Zo veel zelfstandigen, zo weinig spaargeld. Hoe kan dat?

Steunaanvragen In de grote steden vroeg bijna de helft van alle zelfstandigen tijdelijke steun aan. NRC volgt de komende tijd gemeenten en zelfstandigen. Hoe kan het dat zo weinig van hen het uitzingen zonder inkomsten?

Veerle Sanders (29) moet haar zangoefeningen nu thuis in de woonkamer doen. Haar vriend speelt ondertussen op zijn Playstation.
Veerle Sanders (29) moet haar zangoefeningen nu thuis in de woonkamer doen. Haar vriend speelt ondertussen op zijn Playstation. Foto Folkert Koelewijn

Ongeveer de helft van alle zelfstandigen in Amsterdam vroeg de afgelopen maand steun aan. In de Drechtsteden, waar Dordrecht toe behoort, zijn het er nu 4.000 – een derde. Landelijk gaat het om zo’n 350.000 aanvragen. „Ik vind dat heftig in een welvarend land als Nederland”, zegt Peter Heijkoop, wethouder van de gemeente Dordrecht (CDA) en gesprekspartner voor het noodplan voor zelfstandigen. „In goede tijden sparen voor slechte tijden zijn ondernemers blijkbaar verleerd”, schreef ondernemer Aylin Bilic vorige week in NRC.

En inderdaad, het wáren goede tijden, voordat de coronacrisis uitbrak. Nog geen jaar geleden, aan het eind van de zomer van 2019, bereikte de krapte op de arbeidsmarkt een recordhoogte. Er waren op dat moment bijna net zoveel vacatures als werklozen.

Toch gaf één op de vijf zelfstandigen in datzelfde jaar al aan niet langer dan drie maanden te kunnen rondkomen als hun inkomsten zouden wegvallen, bleek uit de tweejaarlijkse Zelfstandigen Enquête Arbeid van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en onderzoeksinstituut TNO. Dat was de buffer waarmee zij de crisis van dit jaar ingingen. Twee op de vijf gaven aan zich wél een jaar of langer te kunnen redden. Nederland telt ongeveer 1,4 miljoen zelfstandigen, van wie 1,1 miljoen zonder personeel (zzp’ers).

Een kwestie van kortzichtigheid; ‘mij raakt een crisis niet’? Grenzeloos geloof in gouden tijden, misschien? Of konden zij simpelweg niets opzij leggen? En als dat zo is, hoe kan het dan dat zo’n grote groep zó kwetsbaar is?

Je houdt er geen rekening mee dat je helemaal géén inkomsten meer hebt

Bram Willemse zelfstandige

Vooropstaat dat niet alle zelfstandigen die nu een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsmaatregel zelfstandig ondernemers (Tozo) helemaal geen buffers hebben. Zo legde Bram Willemse (35), websiteontwikkelaar in Amsterdam, genoeg potjes aan voor zijn belasting, pensioen, broodfonds en de verbouwing van zijn koophuis, die nog in volle gang is. Die potjes móét hij nu al deels leegeten, zegt hij. „Maar daarmee verschuif ik het probleem alleen maar.” Het steunbedrag vertraagt dat proces nu een beetje. Door de coronacrisis droogden zijn inkomsten volledig op, „en volgens mij is de regeling precies daarvoor bedoeld”, zegt hij. „Je houdt er geen rekening mee dat je helemaal géén inkomsten meer hebt.”

Operazangeres Veerle Sanders (29) ontving deze week een brief van de gemeente Tilburg – ook zij heeft recht op steun. Haar volledige concertseizoen werd tot en met de zomer afgelast. De schade: een half jaarinkomen, op zijn minst. „April en mei zijn eigenlijk de beste maanden.”

In maart en april krijgt ze nog wat facturen uitbetaald, een beetje inkomsten haalt ze uit Skype-zanglessen aan kinderen en volwassenen. Ook Sanders had haar arbeidsongeschiktheidsbuffer en pensioen nu kunnen aanbreken. En ja, bij tijdelijke tegenslag had ze dat gedaan. „Maar deze crisis heeft geen vooruitzicht”, zegt ze. „Je kunt nu niet eens zeggen: ik los het op met een bijbaan in de horeca.”

