Interview

Dubbelinterview Net na de première van Hello Dolly! kwam door corona alles stil te liggen. De hoofdrolspelers zitten thuis. Paul de Leeuw is veel met zijn zoons, Simone Kleinsma ruimt op en schrijft aan haar overleden man.

Dubbelinterview

‘Wij zijn trappelende showpony’s, hè’

Door Jannetje Koelewijn en Jessica van Geel.
Fotografie Merlijn Doomernik. 1 mei 2020

Paul de Leeuw en Simone Kleinsma. Fotografie Merlijn Doomernik.
Paul de Leeuw en Simone Kleinsma. Fotografie Merlijn Doomernik.

Interview Net na de première van Hello Dolly! kwam door corona alles stil te liggen. De hoofdrolspelers zitten thuis. Paul de Leeuw is veel met zijn zoons, Simone Kleinsma ruimt op en schrijft aan haar overleden man.

Dinsdag 18 februari, Theater De Meerpaal in Dronten

Met de hand geborduurde bloemen, rijk geplooide stoffen, pofmouwen, pauwenveren, crinolines en bustiers. De door Yan Taks ontworpen en in Wenen gemaakte kostuums die Simone Kleinsma zo gaat aantrekken om in de vrolijke weduwe Dolly te veranderen, hangen klaar in de gang bij de kleedkamers. Het is halfvijf in de middag, drie dagen voor de eerste try-out van Hello, Dolly!, negen dagen voor de eerste Nederlandse coronapatiënt. Vanavond is er een generale repetitie met orkest, en Simone zit in de kleedkamer van Paul de Leeuw, die zo de norse weduwnaar Horcus ten Gelder wordt. „We zijn nu aan het finetunen”, zegt hij. „Alles wordt nog een keer goed schoongemaakt.”

Simone, nog in blauwe coltrui en witte gympen: „Niet met een doekie, hè. Hij bedoelt qua tekst en mise-en-scène.”

Half januari zijn ze begonnen. De regisseur – de Amerikaan Glenn Casale – wilde de voorstelling zo snel mogelijk in de grondverf hebben staan en daar werd Simone af en toe „hypernerveus” van. Ze heeft veel tekst, veel meer dan Paul, en die moest ze in vier weken uit haar hoofd leren. „Dus ben je alle dagen van kwart over tien tot halfzeven aan het repeteren, en ’s avonds zit je weer aan dat script. En dan is het ineens weer halftwaalf.”

Paul: „Heel goed dat je het zo doet, Moon. Heel goed.”

Simone: „Er zitten hele monologen tussen, dus dat is blokken, blokken, blokken. Steeds een zin erbij, 1, 2… 1, 2, 3… 1, 2, 3, 4… En dan sta je de volgende dag weer op de vloer en is het weg, haha.”

Paul: „Je doet het goed, Moon. Je hebt ook helemaal geen faalangst, wat je wel eens hoort van oudere actrices. Dat je bang wordt voor het toneel.”

Simone: „O, nee, hoor. En dat rammen heeft zijn vruchten afgeworpen, want de paniek is nu wel voorbij.”

Hello, Dolly! is een Amerikaanse musical uit 1964, gebaseerd op een klucht uit 1938 die speelt in 1890. Dolly, koppelaarster sinds haar man dood is, zoekt een vrouw voor de steenrijke Horcus, maar wil eigenlijk zelf met hem trouwen. Natuurlijk krijgt ze hem, maar pas na tal van verwikkelingen met andere vrouwen. „Eigenlijk ben jij mijn Tinder”, zegt Paul. „Ja, toch? Jij swipet voor mij.”

Ik ga door tot mensen zeggen: nou ziet het er niet meer uit’

Simone Kleinsma

Simone: „Jazeker.”

Paul: „Het is allemaal heel grappig, maar we moeten het oprecht spelen en vooral niet om onszelf lachen, want dan is het weg.”

Simone: „Jij moet vooral niet om jezelf lachen.”

Paul: „Ja, daar heb ik erg aan moeten wennen. Niet voor de lach gaan, maar voor het personage. Horcus is een norse man en zo moet ik hem spelen. Autoriteit, autoriteit, autoriteit. Daar ben ik de afgelopen weken erg op getraind, ook door Moon. Doe wat je moet doen en sloof je niet zo uit.”

