Versoepelen, maar wel heel voorzichtig

Coronacijfers De druk op de ziekenhuizen neemt verder af. Reden voor het kabinet om de lockdown iets te versoepelen. Vooral kinderen krijgen meer ruimte. Maar de marge is klein.

Foto Niels Blekemolen

1 IC-bezetting daalt, situatie in verpleeghuizen nog ‘zeer zorgwekkend’

Na een maand van ‘intelligente lockdown’ kondigde het kabinet deze week de eerste versoepelingen aan. Aanleiding zijn de gunstige trends in de ziekenhuisopnames en de bezetting op de intensive care (IC). Beide blijven dalen. Volgens de laatste cijfers van de Nationale Intensive Care Evaluatie lagen er vrijdag 885 patiënten met Covid-19 (verdacht of bewezen) op de IC’s.

Dat moet nog een stuk verder omlaag. Het Outbreak Management Team (OMT) noemt in haar advies aan het kabinet een bezetting van 700 IC-bedden als bovengrens voor versoepelingen. Naar verwachting wordt die grens rond 1 mei bereikt. Volgens prognoses van het RIVM zal de IC-bezetting verder zijn gedaald naar circa 500 op de dag dat de versoepelingen ingaan, 11 mei.

Los van de ziekenhuizen, blijft de sterfte in de verpleeghuizen „stabiel hoog”, aldus een donderdag verschenen persbericht van het RIVM. Het aandeel van verpleeghuizen op het totaal aantal overleden Covid-19-patiënten is fors gestegen. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) noemde in een deze week verstuurde Kamerbrief de situatie in de verpleeghuizen „nog altijd zeer zorgwekkend”.

2 Kinderen zijn minder vatbaar voor het virus, en dragen het weinig over

De versoepelingen zijn hoofdzakelijk gericht op kinderen. Jaap van Dissel, hoofd infectieziektenbestrijding bij het RIVM en voorzitter van het OMT, onderbouwde dit woensdag tijdens de technische briefing aan Kamerleden met meerdere onderzoeken die allemaal in dezelfde richting wijzen: kinderen lijken minder vatbaar voor het coronavirus, en ze dragen het maar weinig over.

Zo is er het gezinsonderzoek waaruit blijkt dat kinderen nauwelijks anderen besmetten. Het is eerder andersom: ouders en grootouders besmetten kinderen. Vanaf de leeftijd van 25 jaar vinden de meeste besmettingen binnen de eigen leeftijdsgroep plaats. Een ander onderzoek laat zien dat onder jongeren (<20jr) tot nog toe maar 1 procent antistoffen heeft tegen het coronavirus, terwijl dat gemiddeld voor alle leeftijdsgroepen op 3,5 procent ligt.

De geplande heropening van de middelbare scholen op 1 juni kan volgens het OMT alleen doorgaan als zich op basisscholen en in de kinderopvang geen uitbraken hebben voorgedaan, en als het reproductiegetal (zie punt 4) onder de 1 blijft.

3 Onduidelijkheid over capaciteit voor testen en traceren

Als 11 mei de basisscholen, de kinderopvang en het speciaal onderwijs weer opengaan, zal er meer getest worden. Leraren met klachten zullen willen weten of ze besmet zijn en thuis moeten blijven. Maar is er genoeg testcapaciteit voor de ruim 235.000 werknemers in deze sectoren? De GGD’s hebben de afgelopen weken al speciale ‘teststraten’ ingericht, in eerste instantie voor zorgmedewerkers en patiënten buiten de ziekenhuizen. Volgens een woordvoerder is hiervoor „voldoende capaciteit”. Maar een enquête van Actiz, de branchevereniging van zorgorganisaties, onder bijna 70 leden wijst uit dat bij 5 procent van hen de medewerkers die ervoor in aanmerking komen zich niet kunnen laten testen. De reden: omdat „het elders stagneert”.

Minister De Jonge heeft een projectgroep ingesteld om het testproces te optimaliseren, zo schrijft hij deze week in een Kamerbrief. Het dagelijks aantal uitgevoerde tests is de afgelopen weken al toegenomen van 4.000 naar circa 7.000. De totale capaciteit, nu 17.500 tests, kan uitgebreid worden naar bijna 29.000. Voor de eerste versoepeling is dat „voldoende”. Als mensen positief testen moeten hun recente contacten snel op te sporen zijn. Daarvoor worden traceerapps ontwikkeld. Hoe lang het duurt voordat die beschikbaar komen, is niet duidelijk.

4 Het reproductiegetal geeft weinig marge

De druk groeit vanuit de samenleving om op korte termijn meer versoepelingen door te voeren. Maar het kabinet is, in navolging van het OMT, voorzichtig. De ontwikkeling van het zogeheten reproductiegetal (R) laat zien waarom. Het reproductiegetal geeft het gemiddeld aantal mensen waarop een besmet persoon het virus overdraagt. Komt dat getal boven de 1 dan breidt de ziekte zich exponentieel uit. Het RIVM schat dat de waarde aan het begin van de uitbraak op ongeveer 2 lag, met de nodige onzekerheid. Sinds 16 maart is de waarde onder de 1 gezakt en neemt de verspreiding van de ziekte af. Sindsdien is de waarde blijven schommelen rond de 0,8. Dat blijft dus dicht in de buurt van omslagpunt 1. In de grafiek die Jaap van Dissel deze week aan Kamerleden toonde loopt de tijdlijn voor R maar tot 3 april. Recentere schattingen zijn te onzeker. Hoe R zich na 3 april heeft ontwikkeld is nog niet te zeggen.

Wel geeft het OMT in haar deze week uitgebrachte advies aan dat het weer openen van basisscholen, kinderopvang en scholen voor speciaal onderwijs de R zou kunnen verhogen. In het gunstigste geval heeft het geen effect op de R, in het ongunstigste geval gaat de R omhoog met 0,2. In dat laatste geval is het omslagpunt van 1 alweer bereikt. De toestroom van Covid-19-patiënten naar ziekenhuizen en IC’s staat dan weer op het punt van toenemen. Vandaar dat het kabinet eerst het effect van deze versoepelingen wil aanzien, voor het verdere stappen onderneemt.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Vijf voorwaarden voor versoepeling

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.