De gemeenten controleren bij een steunaanvraag niet of zelfstandigen veel spaargeld of een goed verdienende partner hebben. Wel deed staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD) bij de bekendmaking van de maatregel op 27 maart een moreel appèl op zelfstandigen: heb je „een miljoen op de bank”, dan is deze regeling niet voor jou bedoeld.

Risico’s spreiden

Wie een oordeel wil vellen over het aantal zelfstandigen dat nu steun aanvraagt, moet niet vergeten hoe atypisch deze crisis is, zegt Bas ter Weel, directeur van economisch onderzoeksinstituut SEO. „Het compleet wegvallen van inkomen als gevolg van beleid, zonder dat er een alternatief is, is uniek”, zegt hij. Je indekken voor slechtere tijden kán als zelfstandige namelijk ook door risico’s te spreiden: valt de ene opdrachtgever weg, dan is er nog een ander. Maar dat valt vies tegen, nu grote delen van de arbeidsmarkt opeens stilliggen.

Toch is er wel meer aan de hand. Want waar Sanders en Willemse keurig geld opzij zetten voor pensioen en arbeidsongeschiktheid, heeft ruim 40 procent van de zelfstandigen zonder personeel geen verzekering, geen (grote) buffer van spaargeld én kan niet terugvallen op de waarde van een koophuis, meldden CBS en TNO vorig jaar. Vooral horecaondernemers, schoonmakers, kappers en kunstenaars zijn kwetsbaar, zagen de onderzoekers. En dat zijn precies de groepen die nu het hardst worden getroffen. Zij melden zich dan ook massaal, ziet wethouder Heijkoop.

„Ze hebben relatief lage uurlonen, vaak zo’n 30 euro bruto per uur”, zegt hij. „Doe dat keer 36 uur en je komt uit op zo’n 2.500 euro netto per maand. Dat is niet genoeg om allerlei reserves aan te leggen en je ook nog eens te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.”

Twee, misschien drie maanden kan Patricia van Heumen (52), kapper en visagist in Utrecht, het bijvoorbeeld nog uitzingen. Ze heeft twee jonge kinderen, haar vriend is zelfstandig tekstschrijver – hij heeft gelukkig nog wel wat opdrachten.

Al twintig jaar werkt ze als zelfstandige zonder problemen door, nooit had ze erover nagedacht dat de boel zó genadeloos zou instorten. „Het klinkt misschien stom, maar mensen moeten altijd geknipt worden”, zegt ze. Nu ging ze van een overvolle agenda, naar „helemaal niks”. Van Heumen: „Ik ben ineens thuis schooljuf.”

Mondkapjes had ze al besteld, al bleek haar eigen kapsalon ook na de persconferentie van dinsdag niet open te mogen. Het is behelpen. Voor pensioen of arbeidsongeschiktheid spaarde ze niet, „met de hypotheek wordt het nu al zorgelijk”. Vrijdag werd haar eerste steunbedrag uitbetaald.

Van Heumen koos uit volle overtuiging voor het ondernemerschap. „Ik houd van de afwisseling”, zegt ze. Maar voor een deel van de groep die nu kwetsbaar blijkt, geldt dat niet. Krap twee maanden voor de coronacrisis uitbrak beschreef de onafhankelijke commissie-Borstlap, die in opdracht van het kabinet adviseert over nieuwe regels rondom werk, al hoe werkgevers soms gestimuleerd worden om werknemers te verruilen voor goedkopere zzp’ers. Is hun onderhandelingspositie zwak, dan kunnen werkgevers de tarieven laag houden, zonder voortaan nog geld kwijt te zijn aan werkgeverslasten.

„Deze groep is niet beter af dan de werknemers, maar heeft wél de onzekerheid van het verlies van inkomen”, zegt wethouder Peter Heijkoop.

Foto Folkert Koelewijn

Onderhandelingspositie

Al kan onder de zelfstandigen die wél vrijwillig voor het ondernemerschap kozen, in een hoogconjunctuur ook gemakkelijk een kwetsbare groep ontstaan, benadrukt econoom Bas ter Weel. Want het lijkt soms zo ideaal: een zelfstandig uurtarief kan op een krappe arbeidsmarkt hoger liggen dan in loondienst, als zelfstandig ondernemer heb je allerlei fiscale voordelen en je kunt zelf bepalen waar je werkt. Maar ook als het uurtarief hoger ligt dan wanneer je in loondienst was, kan dat tarief nog steeds te laag zijn. En dan blijkt het ogenschijnlijke voordeel ineens een misrekening.