Simone: „Voor mij zal het nog wel even duren voordat ik Dolly kan spelen zonder doodmoe te worden. Zes avonden per week straks, hè. Toen ik Annie speelde” – Was getekend, Annie M.G. Schmidt was haar vorige grote musicalrol – „hoefde ik bij wijze van spreken alleen maar wat over het toneel te sloffen. Maar nu, ik hol me gewoon een verstomping.”

Paul: „Zingen in een korset.”

Simone: „Dat is ook een ontdekking, zeg. Tsjongejongejonge. Ik benijd die vrouwen niet die in 1890 altijd in van die dingen moesten rondlopen. Ik snap dat ze om de haverklap flauwvielen. Maar echt, hè. Je kan in zo’n ding bijna niet ademen.” En toch: „Het is het leukste vak dat er is en ik zou niet weten wat ik anders moest doen. Dus ik ga door totdat mensen tegen me zeggen: nou ziet het er niet meer uit. Ik heb met een paar vrienden afgesproken, ook met Paul, dat ze me dan van het podium af slepen. Al denk ik dat ik zelf de eerste zal zijn die weet dat het moment daar is.”

Ze leerden elkaar kennen bij Sterrenslag, een programma van de AVRO waarin BN’ers in teams opdrachten uitvoerden. Dat was in 1987. „Ow, zo lang geleden”, zegt Simone. „Wat worden we oud.” De regisseur was Guus Verstraete, de man van Simone Kleinsma. Paul de Leeuw was goed bevriend met hem.

Guus Verstraete overleed in maart 2017 onverwachts aan een hartinfarct. Hij was 69. „In de periode daarna”, zegt Paul tegen Simone, „leek het alsof onze vriendschap weer helemaal nieuw werd. Ik was veel bij jou, ook omdat we allemaal gewoon eh…”

Simone: „In de rouw waren.”

Paul, die achter Simone in Blaricum woont: „’s Avonds gooide ik wat eten bij je over de schutting. Ik was de rouwkok.”

Simone: „Troostkok.”

Paul: „Ik bracht troosteten. Totdat je zei dat het niet meer hoefde.”

Simone: „Op een gegeven moment hoefde het niet meer, nee.”

Nu ze samen Hello, Dolly! doen zien ze elkaar weer heel veel. Ze rijden niet met elkaar naar huis nu ze nog aan het repeteren zijn, maar soms bedenkt Paul ’s avonds laat dat hij best nog even bij haar langs kan gaan. „Eerst even naar de frituur voor bitterballen natuurlijk en weet je nog die keer dat je zei: o, o, ik heb geen citroenen voor bij de gin-tonic.” Maar meestal gaat hij naar zijn eigen huis, want zijn man wacht op hem. „Gisteren had hij migraine, om halftwaalf was het gelukkig gezakt en dan staat hij toch weer toastjes met zalm voor me te smeren.”

Simone: „Guus wachtte ook altijd op me. Deed ik de voordeur open en dan hoorde ik al: glaasje wijn? Even zitten, de dag doornemen. In het begin was dat wel moeilijk, hoor, dat ik dat niet meer had. Nu in deze repetitietijd vind ik het weer moeilijk.”

Paul: „Straks als de voorstellingen zijn begonnen, Moon, zullen we vaker samen terugrijden. Laat ik me bij jou afzetten” – door de chauffeur die ze dan hebben – „en doen we nog even een borrel.”

Ja, hij gaat laat naar bed, en nee, hij slaapt niet uit. Om zeven uur, halfacht staat hij op en dan ruimt hij de vaatwasser uit of doet hij boodschappen. „De jongste komt gewoon de slaapkamer binnen omdat hij wil douchen. De douche in onze badkamer heeft een grotere douchekop.” Hij heeft twee zoons, 18 en 17.

Simone lacht.

Ontbijt hij samen met zijn zoons? „Nee, zo romantisch is het niet. Vroeger wel, maar dat is allemaal weg.”

Simone: „Alles gaat weg.”

Paul: „Je wordt vanzelf overbodig. Een bevriende acteur, Edwin de Vries, zei ooit tegen me dat ik in de vakanties moest compenseren voor alle avonden in het jaar dat ik niet thuis was geweest. Dat hebben mijn man en ik braaf volgehouden, tot vorig jaar. Toen zeiden onze jongens: zes weken met jullie weg? Onze vrienden gaan twéé weken met hun ouders.”

