkaar dat ze deze omzichtigheid uitstekend begrepen.

In de politiek heerst al langere tijd het verlangen af te rekenen met ‘falende ambtenaren’. Het RIVM, Van Dissels werkgever, lag in de stikstofcrisis maanden onder vuur van sommige Kamerfracties wegens het vermoeden van foutieve metingen. Critici uit de landbouw moesten later bakzeil halen. In de klimaatdiscussie overkwam experts van het PBL iets vergelijkbaars.

Dus lazen sommige ambtelijke deskundigen de laatste weken met verwondering columns waarin de politieke nadruk op hun adviezen gelijk werd gesteld aan het ontstaan van een technocratie. Zelf zagen zij een heel ander gevaar: dat hun adviezen later door de politiek worden gebruikt om de schuld af te schuiven.

En boeiend genoeg maakte een andere crisisadviseur, nationaal coördinator crisisbestrijding en veiligheid Pieter Jaap Aalbersberg (NCTV), de laatste weken intern duidelijk dat ook hij zijn rol in deze crisis liever afgebouwd ziet. Hij is lid van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb), het crisiskabinet, en wijst er intern op dat MCCb-discussies over bijvoorbeeld financiën buiten zijn competentie vallen.

Maar vooral Rutte en De Jonge willen liever nog even vasthouden aan deze structuur. Zij zien vooral voordelen. Het geeft Rutte kans een apolitieke crisisbestrijder te blijven, en het brengt De Jonge, ook een man van ambitie, veel in beeld. Bovendien kunnen ze in de MCCb besluiten over uitgaven zonder raadpleging van de zogenoemde vijfhoek – Hoekstra en Wiebes zitten er niet in.

Dit thema staat daarom op de agenda van de wekelijkse Catshuissessie, dit weekeinde op zaterdag. Ook omdat Van Dissel in zijn laatste OMT-rapportage deze week de aanbeveling opnam andere dan alleen medische adviezen in te winnen.

Wat dit betreft was de nadruk, deze week, van de Kamer op verbreding van de expertise van adviseurs niet van ironie ontbloot: in feite speelden ze daarmee in op een voorkeur die ambtenaren intern al weken te kennen gaven.

Het uiteindelijke politieke effect is dubbel. Later dit voorjaar verdwijnen de voornaamste ambtelijke adviseurs in deze crisis – Van Dissel en Aalbersberg – vermoedelijk langzaam uit beeld, waarvoor nieuwe gezichten – economen, sociaal psychologen, etc. - in de plaats komen. Maar het crisiskabinet, Rutte voorop, kan zich daarna minder expliciet beroepen op ambtelijk advies - waarmee de jarenlange kritiek in kabinet en Kamer op ‘falende ambtenaren’ als boemerang op de politiek terugslaat.

Intussen laat de crisis ook zien hoe gemakkelijk discussies binnen partijen kunnen kantelen. De CDA-fractie in de Tweede Kamer steunt de harde financiële lijn van partijkopstuk Hoekstra in de EU, maar dat ergert EU-aanhangers binnen de partij, een stroming die sterk is vertegenwoordigd in de senaatfractie. „Dit verhaal is niet klaar”, zei een betrokkene onheilspellend.

Ook in de VVD hoor je spectaculaire dingen. Mark Thiessen, oud-fractiemedewerker en een goede bekende van Klaas Dijkhoff, bepleit sinds kort een VVD-debat over eurobonds. In de Kamerfractie moeten ze er niet aan dénken. Maar Thiessen verdedigt het instrument en noemt het vreemd dat mensen zo hardnekkig aan het taboe vasthouden.

„Wie had een jaar geleden gedacht dat de staat 90 procent van de lonen zou betalen? Dat we een basisinkomen voor zzp’ers zouden steunen?” Het hele punt van deze tijd, zei hij, is dat bijna alle zekerheden sneuvelen. „Je kunt niet meer zeggen: dit gaat nooit gebeuren.”

Een Haags cliché is dat deze crisis eindigt met een parlementaire enquête. Ik zou zeggen: eerst zien. Ik zou ook zeggen: kijken of Kamerleden in hun jacht op ‘falende’ ministers en ambtenaren willen onthouden hoe onzeker alles in de beginmaanden was.

Wat dit betreft was het Kamerdebat deze week pijnlijk illustratief: partijen die aanvankelijk tegen een lockdown waren (VVD, CDA, D66, CU, PvdA, GroenLinks, SP, SGP, etc.), steunen nu allemaal de ‘intelligente’ lockdown. Partijen die aanvankelijk voor een totale lockdown waren (PVV, FVD) willen nu haast met heropening van de economie. In zes weken heeft geen Kamerlid koers gehouden.

Als je dit vergelijkt met de ambtelijke experts, komen die er vermoedelijk uitstekend uit – maar dat zal tijdens die enquête vast geen aantrekkelijke invalshoek meer zijn.

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond abusievelijk vermeld dat minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) geen lid is van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb). Dit is onjuist - als vicepremier is Koolmees ook MCCb-lid - en in het artikel aangepast.