„Veel mensen vergeten dat ze uit dat tarief ook nog een verzekering, een pensioen en een financiële buffer moeten betalen”, zegt Ter Weel, die lid was van de commissie-Borstlap. Slaat de economie om, zoals nu, dan is al het voordeel in één keer weg. En is er niet genoeg spaargeld.

Zo was Marion Leeuw (51) nog maar zes weken als zelfstandig sportinstructeur begonnen, naast een „halve” baan in loondienst bij een sportschool in Groningen. In dienst krijgt ze zo’n 22 euro per les, als zelfstandige „praat je al snel over 35 euro per uur”. Bovendien werken sportscholen veel liever met zzp’ers, zegt Leeuw. Op die manier kon ze dus gemakkelijk meer uren maken. „Je komt ergens sneller binnen.”

Met de extra lessen die ze sindsdien bij andere sportscholen declareerde, kwam Leeuw op een minimum van zo’n 1.500 euro per maand uit. Geen vetpot, geeft ze meteen toe. En van tevoren had ze wel over de risico’s nagedacht. Want voor haar uren in loondienst wordt ze nu wél gewoon doorbetaald. In het slechtste geval kon ze de overwaarde van haar koophuis opeten, was de conclusie toen. Bovendien had ze een partner met een vaste baan. Maar dat het zo snel zó mis zou gaan, „dat verwacht je niet”.

Collectief stelsel

De gemeenten en het kabinet richten hun pijlen nu op de in allerijl opgetuigde reddingsoperatie. Maar dat dit een „wake-upcall” is, kan volgens wethouder Heijkoop niemand meer ontkennen. Met de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) en de gemeente Eindhoven sprak hij er al over: „Als dit achter de rug is, móéten we een gesprek gaan voeren. Deze crisis geeft de urgentie aan om deze kwetsbare groep voortaan beter te beschermen. En ervoor te zorgen dat ze bijdragen aan sociale voorzieningen.”

Dat laatste was precies wat de commissie-Borstlap eind januari in haar advies aan het kabinet aandroeg: eigenlijk zouden alle werkenden, ook de zelfstandigen, moeten bijdragen aan het sociaal vangnet. Voor een deel zijn daar al concrete plannen voor. Het kabinet, de werkgevers en de bonden spraken in het pensioenakkoord af dat er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komt, waaraan alle zelfstandigen meebetalen. Op die manier kan de premie betaalbaar blijven, en is hun inkomen bij ziekte verzekerd.

„Zoiets zou je ook voor het pensioen en het wegvallen van inkomsten kunnen doen”, zegt econoom Bas ter Weel. Nu bouwen alleen werknemers middels premies WW-rechten op en krijgen zij bij ontslag een uitkering. „Terwijl datzelfde systeem ook voor álle werkenden zou kunnen gelden.” Op die manier verklein je de verschillen tussen werknemers en zelfstandigen, en vermindert de concurrentie op arbeidsvoorwaarden.

Daarnaast adviseerde de commissie-Borstlap de fiscale voordelen voor zelfstandig ondernemers te schrappen. „Zodat het in gunstige tijden niet meer zo aantrekkelijk is om op vrijdag uit dienst te treden, en op maandag weer terug te komen als zelfstandig ondernemer”, zegt Ter Weel.

Nergens toe verplicht

Welk risico willen we voortaan collectief afdekken, en welk risico leggen we bij de ondernemer? Volgens Rutger Groot Wassink, wethouder Sociale Zaken (GroenLinks) van de gemeente Amsterdam, is dat de belangrijkste vraag voor na de crisis. Ook hij is voorstander van zo’n ‘werkenden-WW’, maar weet tegelijkertijd hoe huiverig veel ondernemers al waren voor de verplichte verzekering. Zij worden liever nergens toe verplicht – waarom zouden ze anders voor onafhankelijk ondernemerschap kiezen?

En zo kom je uit bij het dilemma dat wel vaker speelt rondom vraagstukken over zelfstandigen: een groep van 1,4 miljoen mensen is te divers om voor iedereen het juiste te doen. Groot Wassink: „Maar je kunt je als overheid ook afvragen in hoeverre vier miljard euro aan steun nog eens wenselijk is.”