Simone, die zelf geen kinderen heeft: „Zo hoort het toch ook.” Zij slaapt ’s morgens wel uit, maar toch niet veel langer dan tot halfnegen.

Op Paul de Leeuws kaptafel, in zijn kleedkamer, ligt het boek Bij ons in Auschwitz van Arnon Grunberg. In het laatste halfuur voordat hij op moet, zegt hij, leest hij graag. Of hij luistert naar de radio, VPRO Buitenland. Bij zijn eigen theatervoorstellingen is het anders, want dan is er geen vast script en is hij afhankelijk van improvisatie. „Dan ga ik een halfuur voor aanvang heel erg alleen in de kleedkamer zitten, mijn hoofd leegmaken. Ik haat het woord mediteren, maar zoiets is het. En vlak voor aanvang moet ik altijd naar het toilet.”

Simone: „Uitgebreid bedoel je?”

Paul: „Nee!”

Paul de Leeuw en Simone Kleinsma. Fotografie Merlijn Doomernik.
Paul de Leeuw en Simone Kleinsma. Fotografie Merlijn Doomernik.
Paul de Leeuw en Simone Kleinsma. Fotografie Merlijn Doomernik.

Simone trekt zich voor een voorstelling ook terug, en als het heel erg spannend is, wordt ze stil. „Dan draai ik zachtjes zo’n nietszeggend muziekje, covers.” Verder heeft ze, zegt ze, geen echte rituelen.

Vroeger heeft ze wel eens gezegd dat ze een zaterdagavondprogramma op de televisie zou willen doen, een amusementsprogramma. „Haha”, zegt ze. „Heb ik dat echt geroepen? Dat moet héél lang geleden zijn.”

Paul: „Grappig.”

Zou hij het haar zien doen? „In deze tijd?”, zegt hij. „Nee. Ik denk niet dat er nog behoefte is aan dat soort grote tv-shows.”

Simone: „Dat is onbetaalbaar geworden.”

Paul: „Die tijd is voorbij. Ik zie het ook aan mijn eigen programma, Paul Pakt Uit! Het wordt nog wel bekeken, maar niet meer zo goed als vroeger. Al zou een zaterdagavond-show met jou samen, Moon… Wat vind jij?”

Simone: „We leggen het in de week.”

Paul: „Dat betekent in Simones taal dat we er nooit meer iets over horen, haha.” Hij filosofeert nog even door. „Wel een prikkelend idee. Heel leuk om met je samen te werken. Mijn onstuimigheid wordt minder. Of laat ik zeggen: mijn onberekenbaarheid. En ik vind het fijn om onderdeel van een groep te zijn. Het is ook fijn dat ik niet de hele tijd per se de leukste hoef te zijn.”

Simone: „Wij zijn de seniors van Hello, Dolly! en we voelen ons dubbel verantwoordelijk voor het succes ervan.”

Paul knikt.

Simone: „Het is voor het eerst dat MediaLane zo’n grote musical uitbrengt” – MediaLane is het productiebedrijf van Iris van den Ende, de dochter van Joop en Janine – „en ik wil dat het goed komt, vooral voor haar. Het is zo groot en zo veel. Hello, Dolly!was in New York een grandioos succes door Bette Midler. Dat moeten we hier nog maar eens zien te evenaren. Ze neemt een enorm risico.”

Paul: „Enorm.”

Simone: „En ik heb haar als baby nog in mijn armen gehouden.”

’s Avonds na de generale repetitie loopt ze in haar bustier en onderrok door de gangen bij de kleedkamers. Haar pruik is al af, op haar wangen zitten resten lijm. „Ik ben kapót”, zegt ze.

Zondag 8 maart, Het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam

Tien dagen na de eerste coronapatiënt in Nederland. Het is de dag van de galapremière, voor pers en genodigden, en Simone Kleinsma komt net uit het ziekenhuis. Nee, geen corona. Ze is in Dronten verkouden geworden. „Het schijnt dat ik altijd verkouden word voor een première.” Ze dacht dat haar stem het wel zou blijven doen, want die is „min of meer van beton”. Niet dus. Zaterdagochtend is ze samen met Paul naar de kno-arts in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam-West gegaan, voorheen het Sint Lucas Andreas, en die zag bloed op haar stembanden. Hij heeft haar antibiotica, prednison en codeïne voorgeschreven, en vierentwintig uur absolute stemrust. Zondagochtend mocht ze terugkomen en toen zei hij: stukken beter. Simone Kleinsma kon gewoon optreden. „Ik zat helemaal onder de drugs”, zegt ze later. „Het was een zeer prettige mix om de middag door te komen zonder dat ik raar ging doen. Ik heb een toppremière gehad.”

Paul: „Ze herkende alleen niemand.”

Simone: „Haha.”

Het Algemeen Dagblad vindt Simone Kleinsma „fantastisch”, maar de „burgertruttige humor” van Hello, Dolly! „kan echt niet meer”. De Volkskrant schrijft dat ze innemend speelt en goed zingt en danst. En: „Paul de Leeuw is niet al te veel over de top.” NRC: „Het Broadway-gevoel [gutst] van de bühne.”

De woensdag erna is er nog één voorstelling en dan is het klaar. Op 16 maart kondigt premier Mark Rutte een bijna volledige lockdown af tot maandag 6 april. De theaters gaan dicht.

Paul de Leeuw en Simone Kleinsma. Fotografie Merlijn Doomernik.

Vrijdag 27 maart, Blaricum

Simone zit bij Paul thuis achter een computerscherm met videoverbinding taart te eten, een krappe anderhalve meter bij elkaar vandaan. Paul is de dag ervoor jarig geweest. „Fantastisch veel bloemen gekregen”, zegt hij. „Bij mijn moeder geweest, met appeltaart, en om zeven uur moest ik beneden komen en toen had een heel goed restaurant uit Amsterdam heerlijk eten gebracht. Witte wijn, rode wijn, daarna een tv-dingetje in de herhaling gegooid, wat coronanieuws tot me genomen en toen naar bed. Het was echt een leuke dag. Het viel reuze mee.”

Hoe is het met Simone? „Goed”, zegt ze. „Een beetje saaiig.”

Paul is op Instagram en Facebook inmiddels zijn eigen show begonnen, TV-Quaran-Tine. Elke dag om tien uur een sprookje van Grimm, om elf uur een interview, om halftwee een liedje en om halfvier een slotgesprek. „Bij elkaar opgeteld kijken er honderdduizend mensen, dus daar ga ik wel mee door.” Nee, hij kan absoluut niet stilzitten. „Voor mijn omgeving zou het een hel zijn.” De eerste dagen thuis hield hij nog „woest schrijvend” een dagboekje bij van alles wat er gebeurde: de musical die was stilgelegd, de kinderen die niet meer naar school konden, de virologen op televisie, „meer virologen dan cabaretiers”, zijn gedachten over de poes. Maar daar is hij weer mee opgehouden, omdat hij niets meer beleeft. „Eerst hoopten we nog dat we na 6 april weer konden doorgaan”, zegt hij. „Dat was nog te overzien. Maar toen zei Mark Rutte afgelopen maandag…”

Simone: „Ooooh.”

Ik gooide ’s avonds eten bij je over de schutting. Ik was de rouwkok

Paul de Leeuw

Paul: „Dat was echt een gigantische klap. Wij zijn trappelende showpony’s, hè. Die moet je niet opeens vastzetten. Nu hopen we: half mei.”

Simone: „Dat hopen we, ja. Ik denk: niet voor 1 juni. En dan starten we weer op als briesende paarden.”

Wat doet zij nu? „Wat iedereen doet”, zegt ze. „Kasten opruimen, de garage reorganiseren. We zijn nog nooit zo schoon en opgeruimd en proper geweest, haha. Ik stond in de file bij het grofvuil.” Ze schrijft ook wel dingen op, in een boekje, aan Guus. Dat doet ze al sinds zijn dood. Ze merkt dat ze ’s morgens wat langer uitslaapt, het is zomaar negen uur. „Dan start ik op met een koffietje en een broodje en een dingetje, en dan ga ik eens bedenken wat ik ga doen vandaag. Ik probeer veel te wandelen, met een hoorspel op mijn hoofd, en als ik thuiskom ga ik maar weer eens een laatje of een kastje doen, en dan kom ik van alles tegen.” Wat zoal? „Oh, eh, in de garage liggen heel veel van die souvenirboeken van voorstellingen die ik met Guus gezien heb. Die spaarden we. Soms blader ik er eentje door en dan denk ik: o ja, dat was toen in New York. Wat me er niet van weerhoudt om ze terug in de doos te stoppen. Die gaat naar iemand die het leuk vindt om ze te hebben. Of ik gooi ze weg. Je moet ergens beginnen, hè. Anders slib je dicht. We hadden een huis in Frankrijk en die spullen staan hier ook allemaal nog.” Ja, eerder is ze er ook wel eens mee begonnen, maar dan stopte ze er weer mee. „Als je het druk hebt, laat je die deur dicht.” Guus’ kleren zijn al wel opgeruimd. Van een aantal heeft ze quilts laten maken.

Paul: „Je hebt ook truien en shirts van Guus aan mij gegeven. Gisteren op mijn verjaardag had ik een poloshirt van Guus aan.”

Simone: „Dan is hij lekker even bij je.”

Dit is het derde jaar, zegt ze, en dat is het jaar van doorgaan. „Het eerste jaar is overleven, het tweede jaar is eh, nou ja, hoofdstuk twee. Elk jaar is anders. En door deze situatie nu is het wéér anders. Je wordt teruggeworpen op het alleen zijn.” Ja, ze eet ook alleen, elke avond. „Zoals zovelen.”

Paul: „Ik ben ook nog helemaal niet bij je geweest. Dit is de eerste keer sinds die woensdag van de laatste voorstelling dat we elkaar live zien.” Hij legt even een arm om haar heen en trekt hem snel weer terug. Voor hem, zegt hij, is het allemaal niet zo moeilijk. „Als je een goeie relatie hebt en goed contact met je kinderen, dan is dit ook wel een fijne tijd. Mijn jongste zoon zegt: ik heb je nog nooit zo lang achter elkaar gezien. Het is ook gewoon heel gezellig.”

Simone: „Tuurlijk, tuurlijk.”

Paul: „Maar ik denk niet dat ze, zodra dit voorbij is, vragen of ik weer elke avond bij ze op de bank kom zitten. Vanaf 2 juni, of 18 juni…” Hij lacht. „Of 4 september.”

Simone: „O, nee! 4 september!” Ze lacht ook. „Nou ja, als het moet, dan moet het. Of nee, dan word ik gek. Dan ben ik echt wel klaar met opruimen.” Dus wat dan? „Daar ga ik nu niet aan denken.”

Paul: „Misschien ga ik een cursus Spaans volgen.”

Simone: „Breien. Ik heb vroeger veel gebreid. Misschien dat ik weer eens een pennetje ga opzetten.”

Paul: „Van die wc-roldingen, haha.”

Simone: „Ja, we lachen nog. Maar wat zal ik zeggen? Het is ook zo zuur voor Iris, zo zuur voor de hele cast en crew van Hello, Dolly!. Die zitten nu allemaal thuis.”

Paul de Leeuw. Fotografie Merlijn Doomernik.

Paul de Leeuw

In 1983 won Paul de Leeuw (Rotterdam, 1962) het Cameretten Festival in Delft. In 1990 kreeg hij op 28-jarige leeftijd bij de VARA zijn eigen tv-programma: De Schreeuw van de Leeuw. Hij maakte daarna tv-programma’s als Herberg De Leeuw, Mooi! Weer de Leeuw en Paul pakt uit!. Hij presenteert, zingt, maakt eigen theaterprogramma’s en speelt Horace Vandergelder in Hello, Dolly!.

Simone Kleinsma. Fotografie Merlijn Doomernik.

Simone Kleinsma

Simone Kleinsma (Amsterdam, 1958) brak in 1989, ze was toen 31, door bij het grote publiek met haar rol in Sweet Charity. Ze speelde hoofdrollen in tientallen theaterproducties, waaronder Funny Girl, Sunset Boulevard, Mamma Mia!, Moeder ik wil bij de Revue, Was getekend Annie M.G. Schmidt, en nu als Dolly in de musical Hello, Dolly!. Op RTL4 is ze momenteel ook te zien in de comedy Kees & Co.